Natalie Haynes laat aan de hand van tien mythologische vrouwen uit de oudheid zien hoe vaak het beeld van hen vervaagde of onflatteus vertekend raakte. Uit misogynie, of door zoiets schijnbaar onbenulligs als een vertaalfout.

In haar kinderjaren werd haast elke grote vakantie Clash of the Titans (1981) uitgezonden, schrijft de Britse Natalie Haynes (1974) in de inleiding van De kruik van Pandora. En elke zomer zaten zij en haar broer vooral bij die ene scène weer aan hun stoel genageld. Het moment namelijk dat Perseus (gespeeld door Harry Hamlin) zich in het duistere hol waagt van Medusa, die hier niet alleen voorzien is van haar kenmerkende ‘haardos van slangen’, maar ook van een zwiepende slangenstaart. Gewapend met pijl en boog en met de felgroene ogen waarmee ze haar slachtoffers ter plekke in steen verandert, velt ze eerst een van zijn kameraden, voordat ze Perseus diens schild uit handen schiet en zich opmaakt voor de genadeslag.

Maar ondertussen vangt onze held, zweetdruppeltjes parelend op zijn bovenlip, haar spiegelbeeld in het blad van zijn zwaard, waarmee hij op het beslissende moment haar hoofd van haar romp maait. ‘Haar lichaam kronkelt, dik rood bloed gutst uit haar hals. Als het bloed zijn schild bereikt, brandt het sissend door het metaal heen.’ De Haynesjes haalden dan opgelucht adem, want Medusa ‘was per slot maar een monster, geen echt personage’. ‘Met een creatuur met slangenhaar dat onschuldige mannen in steen verandert, hoef je geen medelijden te hebben.’

‘Is Leda ontvankelijker voor een verleidelijke zwaan dan voor een verleidelijke man? Dát is nog eens een niche-pornocategorie.’

Nathalie Haynes

Pas jaren later, nadat ze ironisch genoeg mede dankzij avonturenfilms als deze Grieks als schoolvak had gekozen en later klassieke talen was gaan studeren aan Cambridge, begreep ze dat dat toch net wat anders lag. Als ze al een monster was, was Medusa dat in elk geval niet altijd geweest. Zoals de vrouwen uit die oude vertellingen in latere (jeugd)bewerkingen wel vaker onrecht werd aangedaan: ‘Helena van Troje was geen onverbeterlijke mannenverslindster, Pandora had geen enkel kwaad in de zin. Zelfs wél uitgesproken boosaardige personages – Medea, Klytaemnestra, Phaidra – waren vaak veel genuanceerder dan ze op het eerste gezicht leken.’

Doos van Erasmus

Kortom: er viel nogal wat recht te zetten, voor wie de klassieken uit moderne bronnen opdeed. (En, aldus Haynes: ‘Hoe vreselijk ik Troy ook vind, er zijn vast meer mensen die die film hebben gezien dan die de Ilias hebben gelezen.’) In haar tweede non-fictieboek besloot ze daarom tien mythologische vrouwen te selecteren wier verhalen eindeloos zijn ‘verteld en herverteld’, en te laten zien ‘hoe anders er in de oudheid tegen hen werd aangekeken’. Hoe vaak het beeld van hen vervaagde of onflatteus vertekend raakte – uit ouderwetse misogynie of door zoiets schijnbaar onbenulligs als een vertaalfout.

Aan dat laatste danken we bijvoorbeeld de uitdrukking ‘doos van Pandora’, die Haynes met de titel van haar boek fijntjes corrigeert. Pas in de zestiende eeuw introduceerde onze eigen Desiderius Erasmus die term in zijn Latijnse vertaling van Hesiodos Werken en dagen, terwijl het Griekse woord ‘pithos’ verwijst naar een kruik. Eentje met een gevaarlijk smalle bodem bovendien, die heel wat makkelijker per ongeluk kan omvallen en zijn onheil over de wereld uitstorten dan een doos.

Heel wat andere, nog verzachtender omstandigheden raakten in de loop van de tijd evenzeer uit het zicht. Want ja, ook in veel vroege versies was allereerste vrouw Pandora, de Eva van de oudheid, een straf die oppergod Zeus uitdeelde aan de mensheid (of eigenlijk: manheid) voor het tegen zijn zin verkrijgen van vuur. Wie weet nog dat in de Elegieën van Theognis, uit de zesde eeuw na Christus, haar kruik niet gevuld was met ziekte, dood en andere ellende, maar juist met deugden als vertrouwen en zelfbeheersing, die vervlogen toen de deksel eraf ging? Of dat dat laatste volgens Aesopus niet te wijten was aan de draagster ervan, maar aan een lichnos anthropos, ‘een nieuwsgierig of hebzuchtig man’?

Vrolijk protest

De kruik van Pandora had zo bezien heel makkelijk op een protestlitanie tegen het patriarchaat kunnen uitlopen. En bij tijd en wijle kan Haynes een uitroep van gerechtvaardigde woede en verontwaardiging ook niet onderdrukken. Maar het is dankzij de eruditie en toon ervan toch vooral een vrolijk meeslepend boek geworden. Haynes diept met merkbaar plezier verhalen en varianten uit de oudste bronnen op, maar beschrijft in even smeuïg proza hoe Beyoncé in de videoclip bij ‘Hold Up’ als een wrekende Medea-figuur-in-saffraangeel-gewaad op ‘een stel formidabel hoge hakken’ door een straat beent, en met een honkbalknuppel ‘brandweerkranen, bewakingscamera’s en een heel assortiment autoruiten kapotslaat’. (Elders komt onder meer een aflevering van The Simpsons voorbij met Marge als Helena van Troje en duikt Buffy ‘the Vampire Slayer’ Summers op als eigentijdse Amazone.)

Terwijl de nodige geestige terzijdes verraden dat de schrijver ooit actief was als stand-upcomedian, bijvoorbeeld wanneer ze opmerkt: ‘Is Leda ontvankelijker voor een verleidelijke zwaan dan voor een verleidelijke man? Dát is nog eens een nichepornocategorie.’

Daarbij: er zijn ook wel degelijk lichtpuntjes en positieve uitzonderingen te melden. Zo is er Euripides, wiens stukken ‘meer en betere vrouwenrollen bevatten dan die van vrijwel alle mannelijke toneelschrijvers uit heden en verleden’. En Margaret Atwoods ‘geweldige novelle’ The Penelopiad (2005), waarin de Canadese tegenover Homeros’ gesluierde enigma ‘een driedimensionale Penelope van vlees en bloed’ plaatst, kan dienen als voorbeeld van de hausse aan mythologische hervertellingen vanuit vrouwelijk perspectief die de laatste decennia verschenen.

Femicentrisch

Aan die hausse, waartoe de uitmuntende romans van Madeline Miller en Pat Barkers De stilte van de vrouwen (2018) te rekenen zijn, droeg Haynes zelf overigens bij met haar meest recente roman, A Thousand Ships (2019), waarin ze de Trojaanse Oorlog beschreef vanuit Helena, Hecabe, Briseïs, Oinone en Circe. En het einde ervan lijkt voorlopig niet in zicht.

De focus op de mannelijke beleving is de kern van Haynes’ meest indringende punt

Wat heet, alleen al dezer weken verschijnen bij uitgeverij Orlando drie boeken in de categorie femicentrische mythologie. Nu al in de winkels ligt Elektra van Jennifer Saint, die zich na Ariadne (2021) op het verhaal van de dochter van Clytemnestra en Agamemnon stortte. Volgende maand volgt Madeline Millers fraai geïllustreerde korte verhaal Galatea, over de door Pygmalion gebeeldhouwde droomvrouw die, eenmaal tot leven gewekt en niet voldoende gehoorzaam gebleken, door haar echtgenoot wordt opgesloten. En voor wie eens een uitstapje naar de wereld van de Noorse mythen wil maken is er Het hart van de heks, het bijzonder onderhoudende debuut van Genevieve Gornichec, waarin de heks Angrboda, geliefde van schelmgod Loki en moeder van hun drie in alle opzichten fantastische kinderen, in haar visioenen de schaduw van de apocalyptische Ragnarok ziet naderen.

Castratiemythe

Het sterkste hoofdstuk in De kruik van Pandora is ondertussen misschien wel dat over, jawel, Medusa. Haynes laat zien hoe het aloude monster uit die film uit haar jeugd in veel vroege varianten ooit juist een adembenemend mooie vrouw was, speciaal vermaard om haar prachtige haar. Totdat Poseidon haar in een tempel van Athene verkrachtte, waarop de godin – o onrecht! – háár bestrafte met dat kapsel van wriemelende serpenten. (Al is die transformatie volgens sommige feministische interpretaties ‘een daad van zusterlijke solidariteit’, bedoeld om haar voor verder seksueel geweld te behoeden.)En passant maakt de schijfster zich aanstekelijk vrolijk om Sigmund Freuds duiding van haar onthoofding: ‘Freud zag het als een castratiemythe, omdat hij in zijn drang om de mannelijke beleving altijd en overal centraal te stellen niet in de gaten had dat Medusa degene is die onthoofd wordt, en dat dit haar mogelijk een relevanter archetype voor vrouwen maakt dan voor mannen.’ En juist die focus op de mannelijke beleving is de kern van haar meest indringende punt.

De lezer identificeert zich met koning Midas wanneer die lijdt onder de gevolgen van zijn ingewilligde wens dat alles wat hij aanraakte in goud zou veranderen, analyseert Haynes. ‘Bij Medusa echter worden we aangemoedigd haar van de buitenkant te zien: hoe vallen we haar aan? Hoe mijden we haar blik?’ Wat we ons geen moment afvragen is hoe het is om haar te zíjn, de eenzaamheid te voelen van iemand die ‘geen vriend, geen persoon, zelfs geen dier kan aankijken zonder ze te doden. Haar wereld moet vol duisternis zijn, en vol standbeelden.’

Goed nieuws dus dat de volgende roman van Natalie Haynes op haar Wikipedia-pagina al is aangekondigd, zij met een weinig specifiek ‘to come’. Titel: Medusa.

Natalie Haynes

De kruik van Pandora. Vrouwen in Griekse mythen

Oorspronkelijk Pandora’s Jar

Vertaling Henny Corver en Frits van der Waa

 

 

meer boekentips