VPRO Gids 50

10 december t/m 16 december
Pagina 66 - ‘Bis!’

Bis!

Martin Kaaij ,

Op advies van vrienden herschreef Brahms zijn strijkkwintet tot een sonate voor twee piano’s en ten slotte tot een ‘Pianokwintet’ opus 34. De mooiste versie?

Een bevriende cellist had snaaradvies gekregen bij een Weense fabrikant. Snaren kunnen van zichzelf fel, warm, wollig of als van fluweel klinken. De ene snaar is de andere niet. Dagelijks oefende hij om hun klank ondanks de verschillen naadloos in elkaar te laten overlopen. De Weense snaaradviseurs beluisterden zijn spel en hoorden feilloos in welke richting de oplossing lag. Ze stelden hier een dikkere snaar voor, daar een dunnere of een ander materiaal. Daarna gingen de overgangen als vanzelf. Knap werk.

Goede raad kon Johannes Brahms ook gebruiken met zijn Strijkkwintet uit 1862. Zijn vriend violist Joseph Joachim speelde de muziek door en adviseerde hem om de kleuren hier en daar helderder te maken voor een behaaglijkere klank. In welke richting moet een componist denken na zo’n vaag advies? Bedoelde Joachim bijvoorbeeld meer of juist minder altviool? Brahms had eindeloos kunnen gaan schaven en vijlen op zoek naar een evenwichtige oplossing. Maar hij nam een kordaat besluit en werkte het strijkkwintet om tot een ‘Sonate voor twee piano’s’.

Nu was bevriende pianist Clara Schumann niet tevreden. Zij schreef hem dat de geweldige muziek boordevol ideeën zat. Alleen moest je een muzikant zijn om ze allemaal op te kunnen merken. Voor het gewone publiek zou eigenlijk een versie voor orkest nodig zijn. Aldus Schumann.

Met een orkestversie zou Brahms finaal de andere richting inslaan. Want een orkest kent meer kleuren dan een strijkkwintet, en twee piano’s hebben er juist minder. Een derde vriend, dirigent Hermann Levi, stelde voor om de noten om te zetten voor een combinatie van de eerste en de tweede versie: piano, twee violen, altviool en cello. Aldus geschiedde. Brahms voltooide het zogenoemde Pianokwintet opus 34 in 1864. Het Strijkkwintet verdween in de prullenbak – zoals alle muziek die Brahms niet goed gelukt vond. Maar de Sonate voor twee piano’s bewaarde hij wel. Ze werd in 1872 uitgegeven met het opusnummer34 bis’.

Zou er zonder strijkers veel verloren gaan? Het Pianokwintet opent bijvoorbeeld met piano, viool en cello die in octaven een zoekende melodie spelen. In ‘34 bis’ worden deze octaven gespeeld door twee piano’s die de zoekende melodie nog een tikkeltje onbestemder maken. Minder kleur, meer mysterie. Is dat winst of verlies?

Een ander voorbeeld. In het begin van het tweede deel klinken twee lijnen door elkaar die elkaar ritmisch aanvullen, een beetje als twee onregelmatige roosters die op elkaar gelegd een regelmatig patroon vormen. Een herhaalde hoge toon roept zachtjes om aandacht. In het pianokwintet roept duidelijk de eerste viool. Maar in ‘34 bis’ is het roepen schuchterder omdat het haast onmerkbaar uit de collectieve pianoklank ontsnapt. Ook heel mooi. Geen wonder dat Brahms niet kon kiezen. Vanavond is het Pianokwintet op Radio 4 te horen.