In de Spaanse zomerserie Sky Rojo, vanaf 19 maart te zien op Netflix, is het voortdurend onduidelijk of die torenhoge hakken nu een symbool van onderdrukking of een moordwapen zijn.

Tenerife is een eiland van tegenstellingen. Aan de ene kant van de Canarische vakantiebestemming liggen pensionado’s aan het zwembad van all-you-can-eat-resorts, aan de andere kant groeien laurierbomen in betoverende stilte. Huisjes in alle kleuren van de regenboog plakken tegen dorre bergwanden. In het binnenste van de ‘heilige’ vulkaan El Teide zit, volgens de overleveringen, de demon Guayota opgesloten.

Dit contrastrijke landschap vormt het decor van Sky Rojo (Spaans voor ‘rood skaileer’). Voor deze nieuwe, achtdelige zomerserie sloeg Álex Pina (La Casa de Papel) de handen ineen met Esther Martínez Lobato (Vis a Vis). Het verhaal draait om drie prostituees die werken in Club Las Novias: een bordeel dat oogt als een betonnen ruimteschip, waar meisjes op een rode, kunstlederen bank mooi zitten te wezen voor walgelijke mannen. De drie hoofdrollen worden vertolkt door de Spaanse Verónica Sanchez (The Pier), de Argentijnse Lali Espósito en de Cubaanse Yany Prado. Actrices met verschillende accenten; de makers wilden dat álle Spaanstaligen zich in de serie gerepresenteerd zouden voelen.

Verónica Sánchezin in Sky Rojo

'Latin Pulp'

Op de dag dat zijn vrouw wordt begraven, slaan sekswerkers Coral, Wendy en Gina de schedel van hun pooier Romeo in. In paniek vluchten ze weg in een rode cabrio. Ze kunnen echter geen kant op: ze bevinden zich op een eiland, hun paspoorten liggen nog in de club en Romeo's gewelddadige handlangers zijn naar hen op zoek. Tijdens de daaropvolgende roadtrip schiet de stijl voortdurend alle kanten op: van de duisternis uit La Casa de Papel tot felgekleurd, over the top ultrageweld dat doet denken aan Tarantino. Ook de energie in Sky Rojo lijkt op het werk van de Amerikaanse regisseur: de acht afleveringen, allemaal slechts vijfentwintig minuten lang, scheuren ervandoor als een met een lucifer en kerosine opgevoerde patserbak. Deze mix van genres doopten de makers 'Latin Pulp'.

Prostitutie is werk dat film- en televisiemakers mateloos intrigeert, maar zelden realistisch wordt weergegeven. De paaldanseressen uit het maffiagenre van de jaren negentig hadden helemaal geen achtergrond, de romantische komedie Pretty Woman – tippelaar wordt opgepikt door knappe multimiljonair die verliefd op haar wordt – is een sprookje. Maar vinden de vrouwen in dat beroep het werk eigenlijk leuk? Doen ze het uit vrije wil? Hoe beland je überhaupt in de wereld van de sekswerkers? Het zijn vragen die Pina en Martínez Lobato in hun vooronderzoek uitdiepten, zo vertelden ze in een interview met Variety. Ze spraken met slachtoffers van mensenhandel, lazen hun verhalen, en bekeken documentaires.

De escalerende stijl doet recht aan de extreem pijnlijke werkelijkheid die achter het oudste beroep ter wereld schuilt. 

Asier Etxeandia als Victor in Sky Rojo

Macho’s met micropenissen

De afleveringen onthullen geleidelijk de levensverhalen van de drie prostituees, ondertussen bloeit er vriendschap op. Het is verrassend hoe goed de escalerende stijl van Sky Rojo recht doet aan de extreem pijnlijke werkelijkheid die achter het oudste beroep ter wereld schuilt. Waarin bloedmooie glitterprinsessen vloeken als bootwerkers en knokken als hooligans. En opgepompte macho’s met micropenissen huilen om hun zieke moeder. De op de spits gedreven hoofdpersonages uit Sky Rojo zijn als Griekse goden, godinnen en monsters, die heel diep in de menselijke ervaring graven.

Het hele eerste seizoen – een tweede seizoen staat al in de planning – rijden Coral, Wendy en Gina in rondjes over het eiland. Volgens één van de bekendste legendes op Tenerife kan een achtste Canarisch eiland gezien worden, door de wolkenzee, op de top van de vulkaan. Maar of dat deze vrouwen die stip op de horizon gaan ontdekken is eigenlijk irrelevant: ze zitten nu tenminste zélf achter het stuur.

Het eerste seizoen van Sky Rojo is vanaf 19 maart te zien op Netflix