Miniserie The Eddy is een jazzparel tussen alle inwisselbare pophitjes uit de Netflixcatalogus. Geschreven door Jack Thorne en deels geregisseerd door Damien Chazelle (Whiplash, La La Land).

Regisseur Damien Chazelle heeft iets met mannen die ergens mee worstelen. Miles Teller is een ontheemde student die in Whiplash alles aan de kant zet om de beste jazzdrummer ter wereld te worden. De terreur van zijn docent neemt hij daarbij voor lief. In La La Land moet Ryan Goslings Sebastian kiezen tussen zijn eigen jazzclub en de liefde. De jazz blijft weliswaar achterwege in de Neil Armstrong-biopic First Man, maar de thematiek is hetzelfde: een eenzame, gesloten man is praten over zijn gevoelens verleerd en verliest zich volledig in zijn werk en ambitie.

Deze karakterschetsen komen in zekere zin samen in de nieuwe achtdelige Netflixserie The Eddy. Hoewel Chazelle alleen de eerste twee afleveringen heeft geregisseerd, is zijn handtekening ontegenzeggelijk aanwezig. We bevinden ons niet in sprookjesachtig Los Angeles, op de maan of in een helse muziekschool, maar in het grauwe nachtleven van Parijs. Daar bevindt zich de zieltogende nachtclub The Eddy, de plek waar uitbater en voormalig jazzpianist Elliot Udo (André Holland uit Moonlight) het verlies van zijn zoon probeert te vergeten. Zelf treedt hij niet meer op, hij is lamgeslagen door gebeurtenissen uit het verleden. Aanvankelijk lijkt Elliot in zijn element als manager van de huisband van The Eddy, waarin zijn knipperlichtvriendin Maja – Joanna Kulig, die eerder schitterde in Cold War – leadzangeres is. De zaken worden echter gecompliceerd als blijkt dat zijn zakenpartner zich heeft ingelaten met schimmige figuren. En dan staat Elliots Amerikaanse dochter Julie (een wervelende Amandla Stenberg) in de eerste aflevering ook nog eens onverwacht op de stoep.

Damien Chazelle en André Holland op de set van The Eddy

Mozaïekvertelling

Wat dat betreft past Elliot uitstekend in de prille canon van Chazelle-personages: mannen met innerlijke blokkades die het praten verleerd zijn. Elliot is een ploeterende partner, vriend én vader. Toch gaat het te ver om te zeggen dat The Eddy daarmee enkel een acht uur durende karakterschets is geworden. Wat vooral opvalt is hoe – ongedwongen – divers en multicultureel The Eddy is. Holland en Stenberg vormen met hun boeiende vader-dochterdynamiek het kloppend hart van de serie, maar ook de kleurrijke bijrollen krijgen veel aandacht. Er lopen niet alleen verschillende genres door elkaar (muziekdrama, thriller én familiedrama), The Eddy is bovenal een stijlvolle mozaïekvertelling, omdat in elke aflevering een ander aan de jazzclub verbonden personage centraal staat.

Ook de setting zou je kunnen beschouwen als een personage. ‘Jazz is Paris and Paris is jazz’ zong de Britse duizendpoot Malcolm McLaren ooit, maar een garantie voor succes is het decor van de Franse wereldstad hier bepaald niet: The Eddy is gevestigd in een achterbuurt van Parijs, ver van het ‘elitaire’ stadscentrum. De rauwe banlieues zijn hier veel dichterbij dan het Louvre en de Eiffeltoren. Niet dat dit een nadeel hoeft te zijn voor de club, want zoals Elliot benadrukt: ‘Je kunt als jazzclub beter berucht zijn dan slecht.’

De jazz blijkt bepaald geen vetpot, maar met grote namen hebben we hier dan ook niet te maken. De bar is eigenlijk een soort opvangcentrum voor buitenbeentjes wier leven anders in het teken zou staan van toiletten schoonmaken, heroïnegebruik en andere misère. Alle personages kampen met hun eigen sores: financiële problemen, moeizame familierelaties, eenzaamheid en rouw.

Amandla Stenberg en André Holland in The Eddy

Verademing

Het moge duidelijk zijn dat The Eddy geen serie is die de kijker van minuut tot minuut wil vasthouden met overdonderende plotwendingen of spannende cliffhangers. Veel dialogen zijn in het Frans, maar belangrijker: de serie ademt plottechnisch een soort serene rust, voortgestuwd door een heerlijke soundtrack. Ook de filmstijl is behoorlijk jazzymet veel zwierende camerabewegingen, een korrelige beeldkwaliteit en een aritmisch tempo. Het betekent óók dat de serie zich wat moeilijk laat vangen en daardoor vermoedelijk niet ieders tasse de thé zal zijn.

Toch is The Eddy een verademing, nu veel series vooral gericht zijn op het zo lang mogelijk vasthouden van de steeds kortere spanningsboog van de popcornbinger. Kom daar nog maar eens om, nu steeds meer originele Netflixseries vooral draaien om het genereren van zoveel mogelijk memes (Tiger King), adrenalinestoten (La casa de papel) of stompzinnig realityleedvermaak (met het populaire Too Hot to Handle als recent dieptepunt). Het is te prijzen dat Netflix ook nog ruimte durft te bieden aan unieke series die niet uitsluitend drijven op internethypes of joggingbroekvermaak. The Eddy is een fabelachtig, eigenwijs jazzalbum tussen inwisselbare pophitjes.

Eigenlijk doet de serie wat goede jazzmusici ook doen: het is niet altijd even duidelijk wát je hoort, wat er gebeurt en waar het naartoe gaat, maar dat maakt het alleen maar imposanter en fascinerender. Het is vooral zaak je over te geven aan de ongeschreven regels van de jazz. Ryan Gosling zei het in La La Land al toen hij het genre hartstochtelijk verdedigde: ‘Jazz draait om conflicten en compromissen. Het is elke avond fonkelnieuw en juist daarom ook zo opwindend.’ Hetzelfde geldt voor de acht afleveringen van The Eddy.

Geen spectaculaire cliffhangers dus, maar tegen de tijd dat je bij de prachtige slotscène bent aanbeland, laat deze gemankeerde ‘jazzfamilie’ je toch niet meer los. Een filmische serie met complexe personages die bingewaardigheid niet als hoofddoel heeft, is momenteel eerder uitzondering dan regel. Laten we dat dus koesteren. Net als de jazz.

The Eddy is vanaf 8 mei te zien op Netflix