Pretend It’s a City, met 's werelds grappigste spreker Fran Lebowitz, biedt broodnodig humoristisch escapisme. De miniserie, nu te zien op Netflix, werd geregisseerd door haar grootste fan: Martin Scorsese.

‘Als je als New Yorker een andere New Yorker tegenkomt op Times Square, is het alsof je in de seventies een bekende tegen het lijf loopt in een homobar. Je verzint gelijk smoesjes, over de reden van je aanwezigheid. Je bent niet écht op Times Square. Je bent onderweg.’ Toerisme is New Yorks grootste industrie, Times Square diens bekendste uithangbord. En Fran Lebowitz walgt ervan. Ze droomt al twintig jaar over een New York zonder toeristen. Maar toen het moment ineens daar was, tijdens de eerste lockdown, zei ze naderhand in een interview met online magazine Curbed toch: ja, zó had ik ook weer niet gewild.

Toch is dat precies wat je hoopt als je cultureel icoon Frances Ann ‘Fran’ Lebowitz (1950) hoort praten. Dat haar observaties uitkomen. Dat iedereen tussen het grinniken door beseft: deze vrouw heeft gewoon altijd gelijk. Al zal haar naam bij een groot deel van het Nederlandse publiek waarschijnlijk geen belletje doen rinkelen. Lebowitz geniet status als schrijver, maar spreekt zelf al sinds de jaren negentig van een writer’s blockade: een writer’s block dat al decennia voortsleept. Geen van haar boeken werd in het Nederlands vertaald. En haar publieke optredens vind je her en der wel op YouTube, maar alleen als je er gericht naar zoekt. ‘s Werelds beste spreker is, kortom, maar in een klein deel van de wereld bekend.

Fran Lebowitz in Pretend it's a City

Spitsvondige oneliners

Daar komt nu verandering in. Sinds 8 januari staat namelijk de miniserie Pretend It’s a City, met een messcherpe Lebowitz in de hoofdrol, op Netflix. De serie werd geregisseerd door Martin Scorsese, haar veel bekendere goede vriend, en verschijnt tien jaar na zijn eerste documentaire over haar, destijds nog voor HBO. Die droeg de toepasselijke titel Public Speaking, omdat Lebowitz zo veel van praten houdt. Ze zou zomaar tot de grappigste twitteraars aller tijden kunnen worden gerekend – als ze ook daadwerkelijk zou twitteren. Type: gooi er een kwartje in, en de spitsvondige oneliners over Trump, technologie of Times Square rollen er moeiteloos uit. Microkosmos New York is, met zijn ergerlijke toeristen en hedendaagse frivoliteiten, het dankbare decor waar ze rijkelijk uit put. Grijnzend: ‘Als mensen vragen: “waarom woon je in New York?”, dan heb je geen antwoord. Maar je weet wel dat je mensen veracht die er het lef niet voor hebben. Jij woont ergens waar alles makkelijk is, waar mensen vriendelijk zijn en je niet constant proberen te naaien! Noem je dát het volwassen leven?’ 

Lebowitz keurt veel af, behalve slaap en sigaretten. Ze heeft een mening over alles wat het moderne leven behelst en de complete idiotie waarmee dat gepaard gaat (‘Als bij een veiling een schilderij van Picasso wordt getoond: doodse stilte. Als de prijs bekend wordt gemaakt: applaus. We leven in een wereld waarin we klappen voor de prijs, maar niet voor Picasso. I rest my case.’). Haar oeuvre aan meningen bouwde ze een leven lang op. Andy Warhol gaf haar als 21-jarige een column in zijn tijdschrift Interview, een minstens zo iconisch New Yorks artefact dat in 1969 werd opgericht en nog altijd bestaat, hetzij sinds 2018 alleen online. In 1978 publiceerde ze haar eerste boek Metropolitan Life, vol geestige essays, dat een bestseller werd. Drie jaar later volgde Social Studies. Ook een bestseller. Haar sardonische, droge humor en rake observaties sloegen aan.

Pretend it's a City is een lofzang op analoog leven, een leven waarin kunst en literatuur van levensbelang zijn.

Ode aan New York

Nu is er Pretend It’s a City, een soort overzichtswerk. De serie is een ode aan Scorsese's twee favoriete onderwerpen: Fran Lebowitz en New York. Het heeft dezelfde flair als Public Speaking, maar is een stuk urgenter van toon. Toch zijn Lebowitz’ ergernissen nagenoeg tijdloos. Scorsese maakt daar handig gebruik van, door in alle zeven afleveringen oud beeldmateriaal van haar te verweven. Daardoor valt ook op hoe consistent haar unieke blik op de wereld sinds haar eerste publieke optredens is gebleven, zonder op enig moment voorspelbaar te worden. Heerlijk zijn de op grote podia gehouden gesprekken met Spike Lee, Alec Baldwin, David Letterman en wijlen Toni Morrison (een goede vriendin). Niet Marty Scorsese, maar deze ogenschijnlijk gelijkwaardige interviewers proberen haar nog enigszins uit te dagen, en met haar in discussie te gaan. Zonder succes, natuurlijk. Lebowitz heeft altijd het laatste woord.

Pretend It’s a City is uiteindelijk meer dan een opeenstapeling van oordelen van een geprivilegieerd ogende boomer op dit doldwaze internettijdperk. Het is bovenal een lofzang op analoog leven, een waarin kunst en literatuur van levensbelang zijn. Bovendien is Lebowitz met haar zeventig jaar een wandelend cultureel archief van de stad New York. Laten we dat koesteren, lijkt Scorsese in elke scène impliciet te willen zeggen. Hij laat haar een anekdote vertellen over haar vriendschap met jazzmuzikant Charlie Mingus. Die een genie was, maar ook vreselijk arrogant. Die voor elk mens minachting voelde, behalve voor jazzlegende Duke Ellington. Iedereen heeft zo iemand in z’n leven, zegt Lebowitz, hoe arrogant hij ook is. Iemand die belangrijker is dan jijzelf. En dan weet je als kijker, hoe subtiel Scorsese ook geprobeerd heeft te zijn, dat Fran Lebowitz zonder enige twijfel die persoon is voor hem.

De documentaireserie Pretend it's a City is vanaf 8 januari 2021 te zien op Netflix