In de dromerige, poëtische documentaire Transnistra volgen we de zeventienjarige Tanya en de vijf jongens die om haar heen draaien.

Transnistrië is een stukje Europa dat niet bestaat. Tenminste, niet in de ogen van de internationale gemeenschap, die dit strookje land in het oosten van Moldavië niet als officieel land erkent. Ondertussen heeft Transnistrië wel een eigen president, grondwet, munteenheid, vlag, volkslied, en hebben de omstreeks een half miljoen inwoners een eigen paspoort. Ze denken in ieder geval zelf wel dat ze bestaan.

De Zweedse documentairemaker Anna Eborn (1983) kwam de dwergstaat tegen toen ze in buurland Oekraïne was voor een serie documentaires over het plaatsje Verbivka, waar nog een beetje Zweeds wordt gesproken omdat het in de achttiende eeuw is opgericht door Zweedse emigranten. Eborn raakte gefascineerd door het vergeten en vervallen Transnistrië, waar mensen nog altijd terugverlangen naar de tijd van de Sovjet-Unie. Ze wilde vooral onderzoeken hoe het leven van de jongeren in Transnistrië, geboren na de val van de Sovjet-Unie, eruit zag.

In de intieme documentaire Transnistra (2019) volgt ze de zeventienjarige Tanya en de vijf jongens die de hele tijd om haar heen draaien. We zien ze in de zomer, wanneer ze veel buiten zijn en de tijd vergeten, en in de winter, wanneer het groepje langzaam maar zeker uit elkaar valt en Tanya gedwongen wordt na te denken over haar waarschijnlijk niet al te rooskleurige toekomst. Want jongeren in Transnistrië hebben meestal maar drie keuzes: het leger, de misdaad of vertrekken.

'Let wel: zij was niet het poppetje in de groep, ze deed net zo hard met ze mee.'

Anna Eborn

Het dromerige, poëtische, op zestien millimeter geschoten Transnistra beleefde zijn wereldpremière in 2019 op het International Film Festival Rotterdam en won daar de VPRO Big Screen Award. VPRO Cinema sprak toen met Eborn, die vertelde dat ze de personages in haar documentaires normaal gesproken van de straat oppikt, maar dat het deze keer net andersom was: ‘Ik kwam Tanya ’s nachts op een tankstation tegen. Ze stapte op mij af want ze had een lift nodig. Normaal pik ik ’s nachts geen lifters op, maar ze drong aan en het leek me sowieso beter dat ze met mij mee zou gaan en niet met een of andere truckchauffeur. Ik was meteen weg van haar, want op een bepaalde manier hield ze ook mij een spiegel voor. Ik wilde toen ik zo oud was als zij ook dat er om mij heen van alles en nog wat gebeurde. Ik was alleen lang niet zo sterk als Tanya. Ik zou me namelijk nooit als het enige meisje tussen vijf jongens staande hebben kunnen houden. En let wel: zij was niet het poppetje in de groep, ze deed net zo hard met ze mee. Als ze ergens opklommen of vanaf sprongen was zij de eerste, of op z’n minst nummer twee. Bovendien was ze – toen ik haar over de film vertelde – niet alleen geïnteresseerd in het project, maar ook in mij. Die connectie is heel belangrijk als je samen een eerlijke en intieme film wil maken.’

Eborn vertelde ook dat ze Tanya en haar jongens graag naar Rotterdam had gehaald voor de wereldpremière. ‘Ze hadden allemaal wel een paspoort, maar die bleken alleen geldig... in Transnistrië.’

De documentaire Transnistra is tijdelijk te zien op NPO Start