Wordt de stuntman/stuntvrouw slachtoffer van revolutionaire digitale technieken of zal hij toch onvervangbaar blijken? 'Zonder voorbeeld lukt het niet.'

In Nederland begint het allemaal bij Floris, zegt Marco Maas, stuntman, stuntcoördinator en eigenaar van Stuntteam De Beukelaer (onder meer Penoza, Borgman en Brimstone). Het waren de pioniersjaren. Legendarische stuntmannen als Hal Needham (stond model voor het personage van stuntman Cliff Booth in Once Upon a Time… in Hollywood) en in Nederland Hammy de Beukelaer, oprichter van Maas’ bedrijf, waren echte vrijbuiters die zelf alles moesten uitvinden.

De stuntwereld is sindsdien ingrijpend veranderd, zegt Maas. ‘Geprofessionaliseerd. Er is nu veel kennisoverdracht, opleiding en training. De techniek is ook verbeterd. Wilde je bijvoorbeeld vroeger een auto over de kop laten gaan, dan ging dat met zwartkruit. In oude Amerikaanse films zie je auto’s echt nog echt – Baaam! – vanaf de kont omhoogschieten. Tegenwoordig gebruiken we stikstofkanonnen, dat is veel subtieler, veel veiliger ook.’

Toch overlijden nog elk jaar stuntmensen op de filmset. Belangrijke oorzaak volgens Maas: ‘Het moet steeds harder, hoger en gekker om het publiek te blijven boeien, met incidenten als gevolg.’

Het is een aspect dat eraan bijdraagt dat het vervangen van de stuntman door een digitale replica steeds meer in beeld komt. Waarom immers een mens van vlees en bloed in gevaar brengen als een digitaal wezen diezelfde scène kan spelen? 

Het gebeurt natuurlijk al wel dat de stuntman helemaal digitaal wordt vervangen, ook in Nederland, zegt Maas. ‘Maarten Treurniet bijvoorbeeld heeft in Kenau bij die bestorming van Haarlem dat Spaanse leger digitaal verhonderdvoudigd. Maar goed, ik zou ook niet weten waar ik zo snel 300 stuntmensen vandaan zou moeten halen.’

‘Die acteur die in Brimstone in brand staat, ben ik. Daar hebben ze digitaal het gezicht van Guy Pearce op gezet'

Marco Maas

Marco Maas en Guy Pearce op de set van Brimstone.

Happy accidents

Dat de stuntman helemaal zal moeten wijken voor de computerprogrammeur, gelooft Maas echter niet. ‘In het grootschalig maken en renderen van beelden gaat echt duizenden manuren zitten. Dat is alleen op te brengen bij blockbusters als Avatar en James Bondfilms.’

Iets anders is dat een groot deel van een stunt toch nog steeds met liveaction ingevuld zal moeten worden. De stunt double is steeds vaker een hybride figuur. Maas noemt Brimstone, de film van Martin Koolhoven. ‘Die acteur die op het einde in brand staat, dat ben ik. Op mijn brandkap werden met brandvast garen stipjes genaaid die altijd in het zicht van de camera bleven en niet konden verbranden, zogeheten tracking marks. Daar hebben ze vervolgens digitaal het gezicht van Guy Pearce op gezet. Face replacement heet dat. Het had misschien ook helemaal digitaal gekund, maar dan rijzen er opnieuw vragen als: wat kost een stuntman? Wat kost vfx [digitale visuele effecten, red.]? Wat voelt het beste? Hup, stuntman!’

‘Die digitale revolutie gaat volgens mij helemaal niet zo hard’

Martin Koolhoven

Touwtjes

‘Zeker, ik had die scène ook in predigitale tijden wel gedraaid,’ zegt Martin Koolhoven. ‘Alleen dan wel heel anders: in een heel groot totaal. Vanuit de achterkant had je hem dan in de fik zien staan. Vervolgens snij je naar voren, dan met vuur voor de lens doen alsof, en met lange lenzen draaien. Maar dat blijft toch altijd een beetje nep.’

De rol van stuntman en stuntcoördinator is zeker aan het veranderen, merkt Koolhoven. ‘Je hebt hybride stunts, zoals in Brimstone, en het gebeurt ook dat een stuntman achteraf in de computer op een andere plek wordt gezet. Stunts kunnen bovendien ook vaker door echte acteurs worden gedaan. Bij Suzy Q hing Roeland Fernhout op een balkon aan een touw. Normaal zou een stuntman dat doen, maar wij konden hem gewoon aan een touw hangen en dat touw vervolgens digitaal wegpoetsen. Er was overigens wel een stuntman bij aanwezig, die moest dan uitleggen hoe je het touw moest vastmaken.' 

'Dat vormt ook onderdeel van hun werk: voor veiligheid zorgen, acteurs coachen. Als ik dat zonder digitale hulpmiddelen had moeten draaien, had ik het met een stuntman gedaan. Of ik had het touw laten zitten. Je moet niet vergeten dat er heel veel oudere films zijn waarin je gewoon touwtjes ziet zitten. Unforgiven van Clint Eastwood bijvoorbeeld. Als hij van zijn stilstaande paard valt zie je als je goed kijkt dat het paard met een touw aan de grond vastzit, zodat hij niet wegloopt. Iedereen ging ervan uit dat je toch naar die acteur kijkt, dat je dat touwtje niet ziet.’

Marilyn Monroe

Dat de stuntman uiteindelijk helemaal zal verdwijnen, omdat computers nu eenmaal steeds sneller worden en cgi dus goedkoper, is ook volgens Koolhoven toekomstmuziek. ‘Zolang we nog echte acteurs gebruiken, hebben we ook nog stuntmensen nodig. Al was het alleen maar omdat het gewoon makkelijker is om een acteur dingen te laten doen. Je zou nu al lichamen digitaal kunnen maken, maar waarom zou je? Het is moeilijker dan het gewoon echt doen. En bovendien, als je digitaal iemand van a naar b wilt laten springen, heb je toch een voorbeeld nodig.’

Koolhoven doelt op de stuntman met een zogeheten motion capture suit aan – een ‘bewegingspak’ met allemaal trackers erop – die ergens in een studio een sprong maakt, waarna de computer alles uitrekent en projecteert op een digitale replica van een acteur.

‘Zonder voorbeeld lukt het niet. Tenzij je echt alle natuurwetten in de computer hebt zitten en je een poppetje hebt dat bij alles wat hij doet vanzelf aan die natuurwetten voldoet. Dat zie ik echt de komende decennia nog niet gebeuren. Die digitale revolutie gaat volgens mij helemaal niet zo hard. Ik had bijvoorbeeld allang een nieuwe film verwacht met Marilyn Monroe in de hoofdrol.’

‘Als je iets echt kunt doen, waarom zou je het dan niet echt doen?’

Dennis Kleyn

Verdoezelen

‘Vfx gaat pas echt ten koste van de stuntman als je besluit een digitale replica van een acteur te maken en een stunt helemaal te animeren,’ stelt Dennis Kleyn van Planet x, dat onder meer de visuele effecten deed voor Publieke werken, Borgman, Vliegende Hollanders en Bankier van het verzet. ‘Maar als je bijvoorbeeld een auto-ongeluk helemaal digitaal doet, heb je nu nog steeds iemand nodig die weet hoe je zoiets opzet of ontwerpt. Die je kan vertellen: als je hier met die snelheid de bocht om gaat dan gebeurt er dit en dat. Het is een samenspel. De stuntcoördinator verzint een stunt, de regisseur bedenkt wat hij wil zien, de cameraman hoe iets in beeld kan worden gebracht, wij kijken waar je visuele effecten kunt inzetten.’

Still uit de serie Vliegende Hollanders. Dit shot is volledig digitaal: vliegtuig, omgeving en acteur.

Digitale techniek is ver gevorderd, zegt Kleyn. ‘Met simulaties en het in de computer stoppen van natuurwetten, zoals bij de Marvelfilms, zijn we verder dan Koolhoven denkt. Wat nog wel moeilijk is, is om een digi double qua fotorealisme echt op hetzelfde niveau te krijgen als de shots eromheen. Het digitaal vervangen van mensen blijft heel complex. Als je bijvoorbeeld naar de Star Wars-films kijkt waarin Carrie Fisher en andere acteurs zijn vervangen door digitale replica’s – Rogue One: A Star Wars Story – dat is echt op het randje van geloofwaardig. Als je een totaalshot maakt kom je ermee weg, maar het gaat mis zodra je echt dichtbij komt, in langere shots. Stunts zijn wat dat betreft dan wel weer vergevingsgezind, er zit veel snelheid in: bij een digitale stunt double kun je het een beetje verdoezelen.’

Volgens Kleyn moet je echt een goede reden hebben om een close-up te maken van een digitaal personage als dat eigenlijk het gezicht is van een acteur die je ook kunt filmen. ‘Als je iets echt kunt doen, waarom zou je het dan niet echt doen? Ja, als je iemand wilt verjongen, dat gebeurt steeds vaker de laatste tijd. Of in het onvermijdelijke geval dat Marilyn Monroe weer in een film gaat spelen.’ 

Opnieuw Marilyn Monroe, een ijkpunt blijkbaar als het de digitale filmtoekomst betreft. ‘Ja, zodra zij in een film opduikt wordt het misschien tijd om nog eens te kijken of we die stuntman nog nodig hebben,’ beaamt Kleyn lachend. ‘Maar zover zijn we nog niet.’