Met het bevlogen rechtbankdrama The Trial of the Chicago 7 maakte cineast Aaron Sorkin de ultieme film voor het turbulente jaar 2020.

Het beruchte proces tegen de Zeven van Chicago, eind jaren zestig – hoe zat dat ook alweer? Wie het niet weet, hoeft zich niet te generen. Aaron Sorkin (The West WingMolly’s Game), maker van het nieuwe rechtbankdrama The Trial of the Chicago 7, had zelf ook geen idee toen regisseur Steven Spielberg hem in 2006 vroeg er een filmscript over te schrijven. Spielberg had de zaak destijds als student op de voet gevolgd, maar Sorkin, geboren in 1961, had alles gemist. 

‘Ik wilde geen nee zeggen tegen Steven,’ vertelt Sorkin in The Hollywood Reporter. ‘Dus ik zei: “Klinkt goed, ik doe mee!” Vervolgens heb ik meteen mijn vader gebeld om te vragen: “Pa, weet jij iets over een rel die plaatsvond in 1968 en een bizarre rechtszaak die daarop volgde?”’

Eerst maar een geschiedenislesje dan. In 1968 staat de wereld in brand: Martin Luther King en Bobby Kennedy worden vermoord, de Vietnamoorlog bereikt een dieptepunt, de Praagse Lente komt en gaat, en overal komen studenten en hippies in opstand tegen het gezag. In de VS laait het vuur hoog op in Chicago, waar in augustus de Democratische Conventie plaatsvindt. Activisten uit het hele land grijpen die gelegenheid aan om in de stad te komen demonstreren. Diverse clubs kondigen hun komst netjes aan, maar burgemeester Daley van Chicago weigert iedereen toestemming en geeft de politie opdracht hard op te treden. Met effect: her en der breken rellen uit, die gepaard gaan met bruut geweld. De nieuwscamera’s zitten erbovenop.

Na het aantreden van hardliner Nixon, begin 1969, besluit de staat bij wijze van statement acht organisatoren van de protesten op te pakken. Er volgt een maandenlange rechtszaak, die breed wordt uitgemeten in de pers en steeds absurder verloopt. De schaamteloos partijdige rechter ligt constant in de clinch met de activisten en hun advocaten, die hij bijna 200 keer beschuldigt van minachting van het hof. Een van de acht, Black Panther-leider Bobby Seale, zit op zeker moment zelfs dagenlang gekneveld in de rechtszaal. Uiteindelijk wordt Seales proces losgekoppeld van de rest, waardoor ‘de Acht’ voortaan ‘de Zeven’ worden genoemd.

The Trial of the Chicago 7

35 producenten

Terug naar 2006. Spielberg ziet in dit bewuste stukje geschiedenis verontrustende parallellen met de actualiteit. Hij hoopt zijn film over de zaak nog vóór de presidentsverkiezingen van 2008 uit te kunnen brengen. Dat hij de samenwerking met Sorkin zoekt, voelt logisch: die heeft als scenarist van A Few Good Men (1992) al eens een zinderend rechtbankdrama afgeleverd én toont als showrunner van de serie The West Wing een passie voor progressieve politiek.

Maar er rust geen zegen op het project. Eerst zorgt de scenaristenstaking van 2007 voor vertraging, waardoor Spielberg tot zijn spijt moet afhaken als regisseur. Achter de schermen blijft hij wel proberen de film van de grond te krijgen. Zo worden er in de loop der jaren miljoenen dollars uitgegeven aan onderhandelingen met regisseurs en acteurs, maar tot filmen komt het almaar niet. (Veelzeggend detail: in de aftiteling van de voltooide film worden maar liefst 35 producenten vermeld.)

Sorkin schrijft intussen scripts voor bejubelde films als The Social Network (2010) en Moneyball (2011), en debuteert in 2017 als regisseur met het pokerdrama Molly’s Game. Spielberg is daarvan onder de indruk en haalt Sorkin over The Trial of the Chicago 7 gewoon zelf te gaan maken. Met Trump in het Witte Huis is het verhaal alleen nog maar actueler geworden, zegt hij; de film zou nu vlak voor de verkiezingen van 2020 kunnen verschijnen.

Op het laatste moment levert de coronacrisis een zoveelste tegenslag, maar de makers laten zich nu niet meer uit het veld slaan: dankzij een deal met Netflix kan de film alsnog voor de deadline verschijnen.

Regisseur Aaron Sorkin en acteur Sacha Baron Cohen op de set van The Trial of the Chicago 7

Profetisch

De urgentie die Sorkin en consorten voelen, is goed te begrijpen. In The Hollywood Reporter zegt de cineast: ‘Ik heb deze film nooit bedoeld als een nostalgietrip of geschiedenisles, ik wilde van meet af aan dat hij over het heden zou gaan. Maar ik had nooit kunnen vermoeden hoeveel het heden op 1968 zou gaan lijken.’

Dat is niet overdreven: zet bepaalde scènes uit de film naast recente nieuwsbeelden (van Trump die traangas en rubberkogels inzet tegen vreedzame BLM-betogers bijvoorbeeld), en je zou Sorkin haast profetische gaven toedichten. In Vanity Fair somt hij verbaasd op: ‘De polarisatie, het politiegeweld, de angst voor zwarte activisten, zelfs de interne strijd tussen gematigd en radicaal links zie je nu terug. In de huidige voorstelling wordt de rol van burgemeester Daley gespeeld door Donald Trump.’

Daarmee is The Trial of the Chicago 7 – per ongeluk of niet – de ultieme film geworden voor het turbulente jaar 2020. Wat overigens niet betekent dat de productie buiten de actuele context weinig voorstelt. Sorkins progressieve agenda ligt er (als altijd) nogal dik bovenop, en ja, dat gaat ook gepaard met wat sentiment, maar zijn dialogen knetteren weer als duizendklappers, en het verhaal wordt met vaart, intelligentie en humor verteld.

De cast bestaat bovendien uit een heerlijke mix van oude rotten (Michael Keaton, Frank Langella, Mark Rylance) en jonger talent (Eddie Redmayne, Jeremy Strong, Yahya Abdul-Mateen II). Vooral de keuze voor Ali G- en Borat-bedenker Sacha Baron Cohen in de rol van vermaarde hippieactivist Abbie Hoffman is geïnspireerd. Net als Baron Cohen is Hoffman iemand die graag de clown uithangt, maar intussen bloedserieus is over mensenrechten en de vrijheid van meningsuiting. Zaken, zo maakt The Trial of the Chicago 7 eens te meer duidelijk, die blijvend bevochten moeten worden.

The Trial of the Chicago 7 draait sinds 1 oktober in de bioscoop en is vanaf 16 oktober te zien op Netflix.