De nieuwe biografie van David Lynch is een wat rommelige maar vermakelijke duik in zijn universum, waarin het absurde en perverse een volstrekt uniek huwelijk aangaan.

Een jonge David Lynch met zijn basisschoollerares Mrs. Crabtree, c. 1954.

Een jonge David Lynch met zijn basisschoollerares Mrs. Crabtree, c. 1954.

Elizabeth Taylors lippen zijn miles deep en David Lynch zinkt er in weg als hij de actrice kust. Dat mocht, want Taylor was groot fan van Blue Velvet. Volgens Lynch zag Taylor hem als marriage material; David Lynch had zomaar de zoveelste Mister Taylor kunnen worden.

Het is een van de vele verrukkelijke anekdotes uit de biografie van David Lynch (1946) die eind juni verscheen, Room to Dream. Een turf van 550 pagina’s, doorspekt met privékiekjes en set-foto’s van de regisseur, die steevast een sigaret heeft bungelen in de mondhoek. Waarom nu dit boek? In een interview met de Amerikaanse radiozender NPR antwoordde de regisseur typisch Lynchiaans ontwijkend met ‘Ik weet het niet.’

Maar zo gek is het niet, die biografie, Lynch is ook alweer 72 en het grootste deel van zijn oeuvre ligt achter hem. En er is nog meer belangstelling voor Lynch: dit najaar opent Someone is in My House, een grote overzichtstentoonstelling in het Bonnefantenmuseum met vooral veel beeldend werk van multitalent Lynch. De regisseur komt hiervoor in eigen persoon naar Nederland.

Zoals je van een eigenzinnig persoon als David Lynch kan verwachten is Room to Dream geen doorsnee biografie, maar een unieke coproductie met LA Times criticus Kirsten McKenna, waarbij ze om en om een hoofdstuk schreven. McKenna zorgde voor het feitelijke biografische deel, waarvoor ze meer dan honderd medewerkers, acteurs en intimi sprak. Tussendoor staan de vrije improvisaties van Lynch zelf, waarin hij uit de losse pols verhalen, voorvallen en observaties opdiept. Vaak leuk en wetenswaardig, maar Lynch is ook nogal breedsprakig en de eindredacteur had wel wat strenger mogen zijn. Wat de lezer helpt, is het uitgebreide register op filmtitel en op persoon. Dat maakt Room to Dream - de titel verwijst naar de gelijknamige eigen documentaire van Lynch over zijn werk - een fijn boek om in te grasduinen.

Room to Dream van David Lynch en Kirsten McKenna

De eeuwige fifties

Lynch was van meet af aan eigenzinnig. Dat manifesteerde zich na de middelbare school toen hij eerst sjeesde op de kunstacademie in Boston en daarna in Salzburg, op de school die door de expressionistische kunstenaar Oskar Kokoschka werd gesticht – niet de minste, maar ook in dat regime kon hij zijn draai niet vinden. Voor Lynch was er maar een manier: de zijne. Terug in de VS trok hij in het appartement van kennissen. Daar kalkte hij muren en plafond vol met tekeningen, tot ergernis van zijn hospita. Er staat een foto van een plafondschildering in het boek: krachtig, grafisch, graffiti-achtig werk dat in de verte Picasso's Guernica echoot maar ook doet denken aan het werk van veel latere kunstenaars zoals Basquiat. David Lynch was zijn tijd vooruit en experimenteel tot op het bot. Kort daarop maakte hij voor 200 dollar zijn eerste film, Six Men Getting Sick (1967), te zien in het Bonnefantenmuseum: een animatie van een minuut die zes keer wordt herhaald, van gipsafdrukken van gezichten, terwijl de hele tijd een sirene afgaat en het woord SICK in beeld verschijnt. Alles zat er al in: vervreemding, absurdisme en het onderbuikgevoel van verontrusting dat al zijn werk kenmerkt.

Zijn Amerikaanse jeugd in de naoorlogse sfeer van optimisme was bepalend voor Lynch’ oeuvre. Voor David Lynch zijn de fifties nooit opgehouden, constateert McKenna. ‘Moeders in katoenen schorten die glimlachend versgebakken taart uit de oven halen, de alomtegenwoordige sigaret, rock ’n roll en serveersters in diners met schattige mutsjes zijn de elementen van Lynch’ esthetische vocabulaire. Dromerig, dat was het fifties small town thing, zegt Lynch er zelf over. Maar de sfeer was niet louter positief. Zo klein als hij was, wist Lynch dat er ‘dingen gebeurden’. En hij beschrijft dan tot in opmerkelijk detail de sfeer 's avonds op straat, toen er nog maar weinig straatlantaarns waren en echte duisternis nog bestond. In de magie van de nacht zag Lynch op zijn kinderfiets in de buurt een keer een naakte vrouw, ‘haar huid de kleur van melk, met een bloedende mond.’

Erotisch universum

Lynch heeft onmiskenbaar het brein van een kunstenaar, met een sterk intuïtieve geest waarbij een enkele associatie genoeg is om iets in gang te zetten. Bij Blue Velvet bijvoorbeeld zit alles ‘m in de gelijknamige song. Aanvankelijk vond Lynch het slepende deuntje van Bobby Vintons hit uit ’63 maar niks, want het was niet rock ’n roll and that’s where the power was, zoals hij opmerkt. Maar op een avond gaat het liedje in Lynch’ hoofd een huwelijk aan met beelden van het gazon in avondlicht en een paar rode lippen gezien op straat door het glas van een autoraam en dat ‘zette alles in gang’. En voilà: de geboorte van een iconisch meesterwerk.

Het erotische universum speelt een grote rol in werk en leven van Lynch. Hij had zonder scrupules talloze affaires, wat zijn dochter eufemistisch omschrijft met ‘papa was nogal ondeugend’. In zijn werk onderzoekt Lynch seksuele obsessies en fantasieën, ook daar waar het ongemakkelijk wordt en de donkere kanten van seks, macht en geweld een giftige cocktail vormen waarin het makkelijk verdwalen is. ‘Seks is de toegangspoort tot iets krachtigs en mystieks, maar films verbeelden het meestal op een totaal vlakke manier,’ observeert Lynch. De seksscènes in zijn eigen Blue Velvet zijn verontrustend, onvergetelijk en ook onverklaarbaar. Het intuïtieve niveau waarop zijn films tot stand komen, karakteriseert ook de uiteindelijke films zelf; je voelt zijn films nog eerder aan dat dat je ze begrijpt, schrijft McKenna. Dat is raak geformuleerd en hier raakt ze aan de kern van zijn kunstenaarschap.

David Lynch op de set van Inland Empire

Moed en meditatie

Lynch moet het hebben van wat er in hem opkomt, van zijn associaties, dromen en fantasieën, van het onderbewuste. Dat moet je vooral niet kapot analyseren, dat moet ongestoord groeien en broeien – niet zo gek dus dat hij er niet happig op is zelf zijn werk te duiden; hij kijkt wel uit. Opvallend daarbij is zijn volkomen gebrek aan schroom en schaamte, naast de jaren vijftig-esthetiek een ander belangrijk kenmerk van zijn werk. David Lynch mag de naam hebben ontwijkend te zijn, in zijn werk is hij moedig en kijkt het beest recht in de muil.

Waar die moed vandaan komt, valt ook uit 550 pagina’s niet op te maken. Wellicht heeft het iets te maken met zijn gewoonte dagelijks te mediteren. Naar verluidt glijden door meditatie dingen makkelijker af, en in die staat is het misschien niet meer zo moeilijk de eigen, donkere kant onder ogen te komen en uit te buiten. Volgens zijn omgeving klaarde het humeur van Lynch in elk geval binnen week op nadat hij eind jaren zestig begon te mediteren; voortaan ging hij opvallend vrolijk en ontspannen door het leven. Op de set van notabene Blue Velvet reed de regisseur onbekommerd rond op een roze kinderfiets met slierten aan het stuur. Isabella Rossellini vertelt dat hij tijdens haar verkrachtingsscène de hele tijd zat te lachen; geen idee waarom. Ze was niet eens boos. Integendeel, zij en Lynch begonnen een affaire die vier jaar zou duren.

Boek: Room to Dream door David Lynch en Kristine McKenna, 2018.

Tentoonstelling: David Lynch: Someone is in my house.
Tentoonstelling over veelzijdige kunstenaarschap van Lynch met schilderijen, fotografie, werken op papier, (geluids)installaties en een selectie van zijn vroege korte films. Bonnefantenmuseum (Maastricht), 30 november tot 28 april 2019.