Niet alleen koken op televisie is de laatste jaren populair, ook het culinaire filmgenre floreert, met als recentste voorbeeld de Braziliaanse festivalhit Estômago. Tijd voor een smaakonderzoek: bevat de eetfilm voldoende aroma, voedingswaarde en variatie?

1. Liefde gaat door de maag
De meeste eetfilms zijn liefdesverhalen. Keer op keer blijkt een voortreffelijk maal het hardste hart te kunnen doen smelten. In Estômago wint de eenvoudige hoofdpersoon Nonato het hart van de prostituee Íria met zijn gefrituurde kippenbouten. Wat er uit zijn mond komt, doet er amper toe.
In culinaire films als Eden, Bella Martha, Babettes gæstebud en Chocolat brengt lekker eten mensen dichter bij elkaar. Maar ook in de cinema is liefde niet altijd rooskleurig: in Spanglish (2004) mag Adam Sandler nog zo lekker koken voor zijn huishoudster, ze hapt uiteindelijk niet toe. En de conservatieve Taiwanese kok in Eat drink man woman (1994) bereidt elke zondag een oogstrelende maaltijd voor zijn dochters, maar ze herkennen er zijn vaderlijke liefde niet in.
De mooiste culinaire liefdesscène komt uit de Amerikaanse film Big Night (1996), waarin twee broers een onsuccesvol Italiaans restaurant runnen. Na een hoog opgelopen ruzie tussen de twee, eindigt de film met een stille scène waarin de jongere broer rustig een ei bakt voor de oudere. Hun gebaren maken meer duidelijk dan duizend verzoenende woorden zouden kunnen.

2. Gastronomie is geil
Lekker eten wekt niet alleen liefde op, maar ook lust. ‘I’ll have what she’s having’, zegt een vrouw hoopvol tegen de ober in het restaurant waar Meg Ryan zojuist schijnbaar is klaargekomen, in When Harry met Sally.
Een beetje eetfilm werkt als culinaire porno. Vaste prik zijn de close-ups van orgastische gezichtsuitdrukkingen wanneer er iets bijzonders wordt geproefd. In Estômago kijkt Íria veel wulpser uit de ogen wanneer ze van Nonato’s kookkunst geniet dan tijdens de seks.
Voor de liefhebber: alles wat u niet wist over seks en watermeloenen is te zien in de bizarre Taiwanese musical The wayward cloud (2006 ), terwijl de Japanse komedie Tampopo (1985) taferelen bevat die het culinaire voorspel in Nine ½ weeks doen verbleken.

3. Gastronomie is gevaarlijk
Als eten zulke onweerstaanbare emoties oproept, moet het wel eens misgaan. In Estômago stijgt het succes van Nonato’s kookkunst hem langzaam naar het hoofd, met gruwelijke gevolgen. In de Duitse film Eden (in 2006 winnaar van de publieksprijs in Rotterdam) raakt de echtgenoot van een serveerster zo jaloers op de kok die haar zijn exquise chocola aanbiedt, dat hij hem fors te grazen neemt. En in de Mexicaanse productie Como agua para chocolate (1992) stopt een meisje met liefdesverdriet zo veel emotie in haar gerechten dat iedereen die ervan proeft spontaan begint te huilen, braken of vrijen.

4. Gastronomie is goddelijk
Zoals bij de eucharistie en het heilig avondmaal, gaat eten in films dikwijls gepaard met bezinning en openbaring. Sommige gerechten zijn zo bijzonder dat ze niet alleen het hart of de onderbuik kunnen beroeren, maar doordringen tot de ziel.
In de Deense klassieker Babettes gæstebud uit 1987 geeft een voormalige topkok haar hele vermogen uit om een kleine, streng gelovige gemeenschap op een extravagant feestmaal te trakteren. Voor het eerst krijgen de sobere dorpelingen enig besef van het begrip ‘hemels’. Een variant op dit verhaal, met meer artificiële kleur- en smaakstoffen, is Chocolat (2000), waarin een dergelijke gemeenschap opbloeit nadat een stralende Juliette Binoche er een chocolaterie heeft geopend.
De mooiste culinaire bekeringscène komt uit de Pixar- tekenfilm Ratatouille (2007). Wanneer de zure voedselrecensent Anton Ego het recept uit de titel proeft, denkt hij met tranen in de ogen terug aan de kookkunst van zijn moeder. Zelfs de ontdekking dat het gerecht werd bereid door een rat, kan zijn hernieuwde levenslust niet bederven.

5. Delicatessen maken decadent
Aan lekker eten hangt een prijskaartje – niet alleen in restaurants en supermarkten, ook in de cinema. Eetfilms zijn vaak opvallend moralistisch; parabels of sprookjes, met voedsel als multi-inzetbaar metafoor. Terwijl producties als Babettes gæstebud en Chocolat oproepen meer van het leven te genieten, waarschuwen andere eetfilms juist tegen exces. Berucht is La grande bouffe uit 1973, waarin vier gedesillusioneerde mannen van middelbare leeftijd zich in een villa opsluiten om zich dood te schransen. Dat is na vijfentwintig jaar nog altijd een schokkend aanblik – voor dezelfde boodschap, maar dan wat bondiger en grappiger, raden we de scène uit Monty Pythons The meaning of life aan waarin een man in een restaurant zich letterlijk te barsten eet.
De laatste jaren krijgt de kritische culinaire speelfilm steeds meer concurrentie van de kritische culinaire documentaire. Recente producties als Super size me, Our daily bread, We feed the world en Fast-food nation (eigenlijk een gefictionaliseerde verfilming van een documentair boek) winden geen doekjes om de gevolgen van onbezonnen vreetgedrag.

6. Het is eten of gegeten worden
Nog een overeenkomst tussen sprookjes en eetfilms is de fascinatie voor mensenvlees. Zoals sprookjeshelden steeds weer in de pan dreigen te belanden, wordt ook in de culinaire cinema opvallend veel kannibalisme bedreven. Meestal zonder dat de eter zich ergens van bewust is trouwens, zoals in Delicatessen ( 1991), Sweeney Todd (2007) en zelfs het gezinsvriendelijke Fried green tomatoes (1991). In The cook, the thief, his wife and her lover (1989) weet de eter wél wat hij nuttigt: de vrouw van een heetgebakerde crimineel dwingt hem haar minnaar te verorberen.

7. Cooking is hell
De keuken is geen plaats voor watjes. In films wordt dit heilige der heiligen vaak geïntroduceerd als een soort slagveld, een culinaire variant op de intro van Saving Private Ryan. Neem de keuken van restaurant De Blauwe Gier in Het schnitzelparadijs (2005), waar de schnitzels met machetes van het kadaver worden gesneden en de ganse dag wordt gerend, geschreeuwd en gevochten. Nog verontrustender is de keuken in de Amerikaanse komedie Waiting, uit hetzelfde jaar, waar op de grond gevallen burgers gewoon worden geserveerd en klagende klanten worden getrakteerd op een broodje rochel.

8. Don’t kiss the chef
In de keuken is de chefkok een man of vrouw met autoriteit, discipline en stalen zenuwen, die de behoeften van de klanten altijd kan bevredigen. Privé lopen de zaken meestal minder gesmeerd. De topkok in Eat drink man woman is zelf zijn smaak verloren, terwijl de grote baas in Spanglish thuis de broek aan zijn vrouw overdraagt. De gespannen chefkok uit de Duitse film Bella Martha (2001) en remake No reservations (2007) hééft niet eens een privé-leven, tot ze voorzichtig uit de tent wordt gelokt door een knappe, mannelijke concurrent met onorthodoxe methoden.

9. Eerlijk duurt het langst
Furieus wordt kok Primo in Big Night als een klant een bord spaghetti bestelt bij een verfijnde risotto. ‘Misschien kunnen we er ook nog aardappelpuree bij serveren.’ Zijn broer Secondo smeekt hem de zeldzame bezoeker zijn zin te geven, maar Primo weigert af te dalen naar het niveau van de commerciëlere concurrent verderop in de straat.
Over de worsteling met integriteit kunnen de spijskunstenaars in Ratatouille, Spanglish en Eat drink man woman meepraten. De trotse Taiwanese kok uit die laatste titel kan het niet verkroppen dat zijn dochter nota bene bij een Wendy’s werkt.

10. Snel gemaakte soep pakt zout uit
Zoals Primo in Big Night zijn kunsten weigert aan te passen aan de smaak van het grote, domme publiek, zo weigeren de makers van culinaire films zich doorgaans te onderwerpen aan de regels van snelle Hollywoodblockbusters. Het bereiden en genieten van een goed gerecht kost tijd. Slow-food veroorzaakt slow-cinema.