Belangrijke thema’s in het kleine, maar imposante oeuvre van regisseur Joost van Ginkel zijn kwetsbare kinderen en falend ouderschap. Zo ook in zijn nieuwe film, Bo. 'Soms denk je: nu lijk ik toch verdacht veel op mijn ouders.'

Slotfilm van het NFF is het intrigerende familiedrama Bo van regisseur Joost van Ginkel. Daarin volgen we de eigenzinnige twintiger Bo, die het graf van haar vader bezoekt in Georgië, waar hij vroeger als beroemde jazztrompettist vaak optrad.

Bij dat graf stuit ze op Levan, een jeugdvriend van haar vader die haar misschien meer kan vertellen over haar zwijgzame, depressieve vader. Ze bietst een lift en samen in de vrachtwagen van Levan reizen de twee naar kustplaats Batumi. Onderweg blijkt dat niet alleen Bo, maar ook Levan worstelt met onverwerkte trauma’s uit het verleden.

Bo is de derde film van de 51-jarige Van Ginkel, die als regisseur de afgelopen vijftien jaar een bescheiden, maar indrukwekkend oeuvre heeft opgebouwd. Zo wordt in zijn eerste speelfilm 170 Hz (Gouden Kalf publieksprijs) vrijwel alleen in gebarentaal gecommuniceerd. De film vertelt de tragische liefdesgeschiedenis van twee dove tieners en speelt zich voor het grootste deel af in een verlaten onderzeeër. 

Van Ginkels tweede film, The Paradise Suite (onder meer Gouden Kalf beste film), is een ambitieuze mozaïekvertelling over een handvol buitenlanders in Amsterdam die te maken krijgen met allerhande wantoestanden. De film kwam aan als een mokerslag en was de Nederlandse Oscarinzending in 2016.

Rode draad in Van Ginkels drie films is de broosheid van menselijk contact. Maar er zijn nog meer overeenkomsten.

We hebben 170 Hz en The Paradise Suite voor dit interview opnieuw bekeken en wat ons opviel is dat er in jouw films telkens sprake is van falende ouders. Waarom is dat een belangrijk thema voor jou?
Van Ginkel: ‘Voor mij moet een film op zichzelf staan. Wat er in het leven van een maker is gebeurd, interesseert me eigenlijk niet. Vaak leidt dat alleen maar af. Maar goed, het is wel zo dat ook ik een falende vader had. En die faalde zo dat ik al op veertienjarige leeftijd begreep dat ik mijn eigen regels moest creëren, want die van mijn vader waren het duidelijk niet.

Toen ik een jaar of 27 was heb ik definitief afstand van hem genomen en daarna heb ik hem tot zijn overlijden ook nooit meer gezien. Waar het in wezen om gaat als je een falende vader hebt, is dat je je hele leven bezig bent met ontkennen dat je iets van hem hebt overgenomen. Maar hoe je het wendt of keert, je bent toch een stukje van je ouders. In jouw lichaam zit hun DNA. En natuurlijk ben je niet je vader, en natuurlijk ben je niet je moeder, maar af en toe komt er iets voorbij waarvan je denkt: nu lijk ik toch verdacht veel op mijn ouders. Zoals Jacqueline Govaert in dat liedje van Krezip zingt: “I grow up to be just like you.” Dat zinnetje komt altijd keihard binnen bij mij. Bo gaat op zoek naar de roots van haar vader, een ontdekkingstocht waarbij ze er uiteindelijk achter komt wie ze zelf is.’

Ben je zelf vader?
‘Ja. En ik ben een goede vader, dat durf ik best te zeggen. Toen ik mijn zoon voor het eerst in mijn handen hield, hij was amper een halfuur oud, zei ik tegen hem: “Ik ga het beter doen.” En tot dusver is dat gelukt.’

‘Ik ben toen echt geëxplodeerd. Alleen verbaal, maar ik ben wel van mezelf geschrokken'

Joost van Ginkel

In jouw films zie je ook veel beschadigde kinderen. Gewelddadige kinderen soms.
‘Ja, ja, dat klopt wel... Grappig, ik was met Gaite [Jansen, actrice die Bo speelt, red.] in Georgië en zij kent mijn hele levensverhaal. Dat moet ook wel, want anders kun je niet samen zo’n film maken. En zij zag dat er in Bo nogal wat opgekropte woede zat. Ze zei toen met een glimlach tegen mij: “Zo, jij hebt wel een paar boosheidissues, klopt dat?” En inderdaad, dat klopt wel. Ik weet nog goed dat ik ooit een onderhoud had met een filmproducent, ik ga niet zeggen wie, die mij op een vervelende manier dacht te moeten voorschrijven hoe ik m’n film moest maken. Uit het veld geslagen ben ik toen trillend van woede in de trein naar huis gestapt en een dag later ben ik weer trillend van woede in de trein gestapt op weg naar zijn kantoor. Daar ben ik toen echt geëxplodeerd. Volgens mij dacht hij dat ik een computer naar zijn hoofd zou gooien, maar dat heb ik niet gedaan. Het was alleen verbaal, al ben ik toen wel van mezelf geschrokken.

Ik ben vervolgens drie uur door Amsterdam gaan lopen om af te koelen. Daarna ben ik weer teruggegaan en heb ik mijn excuses aangeboden, want dat had hij niet verdiend. Nou ja, wel dat ik hem terechtwees, maar niet op die manier. Sindsdien heb ik nooit meer zo’n woede-uitbarsting gehad en ben ik er altijd in geslaagd mijn boosheid te kanaliseren. Eigenlijk vind ik mezelf dan ook best een vrolijk mens. Hoewel... Gaite vroeg me in Georgië ook nog of die boosheid ooit verdwijnt. Nee, die boosheid gaat nooit weg. Bij mij in ieder geval niet.’

Gaite Jansen als Bo

‘Gaite gaat tot het uiterste voor de beste acteerprestatie. Ik ga ook tot het randje om perfectie te bereiken’

Gaite Jansen speelde ook de vrouwelijk hoofdrol in je debuutfilm, 170 Hz. Waarom werk je graag met haar?
‘We komen niet bij elkaar over de vloer of zo, maar we vertrouwen elkaar blind. Gaite heeft ooit in een interview over zichzelf gezegd: “Ik heb vuur in mijn buik.” En je snapt: dat herken ik wel. Wat ik zo goed aan haar vind is dat ze tot het uiterste gaat voor de beste acteerprestatie. Ik ga ook tot het randje om perfectie te bereiken. Destijds bij 170 Hz, ze was toen nog net geen achttien geloof ik, waren er altijd twee mensen die een kwartier te vroeg op de repetitie aankwamen. Dat waren Gaite en ik. Ze heeft heel veel talent en, ook toen al, een enorme drive om het goed te doen. Diezelfde, bijna Oostblokachtige instelling – all the way en soms nog verder – zag ik ook bij de Georgische acteur Rati Tsiteladze, die Levan speelt.

Rati was vroeger wereldkampioen kickboksen en heeft dus de discipline en het doorzettingsvermogen van een topsporter. Hij durft als acteur heel ver te gaan. Ik moet bij hem vaak denken aan Reinout Scholten van Aschat, die ook door roeien en ruiten gaat voor een film. Al is dat bij Reinout nog meer sensitief. Gaite heeft dat trouwens ook. Neem de scène in de vrachtwagen waarin Levan maar door blijft vragen over Bo’s moeder, hoewel zij al heeft gezegd dat ze het er niet meer over wil hebben. Je moet weten, we zaten tijdens de opnamen met zijn achten in de cabine van die vrachtwagen. Twee acteurs voorin en zes crewleden achterin, opgevouwen op twee bedden. Deodorant helpt niet meer, dat idee. Drie dagen hebben we zo rondgereden en nooit heb ik één onvertogen woord van Gaite of Rati gehoord. Helemaal gefocust op het acteren.

Tijdens die scène besloten we om verschillende stadia van boosheid op te zoeken, zodat we tijdens de montage iets te kiezen hadden. En dus deed Gaite er bij elke take een schepje bovenop. We hebben uiteindelijk vijf verschillende takes gedaan, en dan voel je haar echt bozer en bozer worden. Stapsgewijs, van licht geïrriteerd naar totaal furieus. Voor de film hebben we uiteindelijk de een-na-laatste gebruikt.’

Bo is de slotfilm op het Nederlands Film Festival en draait vanaf 29 september in de bioscoop

Meer over het Nederlands Film Festival (21 september tot en met 30 september)