Op uitnodiging van de prestigieuze studio A24 vertrok Halina Reijn anderhalf jaar geleden naar New York, waar ze aan de film Bodies Bodies Bodies werkte. Het resultaat mag er zijn, maar makkelijk was het niet. Reijn: ‘Ik sprak soms een week lang met helemaal niemand.’

cadeautje

Je leest dit artikel uit de VPRO Gids gratis op VPRO Cinema. Wil je meer lezen over oa documentaires, podcasts en boeken? Neem dan een digitaal abonnement.

Een half dozijn jonge mensen in een afgelegen landhuis, waar tijdens een verschrikkelijk noodweer de stroom uitvalt en de een na de ander gruwelijk aan zijn eind komt. De Amerikaanse film Bodies Bodies Bodies klinkt als de zoveelste slasher uit Hollywood, maar dat is het gelukkig niet. De film zegt namelijk ook interessante dingen over groepsdruk, over Gen Z – de iPhonegeneratie – en over het dunne laagje beschaving dat zo wegspoelt als je leven op het spel staat.

Dat Bodies Bodies Bodies veel meer is dan een doorsneehorrorfilm hebben we te danken aan de regisseur van die film, Halina Reijn. Donderdag 11 augustus, één dag voordat de film in Amerika in ruim 1200 zalen zal gaan draaien, spreek ik haar via Zoom.

Halina Reijn met Amandla Stenberg en Maria Bakalova op de set van Bodies Bodies Bodies

Morgen de landelijke release, je zal het wel druk hebben?
Reijn:
‘Dat valt wel mee. Ik heb namelijk al heel veel gedaan. De promotietour voor de film begon al in maart. Eerst een paar screenings voor een selecte groep journalisten. Daarna de wereldpremière op het festival South By Southwest, en onlangs waren de voorpremières in Los Angeles en New York. Zo doen ze dat hier in Amerika. Een film verschijnt langzaam op de markt.’

Markt, een belangrijk begrip in Amerika.
‘Hier is geen subsidie, dus een film zal zich toch moeten terugverdienen. Maar ik probeer niet in die marktcijfers te verdrinken, zelfs al geeft A24, de producent van de film, die drie keer per week aan mij door en moeten we er vervolgens samen doorheen lopen. Ondertussen probeer ik vooral mezelf te blijven. Natuurlijk ben ik zenuwachtig en natuurlijk wil ik dat het net zo goed gaat als in Los Angeles en New York, maar ik laat me niet meeslepen. Ik ben alweer druk bezig met mijn nieuwe film en stort me vooral op het creatieve deel van het werk. Laat mij maar lekker kleien hier.’

Hier is New York, toch?
(Reijn pakt haar laptop op, richt de camera door het raam naar buiten en laat de omgeving zien.) ‘Ik woon nu in de West Village. In een fijne, boomrijke wijk. Ik heb mijn appartement in Amsterdam nog, dus ik ben nog gewoon Amsterdammer, maar ik zit hier nu al wel anderhalf jaar. Het was trouwens een klein wonder dat ik destijds het land in kwam, want er was vanwege corona een inreisverbod. Met hulp van A24 kon voor mij een uitzondering gemaakt worden. New York was toen – februari 2021 – nog echt verschrikkelijk. Alles lag stil vanwege corona en het stikte van de ratten en kakkerlakken. Er waren toen ook BLM-protesten en overal zat triplex voor de ramen. De eerste paar maanden hier was ik zo eenzaam. Ik sprak soms een week lang met helemaal niemand. Toen ben ik maar wat rond gaan lopen. En zo kwam ik bij The Bowery terecht. Een iconisch hotel, waar veel kunstenaars komen. Maar ook daar was niemand! Alleen de bediening, die vroeg wat ik kwam doen. Nou, ik vertellen dat ik net in New York was aangekomen en daar helemaal alleen zat. Waarop ze vroegen of ik niet naar The Bowery wilde verhuizen, want dan had ik in ieder geval hen nog, de obers en receptionisten. Dolgraag natuurlijk, maar ik zei dat ze veel te duur waren. Omdat ze vanwege corona toch geen gasten hadden, wilden ze wel een deal maken. En zo kwam ik terecht op een kamertje in The Bowery. Kon ik elke dag in de lobby werken aan het script en sprak ik af en toe nog eens iemand. Sommige mensen van The Bowery zijn nog steeds vrienden van me.’

‘Op mijn set geen ego’s. Het gaat niet om jou, het gaat om de film’

Halina Reijn

Beeld uit Bodies Bodies Bodies

Waarom begon je eigenlijk aan dit Amerikaanse avontuur?
‘Bij A24 hadden ze mijn vorige film gezien, Instinct, en ze hadden wel een script voor me. A24 is een topstudio die eigenzinnige films uitbrengt en hun makers veel vrijheid geeft, maar toch hield ik aanvankelijk de boot af. Het script voor Bodies Bodies Bodies was toen namelijk nog een rechttoe-rechtaan-moordmysterie. Maar het zijn zulke stimulerende mensen daar, we bleven in gesprek. Op een gegeven moment zei ik: “Als ik jullie was zou ik er veel meer Lord of the Flies meets Mean Girls van maken. Als ik het zou doen, zou het meer een satire of een fabel worden.” Dat vonden ze bij A24 een prima idee. En zo kregen ze mij te pakken. Ik heb dat idee vervolgens met Sarah DeLappe verder uitgewerkt. Ik wilde erg graag met haar werken, want ik had haar toneelstuk Wolves gelezen, wat echt fantastisch is. Bovendien is zij veel jonger dan ik – ik ben al 46 – en ik wilde dat Bodies Bodies Bodies ook over de jeugdcultuur zou gaan.’

De film is inderdaad ook een commentaar geworden op Generatie Z, de leeftijdsgroep van vrijwel alle acteurs die erin spelen. Jij hebt ze dus van dichtbij meegemaakt. Kloppen de clichés een beetje?
‘Tijdens de promotietour van de afgelopen maanden waren we de hele dag bezig met interviews, fotoshoots, et cetera. Als ze eindelijk even de tijd voor zichzelf hadden dan gingen ze meteen tiktokken. Ik hoor me nu weer zeggen: “Jongens, tijdens de lunch even de mobieltjes weg.” Ze spelen in een film die nota bene waarschuwt tegen dat buitensporige gebruik en zelf doen ze de hele dag niets anders. Maar die generatie is zo meta dat ze ook hun eigen gedrag zien als ironie. Ondertussen zijn ze op een bepaalde manier ook heel intelligent. Vanwege de toegang tot al die informatie. Als ik vroeger een paniekaanval had voor ik het toneel op moest, wist ik niet eens wat dat was. Wat gebeurt er nu weer met me? Ga ik dood? Krijg ik een hartaanval? Maar dat durfde ik tegen niemand te zeggen. Deze generatie komt op de set en het eerste wat ze vertellen is dat ze die dag al vijf paniekaanvallen hebben gehad. Haha. Wij denken gelijk: sneeuwvlokjes, maar zij schamen zich daar totaal niet voor. Heerlijk. En al gedraag ik me soms als Oma Tingeling wanneer ik zeg dat ze hun mobieltjes moeten wegdoen, ik leer ook veel van ze.’

Je regisseerde ze alsof ze in een toneelstuk zaten. Waarom?
‘Ik kom van het toneel, dat is wat ik ken. Dat deed ik trouwens in Instinct ook, met Carice [van Houten, red.] en Marwan [Kenzari, red.]. Als filmacteur leer je je teksten het liefst oppervlakkig, zodat je op de set zo spontaan mogelijk kan reageren. Maar als filmregisseur wil ik lange takes doen, net als op het toneel, en dan werkt die aanpak niet. Dan moet je je tekst door en door kennen. Ook de acteurs in Bodies moesten op eerste dag van de opnamen al hun teksten uit het hoofd kennen. Dat was in het begin wel even iets van: “Whoa!” Maar uiteindelijk vonden ze het hartstikke leuk, want pas als je je tekst heel goed kent, kun je die weer loslaten en kan je gaan improviseren. Dat mochten ze ook van mij. En veel van hun improvisaties hebben de film gehaald. Maar al die teksten uit je hoofd leren is wel moeilijk. Vooral voor de groepsscènes, waarin timing zo belangrijk is. Die scènes repeteerden ze dan ook eindeloos. Wanneer ik ’s nachts door het hotel liep en hoorde hoe ze samen oefenden brak mijn hart van vreugde.’

'Het heeft niets te maken met: hoe zit mijn haar, waar ga ik naartoe, wie ben ik, hoe kijk ik? Ik haat dat!'

Halina Reijn

Zijn er opvallende verschillen tussen Amerikaanse en Europese acteurs?
‘In Europa denken we veel minder vanuit de psychologie van een personage. Wij zijn geen method actors, met een backstory en psychologische motivatie. Mijn generatie – ik in elk geval – denkt heel erg vanuit de tekst. Maar hun grote voorbeelden – Robert DeNiro, Meryl Streep en weet ik veel wie – zijn allemaal method actors. Ik zei: dat gaan wij niet doen. Op mijn set geen ego’s. Het gaat niet om jou, het gaat om de film. Hoe meer we met z’n allen voor de film gaan, hoe beter het acteren wordt. Want acteren is niets meer dan reageren. Reageren op wat de ander doet. Het heeft niets te maken met: hoe zit mijn haar, waar ga ik naartoe, wie ben ik, hoe kijk ik? Ik haat dat! Dat is allemaal ijdelheid. Maar als je een acteur bevrijdt van het idee dat alles op zijn of haar schouders rust, dat je het samen moet doen als een school vissen, dan is dat een heerlijk, bijna spiritueel gevoel. Ik ben heel dankbaar dat ze dit hebben willen omarmen.’

Je richtte met je goede vriendin Carice van Houten productiemaatschappij Man Up op. Jullie maakten samen Instinct en de serie Red Light, maar zij zit niet in deze film...
‘Mijn band met Carice is zo intens dat het voor mij heel moeilijk was dat ze niet aan deze film kon meedoen. Ik heb haar ook zo gemist. Zij is toch mijn ijkpunt, mijn muze.’

Misschien was het juist daarom wel goed dat ze er nu niet was.
‘Misschien wel, ja. Dat hebben we ook tegen elkaar gezegd. Dat we ons nu even los van elkaar konden ontwikkelen en dat we elkaar dan bij een volgend project wel weer zouden tegenkomen. Ik heb haar het afgelopen jaar natuurlijk wel gezien, maar veel minder. Zij heeft bovendien een kind, dus ze kan sowieso niet meer elk moment op het vliegtuig stappen.’

Hoe is het nu in New York? Ken je inmiddels meer mensen dan de obers van The Bowery?
‘Haha. Ja, gelukkig wel. Ik heb heel goed contact met andere regisseurs die met A24 werken, en met mijn producers. Wel allemaal mensen uit dezelfde bubbel. En vaak jonger dan ik, zonder gezin en queer. Weet je, hier bij mij in de straat wonen allemaal vrouwtjes van een jaar of tachtig die nooit getrouwd zijn en met hun katten leven. En ik moet eerlijk zeggen dat ik me hier meer thuis voel dan in Amsterdam, waar ik gewoonweg niet het leven leid van de meeste mensen om me heen. Ik voel me helemaal op mijn gemak tussen die gekke, oude kunstenaars. I fit right in!

Bodies Bodies Bodies is vanaf 8 september te zien in de bioscoop

Meer over Bodies Bodies Bodies