In Netflixdrama Forever Rich speelt acteur Jonas Smulders zijn beste rol tot nu toe, als de opgefokte rapper Richie. ‘Ik heb wel iets weg van Richie. Totaal transformeren als acteur, daar geloof ik niet zo in.’

Tijdens ons telefoongesprek is Jonas Smulders soms even slecht te verstaan omdat er een Italiaan door hem heen tettert. De Nederlandse acteur zit drie maanden op Sicilië voor de opnamen van een internationale coproductie – een Engelstalige verfilming van Dino Buzzati’s klassieke roman De woestijn van de Tartaren, waarin hij de hoofdrol speelt.

Smulders (27, Paradise DriftersDe Oost) reisde wat af de laatste tijd. Vóór het Italiaanse project werkte hij achtereenvolgens mee aan een Duitse en een Kroatische film. In juli was hij nog in Cannes voor de première van die laatste: het door Martin Scorsese geproduceerde drama Murina.

De internationale interesse voor de acteur komt niet uit de lucht vallen. Als tiener rolde hij via via het vak in, waarna hij rollen speelde in Nederlandse films als Het dinerJongensVentoux en Broers, die ook over de grens opvielen. Het leidde tot diverse aanmoedigingsprijzen op Europese filmfestivals.

Toch zou het weleens een Nederlandse film kunnen zijn, gewoon opgenomen in Amsterdam, die Smulders vooralsnog zijn grootste internationale publiek bezorgt. Vanaf 1 oktober is hij te zien als hoofdrolspeler in het energieke Netflixdrama Forever Rich van regisseur Shady El-Hamus (De libi). Smulders speelt de opgefokte hiphopster Richie, die wanhopig probeert zijn stoere imago te redden nadat er een vernederend filmpje over hem online is gezet.

‘Het zou mooi zijn als de film een hit wordt, maar ik kies mijn rollen niet uit met het oog op succes’

JONAS SMULDERS

Jonas Smulders als Richie

Wat verwacht je van zo’n Netflixrelease? Is dat spannender dan een nieuwe bioscoopfilm waarin je speelt?
Smulders: ‘Ik heb wel in films gespeeld die alleen een poosje in een paar filmhuizen draaiden, dus dan is zo’n gelijktijdige release in 180 landen wel even iets anders natuurlijk. En de film gaat ook over populaire thema’s: jeugdcultuur, rap, sociale media. Maar ik durf er niks over te voorspellen. En eerlijk gezegd ben ik ook niet zo bezig met de vraag of zo’n film een grote hit wordt. Het zou mooi zijn natuurlijk, ik ben er trots op, maar het is niet zo dat ik mijn rollen uitkies met het oog op succes.’

Je speelt momenteel veel in buitenlandse films. Is dat wel een ambitie: een internationale carrière?
‘Het is geen absoluut doel. Ik geniet vooral van het maakproces, van het samenwerken met inspirerende mensen, wat dat betreft werk ik net zo lief in Nederland als in het buitenland. Wel heeft zo’n internationale film natuurlijk iets extra avontuurlijks – dat je opeens op de set staat met iemand uit Kroatië of Armenië en allemaal interessante verhalen hoort. Dat voelt heel verrijkend. Je kunt dat ook ervaren als je gewoon op reis gaat, maar wanneer je zo intensief met mensen samenwerkt ontstaat er vanzelf een soort gelijkheid en gaat het snel de diepte in.’

Hoe gaat die Engelstalige hoofdrol in Italië je momenteel af?
‘Goed, voor mijn gevoel. Mijn Engels is zeker niet slecht, maar het is in deze film niet nodig dat ik het accentloos spreek, want het verhaal speelt zich af op een onbestemde plek en de cast is heel internationaal. Ik vind het zelf trouwens nooit zo’n probleem als een Europese acteur in een Engelstalige film een licht accent heeft. Het gaat er uiteindelijk om dat je iets waarachtigs neerzet. Neem iemand als Mads Mikkelsen, bij hem hoor je altijd een Scandinavisch accent, maar dat vind ik juist wel mooi, het geeft hem des te meer karakter.’

In Forever Rich spreek je gewoon Nederlands, maar dan wel doorspekt met straattaal. Was het lastig je dat eigen te maken?
‘Ik kom uit Amsterdam, zit best veel op sociale media en luister zelf ook wel naar rap, dus met die taal ben ik redelijk bekend. In de popcultuur is dit soort muziek en taal nu ook echt dominant natuurlijk. Shady, de regisseur van de film, die ik goed ken omdat we eerder hebben samengewerkt, vroeg me al in een vroeg stadium voor de rol, toen er nog niet eens een script was. Ik kon dus van meet af aan meedenken over het personage, dat was heel prettig. Ik vroeg Shady of ik bij alle castings aanwezig mocht zijn, ook van de kleinste rollen, zodat ik veel kon oefenen en experimenteren.’

‘Ik hoef niet altijd te voelen wat ik speel. Het blijft gewoon acteren, projectie’

JONAS SMULDERS

Jonas Smulders als Richie

Heb je zelf iets weg van Richie?
‘Wel een beetje. Hij heeft een combinatie van bravoure en naïviteit die ik ook wel in mezelf herken – dat je jezelf aan de ene kant soms overschreeuwt, maar aan de andere kant toch ook oprecht bent. Maar ik ben wel zachter dan Richie hoor, ik sta dichter bij m’n gevoel. Bij het vormgeven van zo’n personage hou ik ervan om goed naar mezelf te kijken, om uit te gaan van iets wat al in me zit. Totaal transformeren als acteur, daar geloof ik niet zo in. Bij acteurs die ik goed vind, heb ik het idee dat ze in elke rol wel iets van zichzelf laten zien. Dat maakt dit vak ook juist zo spannend: dat je kan variëren op je eigen karakter, dat je grenzen kan verleggen en dingen kan doen die je zelf misschien nooit zou durven of willen.’

Je speelt vaak intense rollen, waar je als acteur helemaal in op lijkt te gaan – ik denk aan deze film, maar ook aan Niemand in de stad, Paradise Drifters, De Oost. Is dat nooit zwaar voor jezelf, in emotioneel opzicht?
‘Daar moet ik even over nadenken… Het is inderdaad zo dat ik heel erg in het moment wil zijn als ik speel, ik kan niet met m’n hoofd ergens anders zijn. En natuurlijk word je weleens ergens door geraakt. Maar het is ook weer niet zo dat ik als acteur altijd moet voelen wat ik speel. Het blijft gewoon acteren, projectie. Als ik iemand speel wiens moeder overlijdt, hoef ik niet per se aan m’n eigen moeder te denken of zo. Ik moet er alleen voor zorgen dat ik me optimaal kan concentreren. En natuurlijk kan het helpen om heftige scènes vooraf goed door te spreken: wie doet wat en wanneer? Door het technisch te maken kun je voorkomen dat iets te persoonlijk of ongemakkelijk wordt.’

Je hebt geen toneelschool gedaan, heb je weleens het gevoel dat je daardoor iets mist?
‘Ik merk weleens dat ik wat technische kennis mis. Laatst heb ik bijvoorbeeld nog een stemcursus gevolgd, maar uiteindelijk leer je het vak toch vooral door uren te maken en veel uit te proberen. In dat opzicht was het juist wel een voordeel dat ik zo rond m’n twintigste níét op de toneelschool zat, want ik kon toen veel rollen spelen waar leeftijdgenoten die wel studeerden geen tijd voor hadden. Ik heb toen echt alles aangepakt: series, korte films, afstudeerprojecten. In zekere zin was dat mijn opleiding. Over het acteren zelf dacht ik die eerste jaren niet echt na, ik deed gewoon wat er in me opkwam. Dat is de laatste jaren wel veranderd: ik ben het vak veel serieuzer gaan nemen, ik probeer mijn personages nu veel meer te doorgronden. Wat misschien gewoon een kwestie is van ouder worden, je krijgt vanzelf meer behoefte aan diepgang.’

Je hebt intussen wel een jaar op de filmacademie gezeten. Is dat de volgende stap: zelf filmmaker worden?
‘Naast het acteren heb ik altijd al aan eigen filmprojecten gewerkt. Dat wilde ik meer ontwikkelen. Maar na een jaar niet spelen ging ik het acteren toch erg missen. Combineren lukte niet, dus ben ik maar weer met de opleiding gestopt. Destijds vond ik dat best frustrerend, maar eigenlijk heeft het ook wel voordelen zo. Door op allerlei sets te staan krijg ik de kans om veel regisseurs aan het werk te zien, dat is enorm leerzaam. En bovendien: als je zelf een film maakt, wordt die alleen maar beter als je de tijd neemt om er goed over na te denken. Ik probeer sowieso een beetje te onthaasten tegenwoordig – op alle fronten, ook als acteur. Ik hoef niet meer alles aan te pakken. Ik wil vooral genieten, aftasten, rustig groeien.’

Forever Rich is vanaf 1 oktober te zien op Netflix