Ook al is Woody Allen door half Hollywood gecanceld, de 85-jarige regisseur gaat stug door met films maken. Deze week verschijnt nummer 49, getiteld Rifkin’s Festival.

Het helpt bij Woody Allens nieuwe film Rifkin’s Festival wanneer je een beetje op de hoogte bent van de filmgeschiedenis. In deze soepele zedenschets komt namelijk een handvol hilarische persiflages op beroemde films van onder anderen Fellini, Godard, Buñuel en Bergman voorbij.

De verbasterde filmscènes zijn dromen van filmprofessor op leeftijd Mort Rifkin, die met zijn vrouw Sue in Spanje is voor het festival van San Sebastian. Sue doet daar de pr voor de jonge Franse regisseur Philippe, en Mort vreest – niet ten onrechte – dat het niet alleen bij pr blijft.

Rifkin’s Festival is alweer de 49ste film van Woody Allen, die er een gewoonte van heeft gemaakt om elk jaar met een nieuwe film te komen. Die buitengewoon rappe productie – de meeste regisseurs doen minstens twee jaar over een film – is niet alleen opvallend vanwege ’s mans hoge leeftijd (85 inmiddels), maar ook vanwege het feit dat zijn films niet meer in Amerika uitgebracht worden, omdat half Hollywood hem gecanceld heeft.

‘Wanneer je eenmaal besmeurd bent word je nooit meer helemaal schoon’

Woody Allen

Op 4 augustus 1992 zou Allen namelijk zijn zevenjarige adoptiedochter Dylan hebben misbruikt. Allen heeft altijd ontkend en justitie en jeugdzorg spraken hem destijds na langdurig onderzoek ook vrij, maar na #MeToo en een tv-interview in 2018 met de inmiddels volwassen Dylan – waarin ze de aanklacht herhaalde – werd Allen online alsnog berecht.

Sommige acteurs die in zijn films hebben gespeeld geloven Dylan, betuigen diepe spijt en zweren Allen af, terwijl andere acteurs het juist voor hem opnemen. Zij wijzen op de officiële onderzoeken en de conclusie van jeugdzorg destijds: mogelijk werd Dylan beïnvloed door haar adoptiemoeder Mia Farrow, omdat Farrow furieus was nadat Allen het kort voor de aanklacht had aangelegd met een andere adoptiedochter van haar, de toen 21-jarige Soon-Yi.

Isolatie

De waarheid ligt in deze kwestie niet ergens in het midden, en besluiten of je wel of niet met Allen wilt gaan praten staat in feite gelijk aan kiezen wie je gelooft: Allen of Dylan en Farrow. Nadat ik me voor een eerder stuk dit jaar (naar aanleiding van Allens autobiografie Apropos of Nothing) uitvoerig in deze kwestie heb verdiept kies ik voor Allens versie.

Dat acteurs als Timothée Chalamet, Kate Winslet en Greta Gerwig, die hebben gezegd nooit meer met hem te willen werken, zich ooit zullen bedenken verwacht Allen niet. Aan de telefoon vanuit New York zegt hij: ‘Ik denk niet dat er voor mij nog veel zal veranderen. Wanneer je eenmaal besmeurd bent word je nooit meer helemaal schoon. Gelukkig ben ik nooit onderdeel geweest van de commerciële filmscene in Hollywood. Ik heb altijd in New York gewoond en heb weinig vrienden in de showbizz. Ik ben ook geen lid van de Academy of Motion Pictures. Ik ben van mezelf en dat ben ik ook altijd geweest. Dus in die zin voel ik geen pijn van de isolatie. Ik voel wel de pijn van de isolatie door de pandemie. Omdat ik niet meer met vrienden uit eten kan gaan nu de restaurants dicht zijn. Maar dat is het wel zo’n beetje.’

Wallace Shawn als Mort Rifkin, Gina Gershon als Sue en Louis Garrel als Philippe

Het perfecte kunstwerk

In de film snapt Mort niet waarom rivaal Philippe zo veel succes heeft met een antioorlogsfilm. ‘Wat moet je dan zijn? Voor de oorlog?’ vraagt Mort zich vertwijfeld af. En ook Allen blijkt weinig op te hebben met politieke kwesties. ‘Crises komen en gaan. Wat veertig of zelfs twintig jaar geleden gezien werd als een enorme crisis is vandaag vaak compleet onbelangrijk geworden. Ik ben – net als Mort – meer geïnteresseerd in de Grote Vragen van het leven. Waarom we hier op aarde zijn bijvoorbeeld.’

Existentiële vragen die ook centraal staan in de films die door Allen op de hak genomen worden in Rifkin’s Festival. Films als À bout de souffle van Jean-Luc Godard of Het zevende zegel van Ingmar Bergman. Maar belachelijk maken wil hij die films beslist niet. ‘Ik zie ze nog vaak voorbijkomen op televisie en ze zijn nog even fantastisch. Mijn hele leven probeer ik al zulke superbe kunstwerken te maken, maar 99,9 procent van de tijd faal ik. Heel frustrerend, maar ook stimulerend. Je blijft het zo toch proberen.’ Of Allen dat perfecte kunstwerk inmiddels zelf heeft gemaakt kan hij niet zeggen. ‘Dat moeten anderen maar bepalen. Ik heb geen idee of ook maar een van mijn films de tand des tijds zal doorstaan.’

Niet dat Allen daar zelf wakker van ligt. ‘Ik ben totaal niet geïnteresseerd in iets als een nalatenschap. Het idee alleen al vind ik belachelijk. Op een dag ga je dood en dan verdwijn je voor altijd. Wat je daarvoor hebt gemaakt is dan volslagen onbelangrijk geworden. Ze kunnen al mijn films in de zee gooien, wat mij betreft. Wanneer ik eenmaal weg ben krijg ik daar toch niets van mee. Voor sommigen is hun nalatenschap iets waarmee ze hun angst voor de dood op afstand kunnen houden. Zij menen dat ze in hun werk zullen voortleven. Maar voor mij betekent het niets. Helemaal niets.’

Rifkin's Festival draait vanaf donderdag 3 december in de bioscoop