De verfilming van Charles Dickens’ beroemde roman David Copperfield moest voor regisseur Armando Iannucci vooral fris voelen. ‘Het speelt zich af in 1840, maar dit was voor mensen toen de tegenwoordige tijd. Die urgentie moest ook in de film zitten.’

‘Hoelang hebben we?’ Dat is de eerste reactie van de Schotse schrijver/regisseur Armando Iannucci wanneer ik hem vraag naar de rol van humor in zijn nieuwe film The Personal History of David Copperfield, een eigenzinnige en eigentijdse bewerking van de beroemde roman van Charles Dickens.

‘Ik deel de wereld in twee kampen in,’ zegt Iannucci vervolgens aan de telefoon vanuit Londen. ‘Mensen mét en mensen zonder gevoel voor humor. En die tweede groep snap ik totaal niet. Humor betekent voor mij dat je de wereld in al haar complexiteit durft te bekijken, maar ook dat je ziet hoe het beter kan. Bovendien laat humor je vanuit een andere, onverwachte hoek naar kwesties kijken. Ook naar moeilijke kwesties.’

Zo’n uitgesproken reactie was te verwachten, want humor speelt een belangrijke rol in alles wat de 57-jarige Iannucci de afgelopen drie decennia heeft gemaakt. Voor de radio (On the Hour), de televisie (Alan Partridge) en recent ook voor de bioscoop (In the Loop, The Death of Stalin), waarbij inderdaad geen enkel onderwerp taboe was.

‘Te vaak willen mensen de mening van een ander niet eens horen. Zo kom je nooit te weten wat de ander vindt en zul je nooit dichter tot elkaar komen.’

Armando Iannucci

‘Ik weet dat er collega’s zijn die geen grappen meer durven te maken over bepaalde onderwerpen, omdat iedereen tegenwoordig zo snel gekwetst is. Mijn antwoord daarop is: wat is er mis met gekwetst zijn? Stel iemand maakt een grap over je geloof. Wat stelt je geloof dan voor als het onder de eerste de beste grap al afbrokkelt? 

Te vaak willen mensen de mening van een ander niet eens meer horen. Wanneer ze het niet met je eens zijn, word je geblokkeerd, ontvolgd, of proberen ze je platform af te pakken. Ga weg en wees stil, zodat ik me veilig voel. Maar zo kom je nooit te weten wat de ander vindt en zul je ook nooit dichter tot elkaar komen. 

Dit zorgt allemaal voor erg veel rumoer op sociale media, maar het moet ook weer niet overdreven worden. Mensen zijn zich tegenwoordig gewoon beter bewust van wat bepaald taalgebruik met anderen kan doen en houden daar – terecht – rekening mee. Maar dat is iets heel anders dan dat je over het ene onderwerp nog wel grappen mag maken en over het andere niet meer. 

En we zijn ons gevoel voor humor echt niet kwijtgeraakt. Sterker nog: er is nu meer stand-upcomedy in Engeland dan ooit. Alleen waren komieken twintig jaar geleden allemaal wit en man, en is het aanbod nu heel divers, zowel in etnisch als in religieus opzicht.’

Urgentie

Die diversiteit zien we ook terug in The Personal History of David Copperfield, waarin de belangrijkste rollen worden gespeeld door acteurs met allerlei verschillende etnische achtergronden. Zo is Davids vriendin Agnes zwart, terwijl haar vader van Aziatische afkomst is, en is zijn goede vriend Steerforth wit, terwijl diens moeder weer zwart is.

‘Toch,’ zegt Iannucci, ‘is die kleurenblinde casting niet zo politiek als je misschien zou denken. Ik kon me bij David Copperfield gewoon niemand anders voorstellen dan acteur Dev Patel [die Indiase ouders heeft, red.]. Ik had ook geen idee wat ik gedaan had als hij nee had gezegd. Gelukkig zei hij ja, waarna ik bij de rest van de cast eigenlijk alleen gekeken heb naar wie het best bij de aard van het personage past.'

Dev Patel als David Copperfield in The Personal History of David Copperfield

'Voor mij was het belangrijkst dat de film fris voelt. Ja, het verhaal speelt zich af in 1840, maar vergeet niet dat dit voor de mensen toen de tegenwoordige tijd was. Ze hadden hun hele toekomst nog voor zich. Die urgentie moest ook in de film zitten.

En ook in 1840 waren mensen bezig met zaken als identiteit, afkomst en status. Dat mijn personages worden gespeeld door acteurs met verschillende achtergronden past dan ook prima bij het verhaal, waarin het niet gaat over waar je vandaan komt, hoe je bent opgevoed en hoeveel geld je hebt, maar over wie je vrienden zijn, voor wie je zorgt en wie voor jou zorgt. Zowel de film als het boek is een ode aan de gemeenschap.

Dickens was eigenlijk een heel moderne schrijver. Tijdens zijn leven was hij de beroemdste schrijver van de wereld, met een enorm platform. Dat gebruikte hij ook om het over heel complexe kwesties te hebben. Hij schreef net zo makkelijk over de belabberde omstandigheden in fabrieken of het slechte schoolonderwijs als over de corruptie in de politiek. En ondertussen waren zijn boeken toch heel vermakelijk en toegankelijk. Daarom keek men in literaire kringen vaak op hem neer. Hij was té populair. Te veel gericht op sensatie. En dat klopte ook wel, want hij was gek op cliffhangers. Maar dat iemand met zo’n groot publiek zulke serieuze kwesties durft aan te snijden, zie je niet vaak. En Dickens zou zich ongetwijfeld ook in het heden thuis hebben gevoeld. Dan had hij geschreven over pandemieën, nepnieuws en globalisering. Met dit verschil dat hij nu iets internationaler naar de wereld had gekeken.’

The Personal History of David Copperfield draait vanaf donderdag 17 september in de bioscoop