In het liefdesdrama Plaire, aimer et courir vite komt veel seks voor. Wel altijd kies in beeld gebracht, want regisseur Christophe Honoré kan er niet tegen 'wanneer seks in een erotische scène een prestatie wordt'.

Pierre Deladonchamps en Vincent Lacoste in Plaire, aimer et courir vite

Pierre Deladonchamps en Vincent Lacoste in Plaire, aimer et courir vite

Na een toevallige ontmoeting in een Parijse bioscoop wordt de jonge Arthur verliefd op de al wat oudere schrijver Jacques. Zo verliefd dat hij van zijn woonplaats in Bretagne naar Parijs verhuist om dichter bij Jacques te kunnen zijn. Maar die heeft aids en weinig behoefte aan een nieuwe relatie.

Dat is in het kort het verhaal van het fijn directe en levensechte liefdesdrama Plaire, aimer et courir vite, wat zoiets betekent als: leuk vinden, liefhebben en snel lopen. De film draaide in de hoofdcompetitie op het afgelopen festival van Cannes, waar ook de 48-jarige regisseur van de film, Christophe Honoré, aanwezig was.

Het voelt alsof dit een heel persoonlijk verhaal is. Is dat ook zo?
Honoré: ‘Ja, het is autobiografisch. Het zou aanstellerij zijn om te beweren van niet. De film speelt zich begin jaren negentig af, toen was ik twintig. Ik woonde en studeerde in Rennes, in Bretagne. Het personage Arthur is zeker gebaseerd op voorvallen uit mijn eigen leven, maar ik ben óók Jacques. Ik heb net als hij een kind en verschillende minnaars. Ik vind het leuk om op verschillende leeftijden met zo’n bijna-zelfportret te werken.’

Bent u misschien ook Mathieu, Jacques’ goede vriend?
‘Ja, Mathieu ook! Want binnenkort laat de kunst van het verleiden me misschien in de steek en zullen mijn relaties met jongens voor een deel gefantaseerd zijn. Net als bij Matthieu.’

‘Ik heb er altijd voor gewaakt dat angst mijn vrijheid, genotzucht of losbandigheid in de weg ging staan’

Christophe Honoré

Hoewel de film over mensen gaat die aan aids sterven, is de toon opvallend luchtig. Waarom?
‘Bij zware onderwerpen, zoals ziekte en een onmogelijke liefde, accepteer ik dat mijn film ook melodramatisch is. Het is dan ook eerder een melodrama dan een komedie. Maar een melodrama hoeft niet hoogdravend of zelfgenoegzaam te zijn. Ik wilde zo veel mogelijk humor in de film stoppen zonder diepe gevoelens te verdoezelen of afbreuk te doen aan gedachten die worden gedeeld. Mijn personages moesten levende mensen zijn. En daar hoort nu eenmaal humor bij. Ook als kijkers eigenlijk wel weten dat het een tragische liefdesgeschiedenis wordt, moeten ze toch van de leuke momenten kunnen genieten.’

We zien vaak homo’s cruisen in de film. En horen Arthur dat ook fel verdedigen. Bent u daar aan het woord?
‘Natuurlijk.’

Was u destijds niet bang dat u aids zou oplopen? De personages in de film lijken nogal onvoorzichtig…
‘Nee, ik weet nog goed... Ik verkende mijn homoseksualiteit medio jaren negentig toen ze veel aan aidspreventie deden en condooms werden gepromoot. Op mijn twintigste kon ik dankzij het condoom seksuele contacten onderhouden met hiv-dragers. Ondanks de angst, die soms heftige vormen aannam, heb ik er altijd voor gewaakt dat die vrees mijn vrijheid, genotzucht of losbandigheid in de weg ging staan. Zaken die voor mij toen erg belangrijk waren. En al wist ik dat mij hetzelfde kon overkomen als Arthur, dat ik iemand versierde die hiv bleek te hebben, ik heb me daar nooit door laten tegengehouden. Dat was dus vooral vanwege de condooms. Die zorgden ervoor dat we gewoon ons leven konden leiden. Maar dat is volgens mij het tegenovergestelde van onvoorzichtig. Ik was juist erg vóórzichtig. Daardoor kon ik alles doen wat ik wilde. Dat vond ik ook zo leuk aan Arthur. Ik wilde absoluut geen scène waarin hij tegen z’n vrienden zou zeggen: “Ik ben doodsbang om besmet te worden.” Dat zou namelijk nergens op slaan. Met condooms werd je niet besmet. En gelukkig kreeg niemand van ons aids. Nou ja, niemand... wie gedisciplineerd bleef, is aan de aidsepidemie ontsnapt.’

Er komt uiteraard seks voor in de film, maar het wordt niet al te expliciet in beeld gebracht. Is dat omdat u een breed publiek wilde bereiken?
‘Nee, dat gaat bij mij vanzelf. Mijn personages zijn wel veel met sensualiteit bezig. Ze zijn een groot deel van de dag aan het daten en jagen avontuurtjes na. Dat wil ik niet buiten beeld houden. Ik vind het echt onuitstaanbaar als je personages in bed ziet liggen en de camera draait weg. Zo preuts. Maar ik kan er ook niet tegen wanneer seks in een erotische scène een prestatie wordt. Dan voel ik dat de regisseur macht uitoefent over zijn acteurs. En dat verafschuw ik. Ik sluit een contract met de acteurs dat ik hun lichaam mag filmen. Ik stel ze bewegingen voor die ik tijdens het filmen tot in het absurde voordoe. Voor mij is het belangrijk dat de seksscènes precies dezelfde tederheid hebben als de rest van mijn film.’

Meer over Plaire, aimer et courir vite