In Calimucho gebruikt Eugenie Jansen opnieuw liever echte mensen dan acteurs. ‘Bij mijn manier van regisseren krijg je dingen die je anders nooit van acteurs zou krijgen.’

‘Ik ben hier een allochtoon aan het leren poetsen,’ zegt circusartiest Willy in de film Calimucho door zijn mobieltje tegen een beller. De bewuste allochtoon , een Tunesische jongeman genaamd Tarek, is nieuw bij het circus en Willy wil hem net laten zien wat van hem verwacht wordt als zijn mobieltje afgaat. De beller is echt, en ook Willy’s reactie is spontaan, maar Calimucho is géén documentaire. Calimucho is fictie.

De film vertelt het verhaal van circusdochter Dicky. Ze zorgt voor Willy, de man van haar overleden zus, en diens zoontje Timo. Dicky gedoogt de alcoholische Willy, omdat ze van Timo houdt alsof het haar eigen zoon is. Maar als ze verliefd wordt op Tarek, komt ze voor een moeilijke keuze te staan: bij Willie en Timo blijven, of meegaan met Tarek.

Regisseur van Calimucho is Eugenie Jansen (1965, Maastricht), die in 2002 op het filmfestival van Rotterdam een Tiger Award kreeg voor haar debuutfilm Tussenland, een film die opviel door het overtuigende spel van de niet- professionele acteurs. ‘Ik neem aan dat dat laatste me de regie voor Calimucho heeft opgeleverd,’ zegt Jansen tegen de VPRO Gids. ‘Scenarioschrijfster Natasha Gerson en producente Stienette Bosklopper hadden het idee voor een film over een circus, maar dan wel met echte mensen, de rollen mochten niet gespeeld worden door acteurs.’

 

Waarom werd het geen documentaire?
‘Als we een documentaire hadden gemaakt, hadden we dit verhaal nooit kunnen vertellen.’

De acteurs spelen wel allemaal onder hun eigen naam…
‘Dat had vooral een praktische reden. Omdat ik er op stond dat het circus ook echte voorstellingen zou geven, met een betalend publiek, loopt iedereen voor de camera doorelkaar. Acteurs en niet acteurs. Het zou heel verwarrend worden als iemand Willy zou willen aanspreken, en het personage van Willy heeft dan een andere naam. Dan worden er vergissingen gemaakt. Ik heb er wel lang over nagedacht of dat ook voor hun OK was. Je suggereert met hun echte namen toch alsof het hun ook echt overkomt. Maar ze vonden het absoluut geen probleem, en toen ben ik er zelf ook maar overheen gestapt.’

Hoe vond je ze?
‘Ik ben samen met circusdirecteur Peter, met wiens circus Harlekino we meereisden, op zoek gegaan. Hij zocht mensen die hij in zijn circus kon gebruiken, ik zocht mensen voor in de film. Peter had Willy als clown gecontracteerd en ik vond hem heel bijzonder. Een heel eigen man, die dicht bij zichzelf staat. Tijdens een van de gesprekken met Willy kwam zijn vrouw Dicky binnenlopen. En ik dacht meteen, hier komt onze hoofdrolspeelster. Timo is ook in werkelijkheid hun zoontje, en volgens mij voel je dat in de film, die vertrouwdheid met elkaar.’

Ik kan me voorstellen dat door de keuze voor de mensen – zoals Dicky en Willy – het script verandert. Dat de werkelijkheid de fictie gaat bepalen.
‘Dat gebeurde ook deels wel. In het oorspronkelijke scenario had Willy’s personage een westernshow met messen, en ik vond het wel jammer dat we dat moesten opgeven. Gelukkig zei Willy dat ie gooien kon, dus nou is ie in de film een clown die met messen gooit.’

De grote kracht van de film zijn de levensechte personages. Hoe is het je gelukt deze amateur-acteurs zo overtuigend te laten spelen?
‘We hebben voorafgaand aan de opnamen een paar maanden met ze getraind. We hebben ze technieken geleerd, waardoor ze niet zouden anticiperen op wat de ander deed, alleen maar reageren. Op de set zaten drie spelregisseurs onder de tafel, van wie ik er eentje was, die de hele tijd bordjes omhooghielden.’

Wat stond er op die bordjes?
‘Opdrachten. Doelen die je moet bereiken. Bijvoorbeeld: spelregisseur 1 houdt voor Willy een bordje omhoog met de tekst: Biets een sigaret, en spelregisseur 2 laat Dicky een bordje zien met: Je hebt nog drie sigaretten over, waar je het de rest van de week mee moet doen. En de acteurs kregen de bordjes van de ander nooit te zien.’

Hoe weet je dan of eruit komt wat jullie voor ogen stond?
‘Dat weet je niet. Maar je krijgt wel altijd echte, eerlijke reacties. En we gaven de acteurs daar nog iets bij. We leerden ze dat je drie cirkels van geluid hebt. Een is geluid binnen, twee is geluid buiten en drie is het geluid in jezelf. We hebben ze erop getraind dat ze hun concentratie konden verleggen binnen die drie cirkels. Want als je dat doet krijg je steeds andere reacties. Op de set hadden we ook nog groene en rode kaarten. Groen betekende dat je mocht praten, rood was mondje dicht.’

En dat accepteerden ze zomaar?
‘Eigenlijk wel, al hadden ze soms iets van: Dit lijkt wel een kleuterklas! En er was nóg een ding. Sta eens op. (ik ga staan, en Jansen begint aan mijn broekspijpen te trekken) Links trekken betekent naar links lopen, en rechts trekken naar rechts. We hebben ze geleerd niet te schrikken wanneer we dat deden en niet naar beneden te kijken.’

Heb je iets tegen acteurs?
‘Ik heb niets tegen acteurs.’

Je gaat toch niet maanden met amateurs repeteren als je niets tegen acteurs hebt. Je hoeft geen namen te noemen hoor…
‘(lacht ) Ik zie heel vaak bij acteurs dat de emotie via het denken komt. Alles is gestuurd. Ik heb altijd het gevoel dat ik dat kan zien, en dat zit me enorm in de weg. Bij mijn manier van werken krijg je dingen die je anders nooit van acteurs zou krijgen.’

Zoals?
‘Neem het moment dat Willy en Timo samen op bed naar de televisie liggen te kijken en Timo begint aan de haren op zijn arms vader te plukken. Zoiets kan je niet regisseren. Zoiets kan je alleen maar laten ontstaan.’

Is het probleem niet dat je amateurs geen moeilijke emoties kan laten spelen, juist omdat het er dan gespeeld uitziet ?
‘Niet als die emoties dicht bij ze liggen. Maar je krijgt natuurlijk niet altijd wat je wilt. Op het eind zit een scène waarin Dicky met haar vader bij een tankstation staat. Oorspronkelijk was de bedoeling dat ze op dat moment zou breken.’

En een acteur kan je breken, als je zegt: Breek, dan breken ze…
‘Ja, en Dicky wilde niet breken. We hadden er wel op gerepeteerd, en op de repetities brak ze binnen twee minuten. Daar was ze later nog heel boos over. En toen heeft ze waarschijnlijk besloten: Dit nooit meer.’

Verwijt je jezelf dan dat het je niet gelukt is haar te breken ?
‘Nou nee, meer dat ik per se wilde dat ze zou breken. Want wellicht paste dat helemaal niet bij haar. Misschien wilde ik dat alleen maar.’

Is dat niet het probleem van deze manier van werken. Je bidt en hoopt de hele tijd dat je krijgt wat je denkt dat je gaat krijgen. Maar is dat nog wel regisseren?
‘Ho, nee. Jawel. Je stuurt de hele tijd dingen bij, kijkt hoe je dingen kunt omvormen. Ik regisseer me het leplazerus.’

Calimucho gaat op 11 september in première