Jia Zhangke wordt veelal beschouwd als de aanvoerder van de 'zesde generatie', een groep Chinese filmmakers die sinds begin jaren negentig buiten het door de staat gereguleerde studiosysteem om en vaak met een kritische blik naar de razendsnelle industrialisering van China kijken. Met zijn speelfilmdebuut Pickpocket (1998) viel hij direct wereldwijd in de prijzen. Wat door anderen als collateral damage wordt beschouwd – de gedwongen ontruiming van dorpen voor de bouw van een dam, de steeds ingrijpendere emotionele onthechting tussen familieleden – is voor Jia de bron van zijn verhalen.

De Chinese regisseur en scenarist Jia Zhangke is geboren 1970, en opgegroeid in het plaatsje Fenyang. Zelf noemt hij het een klein dorp, maar met ruim 300.000 inwoners was FenYang toen bijna net zo groot als Utrecht nu. Zhangke wordt  veelal beschouwd als de aanvoerder van de 'zesde generatie', een groep Chinese filmmakers die sinds begin jaren negentig buiten het door de staat gereguleerde studiosysteem om werken en vaak met een kritische blik naar de razendsnelle industrialisering van China kijken. Met zijn speelfilmdebuut Pickpocket (1998) viel hij direct wereldwijd in de prijzen.

Toen Jia Zhangke de film Yellow Earth (1984, Chen Kaige) had gezien, wist hij dat hij ook filmmaker kon worden. Hij herkende in de stijl van de film zijn eigen interesses, mensen en locaties. Dit resoneerde met Zhangke's eigen ervaringen uit zijn jeugd. Jia Zhangke meldde zich aan bij een van de slechts acht filmscholen in China, met als idee om cameraman te worden. ‘Cameramensen zijn magiërs,’ vindt Jia. ‘Maar helaas, de vereiste om cameraman te worden was dat je minimaal 1,70 meter lang moest zijn, en me aanmelden voor de regisseursopleiding durfde ik niet!’ Jia vertelt dat er jaarlijks tienduizenden aanmeldingen binnenkomen voor deze opleiding, en dat er maar 12 worden aangenomen.

Voor 1990 mocht je als filmmaker in China alleen propagandafilms maken. Jia’s film Pickpocket was in China dan ook ‘not done’. Hij is met deze film een pionier in de (Chinese) filmindustrie geweest, door hoofdpersonages in zijn werk te gebruiken die tekortkomingen hebben. Er waren ook wel andere onafhankelijke filmmakers in China, maar die uitten volgens Jia hun rebellie in de vorm van scheldwoorden. Dat vond Jia Zhangke niet voldoende, hij wilde echte verhalen vertellen omdat die de tijdsgeest van China goed reflecteert. Pickpocket heeft op meerdere internationale filmfestivals gedraaid en wereldwijde faam gekregen. Jia Zhangke heeft gesprekken gehad met onder andere ambassadeurs uit andere landen, en waant zich (niet alleen) naar eigen zeggen belangrijk in de samenkomst van verschillende culturen die hierbij kwam kijken.

‘Ik laat het leven zien zoals het is,’ zegt Jia Zhangke over de thema’s van zijn films. Hij maakt zijn films objectief door een soort afstand te creëren tussen hem en het publiek. Het is volgens Jia de bedoeling dat het publiek gelijk is aan de personages, zodat ze zich beter kunnen identificeren.

'Veranderingen in de maatschappij hebben directe en constante invloed op mensenlevens'

Jia Zhangke

Illegale dvd's

Na Pickpocket werden de films van Jia Zhangke verboden in China (toch kwam hij toen met de naar het IFFR in 1998), hij vond zelf dat hij niets verkeerds had gedaan dus Jia Zhangke begon aan zijn tweede feature. Zijn films waren vanaf dat moment alleen nog te krijgen in de illegale dvd-winkels. Samen met Tony Rayns, de moderator van de masterclass, heeft hij jaren geleden zo’n winkel bezocht in Beijing. Jia Zhangke omschrijft de bruine papieren zakjes met zijn filmtitels erop, met een zwarte marker geschreven. ‘Ik herinner me dat de winkelier zei dat hij een nieuwe interessante film binnen had gekregen: Platform. Van mij!’ zegt de regisseur. Er werden dagelijks wel vijftig van Jia’s illegaal gekopieerde films verkocht. ‘Ik ben een beroemdheid in de illegale dvd-wereld!’

Tegenwoordig is het volkomen geaccepteerd dat Chinese filmmakers sociaal-realistische verhalen maken, alhoewel er nog steeds veel mensen van mening zijn dat kunstenaars zich niet met de maatschappij moeten benoemen. De regisseur is het daar niet meer eens. ‘Veranderingen in de maatschappij hebben directe en constante invloed op mensenlevens,’ zegt Jia Zhangke. ‘Deze twee kun je niet los van elkaar zien.’

A Touch of Sin

Authentieke personages

Jia Zhangke heeft een voorkeur voor niet-professionele acteurs in zijn films, omdat zij natuurlijk en authentiek zijn. Zo heeft hij bijvoorbeeld een klasgenoot tijdens zijn opleiding in een feature de hoofdrol laten spelen. ‘Deze keuze was ook om te rebelleren tegen het lichaamstype van de toenmalige acteurs,’ zegt Jia Zhangke. ‘Die zagen er allemaal hetzelfde uit, en acteerden ook allemaal hetzelfde.’ Ook bijzonder, in de films van de regisseur komt de taal Mandarijn niet voor. ‘Dialecten zijn een krachtige manier om emotie te tonen en om je zelf te uiten,’ zegt Jia Zhangke. Hij schrijft de scripts dan ook in zijn eigen dialect en meent dat wanneer het publiek Mandarijn als taal hoort, ze zich zullen blijven afvragen waar de acteur nu eigenlijk vandaan komt.

De hardheid uit de beelden van vroege films van Jia Zhangke als Platform (2000) en Unknown Pleasures (2002), met lange, statische shots en personages, heeft hij ook in meer recente films als A Touch of Sin (2013) en nu Ash Is Purest White (2018) losgelaten. De verhaallijnen zijn dramatischer, de verhouding tussen camera en personages intiemer. Dit is zijn meest omvangrijke en meest prijzige feature tot nu toe.

De film Ash is Purest White van Jia Zhangke draait nog tijdens het IFFR op 2 februari.