Duitsland 1994. Drama van Jo Baier. Met o.a. Martina Gedeck, Michael Lerchenberg, Hubert Achleitner, Josef Wierer en Jutta Schmuttermaier.

VPRO Cinema

Ze is begin dertig. Ze heeft een aardige snuit. Ze noemen haar H[KA3]olleisengretl (Gedeck), omdat ze een bochel heeft. Haar ouders verachtten haar. Ze stierven van verdriet toen haar broers tijdens WO II (1939-45) vielen en lieten haar de boerderij na. Ze is wilskrachtig en laat zich door niets en niemand van de wijs brengen. Ook haar omgeving heeft de grootste minachting voor haar. Ze hunkert naar liefde en genegenheid, die ze niet kent, maar wil leren kennen. Ze verleidt daartoe haar dagloner Wiggerl (Lerchenberg) en het wordt haar eerste ervaring, die geen tederheid oplevert maar wellust. Ze besluit nu een definitieve verovering te maken en ze zoekt een man uit eigen kringen, een boerenzoon uit de omgeving van Salzburg. Nu is ze zelf verliefd, ze neemt hem als knecht in dienst en trouwt met hem om dan te ontdekken dat het om haar geld ging en niet om de liefde. De nieuwbakken echtgenoot laat haar werken en sloven terwijl hij het zelf op een zuipen zet in het Wirtshaus. Deze lamlendige houding doet het huwelijk geen goed en als hij andersdaags in het duister naar de hoeve terugkeert, rijdt hij met zijn zatte kop op de motor in volle vaart tegen een draad, die iemand over de weg had gespannen. Hölleisengretl is weer alleen, een ervaring rijker en niet ongelukkiger. Het scenario voor dit griezelige Heimatdrama is van regisseur Baier. Het is een vrije bewerking naar het verhaal Die Geschichte von der buckligen Hölleisengretl van Oskar Maria Graf. Het spel van Gedeck is een tour-de-force waarvoor zij de filmprijs van Beieren kreeg; ook Baier kreeg een bekroning. Het camerawerk is van Jürgen Martin en Horst Zeidler.