VPRO Gids #36

VPRO’s Boeken, het enige duurzame boekenprogramma op de Nederlandse televisie, bestaat tien jaar. Presentator Wim Brands over de kneepjes van het vak.

Als mijn vrouw me niet had voorgedaan hoe ik volgens haar empathisch in de camera moest kijken en had gezegd dat het volgens haar een koud kunstje was – ook voor mij – was ik nooit begonnen aan dat tv-avontuur. De vpro mocht weer eens proberen een boekenrubriek te maken en de hoofdredactie was op het idee gekomen dat de maker van boekenprogramma’s op de radio dat dan maar moest doen.

En zo kon het gebeuren dat ik na een proefopname naar huis werd gestuurd met een band waarop ik hartstochtelijk niet in de camera keek omdat ik de opnameleider niet uit het oog wilde verliezen.

Ik heb de raad van mijn vrouw opgevolgd, evenals die van regisseur Ellen Jens die me vertelde dat ik mezelf moest spelen. Wat ik op de een of andere manier snapte.

Solitair

Trouw blijven aan jezelf is overigens nog niet zo makkelijk in het tv-landschap. Zo kreeg ik een redactie toebedeeld die hartstochtelijk vragen begon te bedenken en leesverslagen maakte, terwijl ik op de radio nu juist vele jaren had geleerd solitair te opereren, zoals ik dat ooit daarvoor ook vele jaren voor kranten had gedaan. Opeens was ik een verslaggever met souffleurs – die geweldig hun werk deden, ik stel dit zonder ironie –, maar naar wie ik in de korte tijd dat we samenwerkten nooit heb geluisterd.

Behalve de leerjaren bij kranten en de radio – onder de bezielende leiding van Wim Noordhoek – heb ik wat betreft het maken van programma’s meer gehad aan het op jonge leeftijd goed luisteren en kijken naar optredens van bijvoorbeeld de improvisatiemeesters Han Bennink en Misja Mengelberg: als er as op de toetsen komt speel je die er af.

En ik heb veel gehad aan gesprekken met de Vlaamse acteur Julien Schoenaerts, die me tijdens een radioklus uitlegde hoe je van je paniek gebruikt kunt maken. Ooit was hij een tekst even kwijt. Hij bleef rustig heen en weer lopen tot de regels weer neerdaalden. Alsof het zo moest.

Het was ook Schoenaerts die ooit werd ge­interviewd door een redactrice van een televisieprogramma. Een voorgesprek. Tijdens het optreden gaf hij opeens andere antwoorden, wat de redactrice nog op een aardige uitbrander is komen te staan.

Ik heb één keer een voorgesprek gedaan. Met de stokoude Hans Keilson. Het leek hem goed dat we elkaar van tevoren even zouden zien en dat hij zou weten wat ik wilde. Zien is overigens het woord niet. Hij zag bijna niets meer en zei tijdens de ontmoeting ‘Wat gaat dit goed; we zijn toch al aan het opnemen, neem ik aan’.

Ja, had ik willen zeggen, alleen de camera’s ontbreken nog.

Inbeelding

Toen ik hem kort nadien interviewde in de Amsterdamse studio heb ik me voorgesteld dat ik weer in die huiskamer zat. Zoals ik me later tijdens een interview met Paul Auster op aanraden van mijn vriend Roel Bentz van den Berg, die verstand van theater heeft, heb ingebeeld dat ik samen met de Amerikaanse schrijver in een sigarenwinkel in New York stond. Zoals in de door hem geschreven film Smoke. Auster wist dat niet, ik wel. En ik begon voor de toonbank over een boek dat we beiden bijzonder vinden. I remember van Joe Brainard. Nadat Auster had uitgelegd waarom het werk hem beviel was het een koud kunstje om hem over zijn lichaam te laten vertellen waarover hij juist een boek had geschreven. 

Dit kan overigens ook jammerlijk mislukken. Zo interviewde ik in dezelfde uitzending de Palestijnse schrijver Sayed Kashua die een bijzonder boek had geschreven over hoe het was om op te groeien in een hem vijandige Israelische wereld. Ik probeerde met hem terug te gaan naar zijn geboortegrond, naar de tijd dat hij nog niet was blootgesteld aan vernederingen. Zonder kwade bedoelingen vroeg ik – om maar eens iets noemen – of er boeken in zijn geboortehuis waren. Vanaf dat moment was er geen redden meer aan: elke vraag werd opgevat als een belediging. Ik zag dat.

En ik verzuimde iets te doen wat ik vroeger bij de radio moeiteloos had gedurfd en dezer dagen op tv trouwens ook, namelijk vragen: wat doe ik fout? wat is er aan de hand?

Confrontaties

Wellicht dat u nu het idee krijgt dat ik confrontaties liever uit de weg ga. Dat klopt: confrontaties hebben over algemeen zeer weinig zin als je een gesprek over een boek voert, niet in de laatste plaats omdat je dan zoveel tijd kwijt bent aan gehakketak over goed of niet goed dat de kijker weliswaar een aardig duel kan bekijken maar werkelijk niets maar dan ook niets over de inhoud te horen krijgt. Het gesprek gaat dan lijken op een gevecht van Donald Duck die na enige tijd geen idee meer heeft met wie hij ook al weer aan het vechten was en waarom.

Ik verheug me nu al op het gesprek dat ik een dezer weken ga voeren met de historicus Piet de Rooy over de politieke cultuur in Nederland door de decennia heen, waarin ik hem waarschijnlijk laat uitleggen dat wij onszelf altijd als een voortreffelijk goed volkje wensen te beschouwen. Zoals hij dat doet in zijn boek. Hoe komt dat? U mag dan zelf bepalen of onze Frans Timmermans een typische vertegenwoordiger van die mentaliteit is. De confrontatie vindt plaats voor de tv, niet op de vloer.

Kleeflaag

In de eerste en laatste plaats moet er in Boeken een boek worden vertolkt. Aanvankelijk was het alleen nonfictie. Was de keuze voor mij in het begin wellicht nog twijfelachtig, het idee om alleen nonfictie te bespreken was een schot in de roos. Het verschafte mij namelijk de mogelijkheid om over de inhoud van het boek te praten zonder ten prooi te vallen aan die zucht naar human interest die zo langzamerhand als een vette kleeflaag op elke taart wordt gespoten.

De ervaring die ik in die beginjaren opdeed heeft mij zeer geholpen toen ik nadien steeds meer schrijvers van fictie begon uit te nodigen. Je kunt gewoon vragen over een gedicht stellen en hoeft niet direct verlekkerd te informeren naar de tijd dat de schrijver regelmatig door zijn ouders in zijn hansopje aan de waslijn werd gehangen.

‘Ik kreeg een redactie toebedeeld die hartstochtelijk vragen begon te bedenken en leesverslagen maakte, terwijl ik op de radio nu juist vele jaren had geleerd solitair te opereren’

 

Wim Brands

Wim Brands en Boeken bij de VPRO


Nooit meer slapen
Wim Brands is te gast bij het nachtelijke cultuurprogramma van de VPRO om te praten over zijn nieuwe dichtbundel
’s Middags zwem ik in de Noordzee. Maandag 8 september, NPO radio 1, 0.00-2.00 uur