Moord en doodslag op het platteland – daar draait het om in de documentaires en radiodrama’s uit de nieuwe podcastserie Kwaad bloed. ‘In zo’n kleine gemeenschap heeft een misdaad een heel andere impact.’

De plaats heet Rohel – dat klinkt al onheilspellend. Het zijn enkele huizen langs een weg, meer niet. Ik ben opgehaald van station Heerenveen in een auto met een hond achterin. Die lijkt vriendelijk, maar ook groot genoeg om me flink toe te takelen. We stoppen op een oprit vol spullen, met een schutting waarop onbekende symbolen zijn geschilderd. Daarachter is het huis, vol stickers, bordjes en souvenirs van lange reizen: hier woont een verzamelaar. Ik loop mee naar een verbouwde schuur waar een houtkachel brandt. Aan de muren planken met daarop rijen en rijen cassettebandjes en lp’s. Wie uit het raam kijkt, ziet het platste land dat je je kunt voorstellen. Weilanden met daarboven grauwe lucht. In het gras staat een autowrak.

Ik ben hier om te praten over moord en doodslag op het platteland. Mochten de mensen die zich al maanden verdiepen in de vreselijkste vormen van geweld geïnspireerd zijn geraakt, dan hebben ze aan mij een wel heel makkelijk slachtoffer. Gewillig liet ik me meevoeren naar deze afgelegen plek onder het mom van een interview.

Gelukkig zijn Jacqueline Maris en Gerrit Kalsbeek heel aardig en krijg ik koffie en koek in plaats van een mes op mijn keel. Beiden zijn oude rotten in het radiovak: Maris was jarenlang (buitenland)verslaggever voor VPRO-radio en ook Kalsbeek maakte reportages en documentaires. Samen begonnen ze verhalenprogramma Studio Idzerda. Ook wonen ze allebei op het platteland: Maris in een gehucht in de Betuwe, Kalsbeek hier in Friesland.

Rouwdouwers

Omdat ze ook jarenlang in de Randstad woonden, kunnen ze de twee werelden goed met elkaar vergelijken. ‘In de stad kies je de mensen met wie je omgaat,’ zegt Maris. ‘In een dorp ben je op elkaar aangewezen. Het is vanzelfsprekend om elkaar te helpen, maar er wordt ook scherp op elkaar gelet. Een misdaad in zo’n kleine gemeenschap heeft ook een heel andere impact.’ ‘In een dorp ken je iedereen, ook de klootzakken,’ vult Kalsbeek aan. ‘Het rommelt hier. Ik ken er genoeg die paling en snoekbaars stropen en verderop woont iemand die op stille plekjes buiten wiet kweekt. Iedereen sjoemelt en er komt nooit politie in de buurt. En het zijn rouwdouwers: ik ben al twee keer tegen de grond gewerkt en een keer bijna gewurgd. Om niets! Dat is me in Amsterdam nooit overkomen.’

Maris vertelt over een tienerjongen die in haar dorp over de dijk fietste en nipt wist te ontkomen aan twee mannen die hem probeerden te ontvoeren. Toen de politie hen aanhield, vonden ze in hun auto ducttape, touw en handboeien. De daders waren van plan geweest de onfortuinlijke voorbijganger om te brengen. Het platteland biedt dus niet alleen rust en ruimte: je bent er je leven niet zeker. ‘Hoewel de kans dat je van je fiets gesleurd wordt heel klein is; veruit de meeste moorden worden gepleegd door een bekende van het slachtoffer. En de daders zijn meestal mannen,’ stelt Kalsbeek me semigerust.

Kwaad bloed is een podcastserie van acht documentaires en vier radiodrama’s. Maris en Kalsbeek selecteerden zes spraakmakende moordzaken van het platteland, plus een vermissing waar zo veel over te vertellen is dat zij twee afleveringen beslaat. Bij vier van de zaken gaf Maris de dossiers aan jonge scenarioschrijvers, die een fictieverhaal baseerden op de misdaad. Rick Steggerda regisseerde de radiodrama’s.

De documentaires zijn reconstructies van spraakmakende misdaden uit de afgelopen 25 jaar die buiten de stad gepleegd werden. Maris deed diepgravend onderzoek en probeerde zo veel mogelijk betrokkenen te spreken te krijgen. ‘Dat waren vaak lastige gesprekken,’ vertelt ze. ‘Bel maar eens iemand op met de vraag of hij wil praten over zo’n verschrikkelijke gebeurtenis uit zijn omgeving.’ Regelmatig kreeg ze dan ook nul op het rekest. Maar wanneer mensen wel wilden meewerken, waren ze ook vaak opvallend open. ‘Zo ging ik voor de tweede aflevering langs bij de camping waar de eigenaar zonder aanwijsbare reden door zijn hoofd was geschoten. Zijn weduwe vertelde hoe ze met haar vinger het kogelgat had geprobeerd dicht te houden.’

De eerste aflevering, ‘De perfecte moord’, speelt zich af in de omgeving waar Maris woont: in Culemborg. In 2003 omzeilde Peter van B. met zijn Ford Escort de slagbomen op een bewaakte spoorwegovergang. Hij zette de auto op de handrem en stapte snel uit. Zijn vrouw Paula zat nog op de passagiersstoel. De machinist van de naderende intercity zag nog net haar geschokte gezicht achter het raam voor de trein de auto raakte en honderden meters met zich meesleepte. Peter van B. verklaarde later een black-out te hebben gehad en werd tot twee keer toe vrijgesproken. Maris sprak mensen rondom slachtoffer Paula, zoals haar jeugdvriendin, haar broer, de huishoudelijke hulpen en een goede vriend van hun zoon. Ook vroeg ze aan de rechter hoe het kan dat Van B. nooit is veroordeeld.

Levenslang

Bij het maken van hun podcast letten de makers extra goed op de journalistieke normen en waarden en op hun eigen ethische grenzen. Maris: ‘Wat we zeggen, moet wel kloppen. Nederlandse true crime maken is moeilijk, omdat dossiers niet openbaar zijn. Overleden mensen kunnen zich niet verdedigen en hebben ook recht op privacy. En soms moeten bronnen tegen zichzelf in bescherming worden genomen.’

‘Er waren wat mensen die niet al te positief spraken over de slachtoffers,’ zegt Kalsbeek. ‘Roddelden, eigenlijk. Smeuïg, maar dat hebben we er toch maar uit gelaten.’

Sensatie is namelijk niet het doel van Kwaad bloed. Er zijn talloze true-crime-podcasts, het is het meest behandelde onderwerp op podcastgebied. In Amerika wordt zelfs geklaagd dat er geen moordzaak meer is die niet wordt behandeld in een podcast. Maris: ‘We schuwen de gruwelijke details niet, maar het gaat ons vooral om de psychologische achtergronden van de misdaad. Wat gaat er allemaal vooraf aan dat moment? Zoals een van onze geïnterviewden zegt: niemand wordt als moordenaar geboren, maar iedereen heeft het in zich om te doden. We willen uitzoeken hoe het zover heeft kunnen komen, en laten zien wat voor impact zo’n gebeurtenis heeft in een kleine gemeenschap. Het is een cliché, maar nabestaanden hebben echt levenslang. Ook gaat het over de Nederlandse rechtspraak; het is opvallend hoezeer de straffen uiteen kunnen lopen. Wie je advocaat is en welke rechter je voor je hebt, kan nogal een verschil maken.’

‘Ook rechtspraak is mensenwerk,’ vindt Kalsbeek. De twee radiomakers discussiëren verder, steeds voorbeelden aanhalend uit de zaken die ze samen hebben onderzocht. Dan vraagt Kalsbeek belangstellend: ‘Als jij de perfecte moord zou plegen, wie zou je dan ombrengen?’