Actrice Katharine Hepburn wilde geen meisje zijn en zette de trend voor broeken in plaats van rokjes.

‘Ik had al lang geleden in de gaten dat rokjes hopeloos zijn. Telkens als ik een man hoor zeggen dat hij een vrouw liever in een rokje ziet, zeg ik: “Probeer er zelf eens eentje. Trek eens een rokje aan!”’ Het is een typerende quote, in vele opzichten, voor Katharine Hepburn (1907-2003). Als kind al knipte ze haar haar af en besloot ze zichzelf Jimmy te noemen. ‘Ik vond het stom een meisje te zijn. Maar Jimmy zijn, daar was niks stoms aan.’ De actrice, die in de vroege jaren dertig besloot alleen nog maar broeken te dragen, werd een rolmodel voor vrouwen. Ze stond bekend om haar humor, durf, zelfvertrouwen en doorzettingsvermogen. Niemand won zoveel Oscars als zij, namelijk vier, en ze kwam er niet één zelf ophalen.

Vanwege haar sterke en uitgesproken persoonlijkheid was ze bij het grote publiek aanvankelijk niet erg geliefd. Dat was zelfs zo’n groot probleem dat ze besloot zich te rebranden met een speciaal voor haar geschreven film. ‘Ik wil in deze film geen grootse entree maken,’ zei Hepburn (overigens geen familie van Audrey). ‘Het publiek vindt mij te la-di-da of zo. Veel mensen willen me hard op mijn bek zien gaan.’ En dus begon de film precies zo: met Cary Grant die Hepburn omver mepte. Het werkte; het publiek kon haar in The Philadelphia Story (1940) zo hard uitlachen dat ze uiteindelijk sympathiek werd. Vanaf dat moment was Hepburns carrière niet meer te stuiten.

Met regisseur George Cukor raakte ze goed bevriend. Ze woonde zelfs jarenlang in een zomerhuis op het landgoed van Cukor in Hollywood, samen met Spencer Tracy – een veelgeprezen acteur uit die tijd, hoewel minder succesvol dan Hepburn bij de Oscars (hij won er slechts twee). ‘In sommige opzichten heb ik mijn leven geleid als een man,’ zei Hepburn aan het einde van haar leven. ‘Ik heb mijn eigen beslissingen genomen. Ik was even bang als ieder ander, maar je moet vooruit, je moet dromen.’ In haar tv-autobiografie All About Me keek Hepburn, toen 85, in de camera, en zei: ‘Ik ben niet bang voor de dood. Dat moet prachtig zijn, als een lange slaap. Maar laten we eerlijk zijn: wat echt telt is hoe je leeft.’