Naast romans, tipt de VPRO Boekengids ook dichtbundels, die laten zien hoe prachtig en veelzijdig de taal is.

Averno

Louise Glück

De eerste kennismaking-in-vertaling met de Amerikaanse Louise Glück, vorig jaar onderscheiden met de Nobelprijs voor Literatuur, is haar tiende dichtbundel, uit 2006. Averno (De Arbeiderspers) is vernoemd naar een kratermeer bij Napels dat de oude Romeinen als ingang van de onderwereld zagen. En terugkerende elementen zijn een herinterpretatie van de Persephone-mythe als Freudiaanse ‘ruzie tussen de moeder en de minnaar’ (‘de dochter is slechts vlees’), verval, dood en klaagzangen op liefdes’ desillusies. Klinkt loodzwaar?

Glücks verzen zijn vaak complex maar zelden obscuur, (ook in Radna Fabias’ Nederlandse versie) welluidend muzikaal en lichtvoetig, en soms ineens verrassend droogkomisch: ‘“Meisjes,” zei mijn moeder, “jullie/moeten met iemand als jullie vader trouwen.’//Dat was één opmerking. Een andere was:/“Niemand is zoals jullie vader.”

De schrijver is een alleenstaande moeder

Hagar Peeters

De schrijver is een alleenstaande moeder (De Bezige Bij), de vierde dichtbundel van Hagar Peeters, is het openingsdeel van een aangekondigde trilogie over die twee pijlers van haar eigen bestaan. Een ‘onderzoek’, gestoeld op ervaring van haarzelf, haar (eveneens alleenstaande) moeder en wetenschappelijke data, dat nog bundels ‘cultuurhistorische beschouwingen’ en ‘proza-exercities’ zal bestrijken.

Klinkt academisch en beperkt? De hier gul verzamelde poëzie gonst van levendige veelzijdigheid. Met onder meer het hypnotiserend slaaplied ‘Zomernachtzang’ (‘Hoor, de avond zwelt aan, de avond valt stilaan/de avond legt zijn zachte vingers over de velden’), de documentaire gruwellyriek van ‘In de kelder’, waarin de 24 jaar lang gegijzelde dochter van Josef Fritzl een stem krijgt, en een ode aan de eenzame versbarensweeën van de dichter. 

De mooiste gedichten van de wereld

Vijftig dichters

Een kinderlijk eenvoudig idee: laat vijftig Nederlandstalige dichters ter gelegenheid van het gouden jubileum van Poetry International één gedicht uit het festivalarchief kiezen en toelichten. Met De mooiste gedichten van de wereld (Podium) levert het evengoed een behoorlijk aanstekelijke en verrassende feestbundel op. Er zijn tastende interpretaties en ademloze eerbetonen, zoals die beschrijving van de eerste ontmoeting van ‘groupie’ Anne Vegter met Anne Carson

Thomas Möhlmann haalt naast een aangrijpend vers van de Russische ‘hooligan-poëet’ Boris Ryzji (1974-2001) herinneringen op aan diens catastrofaal beschonken festivaldeelname in 2000 én wijdt een wrang gedicht aan Ryzji’s zelfmoord. Of ineens die ragfijne ‘Schets’ van Iranees Zia Movahed: ‘zie//haar/boven/in de omlijsting van het balkon/hem/beneden/naast de veranda//en de oude stenen trappen/versleten door de wind’.

Stilstaand leeft alles hier

H.H. ter Balkt

Een vriendendienst noemt Alfred Schaffer Stilstaand leeft alles hier (De Bezige Bij), zijn persoonlijke keuze uit het poëtisch oeuvre van H.H. ter Balkt (1938-2015), in zijn inleiding/liefdesverklaring. En dat is het, zowel aan de soms ondoorgrondelijk geachte dichter als aan de lezer.

In deze muzikale, gulle en gulzige gedichten gaat het over alles, van hazen en het herderstasje tot Dennis Bergkamp en van Botticelli tot het KNMI. Het onaanzienlijke of ‘boerse’ kan een dreigende allure krijgen. (‘Ik woonde toen in een land/waar de aardappelsorteermachine kwam.’) En tussen erudiete en geestige ‘uitleggingen’, odes en tirades staat ook tedere liefdeslyriek: ‘Regenbogen verdringen zich voor het raam/Zeeën verdringen zich onder haar voeten/Zij draagt een glas water de trap op’. Ideale kennismakingsbundel.  

Fantoommerrie

Marieke Lucas Rijneveld

‘Ik wil dat elk gedicht zingt,’ zei Marieke Lucas Rijneveld (1991) recent in de Volkskrant. Na de poëziebestseller(!) Kalfsvlies (2015) leverde dat streven met Fantoommerrie (AtlasContact) opnieuw een gulle, welluidende bundel op. In ook in letterlijke zin breed uitwaaierende verzen voert Rijneveld je met vaste hand haar geheel eigen, lucide dromerige taaluniversum binnen.

Een plek vol herinneringen aan schoolmelkdrinkers, (kinder)angsten en landerige eenzaamheid (‘Op zondag mocht de Libelle uit het plastic net als ik uit mijn schoolkleding, (…) Mama bladerde vluchtiger door mij heen dan door het blad’). Maar vooral ook eentje waar fantasievolle metaforen beeldend over elkaar heen buitelen. Een ‘oma/die als een boekenlegger het verhaal uit gleed’, voorleesvaders ‘met ribbroeken aan voor meer grip als winterbanden’. Loepzuiver.

Open ogen

Remco Campert

Engagement is misschien niet het allereerste woord dat je met Remco Campert associeert, maar in zijn bundel Open ogen (De Bezige Bij) publiceert de dichter van het melancholieke lamento en de lucide mijmering toch echt regelrechte protestverzen.

Naast fraaie tevreden-zuchtjesregels (‘zon schildert de bomen in de straat’) staan ziedende poëtische notities bij het wereldnieuws. Syrische vluchtelingen kijken hem ’s nachts vragend aan, denkend aan hun ‘kind met chloorbommen bestookt’ door ‘Assads moordenaarstroep’, terwijl ‘actuele lijken in de middellandse zee’ van de droom Europa een ‘nachtspook’ maken. En bij een aanslag, gepleegd door op maagden beluste baarden, hoort Campert een schrijnende onomatopee: ‘bataklàn bataklàn bataklàn/knallen de kalasjnikovs’. Nogal direct en ongepolijst allemaal, maar bij vlagen niettemin behoorlijk indringend.

 

voor meer boekenlijstjes