Er zijn weer geweldige schrijvers te gast op het Crossing Border festival in 2021. Maar welke boeken schreven ze ook alweer? De VPRO Gids tipt er een aantal.

Herkomst

Saša Stanišić

In 1992 vluchtte Saša Stanišić als veertienjarige samen met z’n ouders voor de Joegoslavische burgeroorlog uit Bosnië naar Duitsland. In zijn autobiografische roman Herkomst (Ambo|Anthos), in 2019 goed voor de prestigieuze Deutscher Buchpreis, verhaalt hij met smaak over zijn succesvolle inburgering als migrantenkind in Heidelberg en onderzoekt het door toedoen van de diaspora vervaagde familieverleden in de eenheidsstaat onder Tito, tot dit door etnische haat en geweld onmogelijk werd gemaakt.

Mede aan de hand van het levensverhaal van zijn dementerende geliefde oma worden begrippen als thuis en komaf zowel benadrukt als gerelativeerd; haar geboortedorp bestaat inmiddels niet meer. Stanišić vertelt graag, goed en veel, speelt met structuur en tijdsverloop, en biedt de lezer zelfs meerdere eindes aan.

Terug naar huis

Jesús Carrasco

Je kunt Jesús Carrasco er niet van beschuldigen dat hij het kunstje van zijn bestsellerdebuut De vlucht (2013) probeert te herhalen. Na dat bloemrijke Iberische antwoord op Cormac McCarthy’s The Road volgde een fantasievol what-if?-fabel spelend in een bezet Spanje, begin twintigste eeuw.

En nu verrast hij met Terug naar huis (Meulenhoff), een huiskamerrealistische familieroman waarin verteller Juan Álvarez vanuit Edinburgh, waar hij in de botanische tuin werkt, terugkeert naar zijn geboortedorp Cruces. Louter voor zijn vaders begrafenis, denkt hij. Maar dan draagt zus Isabel plotseling de zorg voor zijn dementerende moeder aan hem over. Wat volgt is een ingetogen verhaal over de benauwenis én warmte van een dorpsgemeenschap, ouderliefde en kinderverantwoordelijkheid, en (vervliegende) herinneringen als onmisbare levensankers.

Harlem Shuffle

Colson Whitehead

Na duizelingwekkende romans over het slavernijverleden en een horrortuchtschool waar zwarte jongens werden vermoord is de nieuwe Colson WhiteheadHarlem Shuffle (AtlasContact), lichtere, maar nauwelijks minder briljante kost. Antiheld is Ray Carney, eigenaar van een tweedehandsmeubelzaak aan 125th Street, New York en parttime kruimelheler, die (wat halfslachtig) een legaal middenklassenbestaan probeert op te bouwen.

Maar als zijn onverbeterlijke neef Freddie hem betrekt bij de overval op een chic hotel komt hij onzacht in aanraking met zulke kleurrijke types als de in paars kostuum gestoken psychopaat Miami Joe en sadist/maffioso Chink Montague. Resultaat is een James Brownachtig swingende historische thriller tegen het liefdevol geschilderde decor van Harlem tussen 1959 en (dat dan weer wel) de rassenrellen van 1964.

De jongens van Nickel

Colson Whitehead

Na de spectaculaire, door allegorisch fantasyvuurwerk verlichte achtbaanrit door het slavernijverleden De ondergrondse spoorweg (2017) lijkt de zevende roman van Colson Whitehead (1969) misschien teleurstellend ingetogen. De jongens van Nickel (AtlasContact) vertelt over de zestienjarige Elwood Curtis, een idealistische scholier die onderweg naar zijn eerste colleges aan de zwarte technische hogeschool in Florida een lift krijgt in een gestolen auto, en zo op de tuchtschool Nickel Academy belandt.

Een broeinest van corruptie en sadisme, waar (vooral) gekleurde leerlingen worden misbruikt en vermoord, en waaruit Elwood en zijn cynische lotgenoot Turner moeten zien te ontsnappen. Een overzichtelijk maar o zo indringend verhaal. IJzingwekkende wetenschap: Whitehead baseerde zijn horrorinstituut op historische feiten rond de Arthur G. Dozier School for Boys.

 

De wereld is niet stuk te krijgen

Maxim Osipov

Paustovski woonde er, net als Nadjezjda Mandelstam, maar tegenwoordig is het Russische stadje Tarusa vooral bekend als de woonplaats van Maxim Osipov. Hij is niet alleen cardioloog in het plaatselijke ziekenhuis, maar ook schrijver van korte verhalenDus wordt hij, hoe kan het ook anders, als moderne Tsjechov voorgesteld. Overeenkomsten zijn er genoeg, al situeert Osipov zijn verhalen niet alleen in de trein of het theater, maar ook in het vliegtuig.

‘Dit verhaal speelt zich af in onze tijd’, is een van zijn beginzinnen. Voor dokter Osipov liggen de personages voor het oprapen: de onzindelijke zigeunervrouw met haar gouden tanden en eczeem, illegale Oeigoeren, een Tadzjiek wiens organen zonder overleg worden getransplanteerd. En tussen al die treurigheid ineens een terloopse verwijzing naar Pasternak, Poesjkin of Anna Achmatova.

Shuggie Bain

Douglas Stuart

De shortlist van de Booker Prize 2020 getuigde misschien van nogal doorgeslagen verrassings- en inclusiedrift, maar wat ís de winnende roman, Shuggie Bain (Nieuw-Amsterdam) van Douglas Stuart, een geweldig debuut. De jeugd in Thatcheriaanse jarentachtigarmoede waarop de titelverteller terugkijkt lijkt daverend smartlapmateriaal. Met zijn moeder, Elizabeth Taylor-lookalike Agnes, die ten prooi valt aan de sjofele taxi-Casanova Shug, een reeks andere op seks beluste lamstralen en (vooral) een zware alcoholverslaving.

Het joch dat, nadat oudere broer en zus vertrekken, steeds meer voor háár moet zorgen, terwijl hij zelf als ‘verwijfd’ kind in een Glaswegian arbeidersbuurt eindeloze pesterijen (en erger) te verduren krijgt. Klinkt hopeloos larmoyant? Stuart vond een volmaakt evenwicht tussen indringend beschreven misère, galgenhumor en hartverwarmend liefderijke scènes. Formidabel zakdoek-paraatboek.

Lijkententoonstelling

Hassan Blasim

Zo begint een van de bizarre korte verhalen uit Lijkententoonstelling (Jurgen Maas) van de Irakees Hassan Blasim, die vluchtte voor Saddam Hoessein en uiteindelijk in Finland belandde. Blasim gaat het niet te bevatten geweld en de sektarische horror in het Midden-Oosten met fantasie en inktzwarte humor te lijf.

Hij speelt een ingenieus spel met waan en werkelijkheid, waarin het groteske bestaan in tijden van oorlog tot de essentie wordt teruggebracht: je blijft leven of het is afgelopen met je. Aanbevolen voor wie zich bij de afstompende berichtgeving over de terreurdaden in het Midden-Oosten niets menselijks meer kan voorstellen. 

► lees hier het eerste korte verhaal uit Lijktentoonstelling

Verwilderd

Richard Powers

Ook in de dertiende roman van Richard Powers worden reële wetenschap en nabije toekomstsciencefiction ingezet om een ecologische boodschap over te brengen. Maar na de overvolle en nogal prekerige prozasymfonie Tot in de hemel (2018) is Verwilderd (AtlasContact) weldadige kamermuziek. Het verhaal van astrobioloog Theo Byrne, die moeizaam lobbywerk doet voor een superruimtetelescoop, de Earthlike Planet Seeker, en ondertussen als recente weduwnaar worstelt met de negenjarige Robin.

Een (over)gevoelige, aspergeriaanse jongen, die lijdt aan woedeaanvallen en (vooral) lijdt ónder het uitsterven van diersoorten. Behandeling: ‘gedecodeerde neurofeedback’, waardoor hij het temperament (en deels de kennis) van wijlen zijn moeder, dierenactiviste Alyssa, overneemt en een Greta Thunberg-rol grijpt. Geen subtiele parabel, maar wel meesterlijk geconstrueerd. En de vader-zoondialogen zijn werkelijk ontroerend.