In haar pas vertaalde autobiografie ‘Op alle fronten’ vermengt oorlogscorrespondent Clarissa Ward jeugdherinneringen en scènes uit haar journalistieke loopbaan met sociaal-politieke observaties. “Tijdens mijn ongelukkige kostschooljaren leerde ik onafhankelijk en hard te zijn.”

Begin dit najaar is Clarissa Ward (42) een paar dagen in Nederland voor de promotie van haar autobiografische werk On All Fronts: The Education of a Journalist, onlangs in het Nederlands uitgebracht door Uitgeverij Pluim onder de titel Op alle fronten: De leerschool van een journalist. Ze is eigenlijk van plan om hier wat langer te blijven, maar wordt plotseling weggeroepen. Ze moet weer naar de Oekraïense hoofdstad Kiev om daar verslag te doen voor de Amerikaanse nieuwszender CNN. Zo gaat het nu eenmaal, weet oorlogscorrespondent Ward. Ze doet al ruim vijftien jaar verslag vanuit verschillende frontlinies over de hele wereld en is wel gewend dat dingen soms anders lopen dan ze gepland zijn.

Voordat zij Nederland verlaat, geeft Ward op de valreep nog een reeks interviews aan journalisten in het Amsterdamse Ambassade Hotel. Haar staalblauwe ogen werpen een blik op de goedgevulde tafel, waarop sandwiches en verse fruitsalades prijken. ‘Ook een broodje?’ vraagt ze vriendelijk. Een dag eerder is Ward te gast geweest in het tv-programma College tour, waar studenten haar vragen stelden als ‘hoe ga je om met angst?’ (Ward: ‘Angst is natuurlijk en functioneel, maar moet niet de overhand krijgen’) en ‘op welke plek maakten jouw naasten zich het meeste zorgen over je veiligheid?’ (‘In Charkov, waar enkele maanden geleden de raketten vlak bij ons insloegen’). Glimlachend vervolgt Ward: ‘Het was geweldig om aan het programma deel te nemen. De studenten waren oprecht geïnteresseerd. Ik wou dat zoiets had bestaan toen ik nog studeerde.’

Kantelmoment

Mobiliteit krijgt Ward met de paplepel ingegoten. Ze wordt in 1980 in London geboren, maar kort daarop vertrekt ze met haar Britse vader Rodney en haar Amerikaanse moeder Donna naar New York. Daar houdt de liefdesrelatie geen stand en het tweetal gaat respectvol uit elkaar. Vader vertrekt naar Hongkong, moeder en dochter blijven in Manhattan. Op haar achtste verhuist Clarissa als enig kind met haar moeder weer naar Londen.

‘In onze maatschappij leeft het obsessieve idee dat we alsmaar happy moeten zijn’

Clarissa Ward

In haar autobiografie verweeft Ward gevat scènes uit haar jeugd en uit haar professionele leven, gelardeerd met sociaal-politieke analyses van de landen waarin zij werkt(e). Zo beschrijft ze de lange reeks nanny’s uit haar kindertijd die wegens prutsgedrag steevast door haar moeder de laan uit worden gestuurd en de liefdevolle band die zij met haar Britse grootmoeder heeft, Granny Greegs, een klassiek geschoolde pianist die vier talen vloeiend spreekt. Tot groot verdriet van Ward wordt ze op haar tiende naar een Britse kostschool gestuurd. Als ze wordt toegelaten tot de prestigieuze Yale University gaat ze weer naar de VS om vergelijkende (Russische) literatuurwetenschap te studeren, een richting die zij cum laude afrondt.

Tijdens haar laatste studiejaar komt het kantelmoment in Wards als op 11 september 2001 de terroristische aanslagen op de Twin Towers plaatsvinden. Vanaf dat moment weet Ward wat haar missie wordt: naar frontlinies gaan, daar luisteren naar de verhalen van mensen en die vervolgens met het thuisfront delen via de televisie, in haar ogen een zeer krachtig medium. Ward geeft in haar boek toe zich dan nog niet bewust te zijn van de prijs die zij voor haar internationale journalistieke ambities zal moeten betalen. Want, zoals ze optekent, het werk is fysiek en mentaal inspannend en zij heeft dierbare collega’s en vrienden verloren in oorlogsgebieden.

Na een onbetaalde stage bij CNN in Moskou krijgt de Brits-Amerikaanse een betaalde klus: in de nachtdienst op de redactie van Fox News. Veel mensen beschouwen de baan als niet bijzonder verheffend, maar Fox biedt haar wel een positie aan in Bagdad. Dat is in 2005, als het inmiddels zo gevaarlijk is in Irak dat nauwelijks niemand daar meer heen wil. Tot aan haar overstap naar ABC News, twee jaar later, werkt Ward ook in omliggende conflictgebieden, zoals Libanon en de Gazastrook. Voor ABC keert zij terug naar Moskou, waar zij haar grote liefde Philipp ontmoet, met wie zij later twee zonen zal krijgen: Ezra (4) en Caspar (2).

In 2009 vertrekt Ward voor enkele jaren, zonder Philip, naar Beijing om daar als Azië-correspondent aan de slag te gaan. Ze opereert – inmiddels als freelancer – in de hele regio. Ook in 2011, wanneer zij als een van de eerste journalisten met haar team verslag doet van de tsunamiramp in het zwaarst getroffen noordelijke deel van Japan. Daarna werkt Ward regelmatig in Syrië, waar ze met activisten van het eerste uur spreekt en later ook met militante jihadisten, die het conflict inmiddels hebben ‘gekaapt’.

Spanningsveld

Sinds enkele jaren werkt Ward weer bij CNN, nu als ‘hoofd-buitenlandcorrespondent’. Met haar werk heeft zij tal van prijzen gewonnen, waaronder zeven Emmy Awards. Ward spreekt naast haar moedertaal Engels ook vloeiend Frans. Daarnaast kan ze zich redden in het Russisch en Arabisch. Het valt Ward op dat de meeste van haar collega’s niet meertalig zijn. Geen voorwaarde om een goede correspondent te zijn, aldus de journalist, maar voor haar is taal een instrument om kennis te maken met de cultuur en dichter bij mensen te komen. Zo vindt ze verhalen die ook aan de andere kant van de wereld resoneren

‘Ik wil vooral het menselijke aspect van conflicten belichten, want het publiek raakt na een tijdje gewend aan oorlogen’

Meld je aan voor de tweewekelijkse nieuwsbrief van de VPRO Boekengids.

De nieuwste roddels uit schrijfland. Een amusante lezing van een auteur. Bookstagrammers die je absoluut moet volgen. Katja de Bruin gidst je in geheel eigen stijl door de wondere wereld van letters, proza en papier.

Terug naar het statige zeventiende-eeuwse vertrek van het hotel, waar Ward twee kopjes thee inschenkt en de VPRO Gids te woord staat.

In uw autobiografie verwijst u naar de invloed van de kostschool op uw leven en werk. Kunt u daar iets meer over vertellen?

Ward: ‘Op de kostschool vond ik weinig aansluiting met de andere leerlingen. Desondanks bedacht ik manieren om toch te kunnen meedraaien. De vaardigheid om verbinding te maken met mensen met wie ik weinig gemeen heb zet ik nu in als ik opereer in oorlogsgebieden. Daarnaast hebben veel mensen tegenwoordig het obsessieve idee dat je alsmaar happy moet zijn, terwijl je in het leven soms gewoon even moet doorbijten. Op de kostschool, waar ik de eerste twee jaar echt best ongelukkig was, leerde ik onafhankelijk en hard te zijn. Je kunt achteraf je ouders, of wie dan ook, van alles kwalijk nemen, maar het zit in mijn aard om in mindere ervaringen toch het positieve te zien. Mijn ouders houden zielsveel van mij en deden er alles aan om mij van het beste te voorzien. Bovendien zie ik in mijn werk wat echte trauma’s zijn. Ik mag mezelf gelukkig prijzen met mijn gezondheid en alle lieve mensen om mij heen.’

In februari 2016 brengt Ward een bezoek aan Oost-Aleppo, dat op dat moment in handen is van rebellen

In het boek beschrijft u een aantal gruwelijke gebeurtenissen die u als buitenlandcorrespondent meemaakt, bijvoorbeeld in Xinjiang waar op enkele meters afstand van u en uw team een groepje Han-Chinezen een Oeigoerse man probeert dood te slaan. U reageert professioneel: u schakelt uw emoties uit en legt de gebeurtenis op camera vast. Hoe gaat u hiermee om?

‘Het is een terugkerende worsteling in mijn werk: de momenten waarop je wordt geconfronteerd met het spanningsveld tussen je werk doen als journalist en het gevoel dat je als mens hebt. De momenten waarop je juist wilt ingrijpen, mensen een omhelzing zou willen geven om ze te troosten, de camera stop wilt zetten omdat iemand het moeilijk heeft. Maar je kan simpelweg geen goed werk afleveren voor een groter publiek als je het verhaal niet vangt. Je moet je als journalist over dit complexe gevoel heen zetten. Dat gezegd hebbende, naarmate ik ouder word lukt het me steeds beter om mijn eigen weg te kiezen. Daarbij probeer ik het spanningsveld wat op te rekken. Dat zie je bijvoorbeeld in de reportage die we begin dit jaar in Kiev maakten. Ik doe daarin live verslag van mensen die geëvacueerd worden uit het gebied dat door Russische troepen wordt ingesloten. Tijdens de reportage help ik mensen die moeilijk ter been zijn door ze een arm te geven. Ik keer dus mijn rug naar de camera tijdens een liveopname. Binnen de journalistiek is dat echt ongebruikelijk en daarom bracht het filmpje veel teweeg. Maar ik geloof dat je in sommige situaties tegelijkertijd journalist én mens kunt zijn.’

Hoe bereidt u zich voor op zo’n opdracht in Kiev?

‘Naast alle inhoudelijke en productionele voorbereidingen moet je, en dit klinkt triviaal, goed bedenken wat je meeneemt. Je kunt namelijk niet ter plekke allerlei spullen aanschaffen. Nadenken over wat je allemaal bent vergeten is storend, het leidt af van de hoofdreden waarom je ergens bent. Dat weet ik uit ervaring, omdat ik tijdens mijn verslaggeving van de tsunami geen extra ondergoed bij me had. Nu is het bijvoorbeeld belangrijk dat ik voldoende warme kleding meeneem. Qua verhalen wil ik vooral het menselijke aspect van het conflict belichten, hoe gewone burgers overleven in extreme omstandigheden. Het publiek raakt na een tijdje vaak gewend aan oorlogen. Een fundamenteel onderdeel van het werk als oorlogscorrespondent is het voortdurend vermenselijken van conflicten, zodat de kijker of lezer niet went aan de gewelddadigheden die tijdens een oorlog plaatsvinden. En ook niet aan het feit dat mensen daaronder lijden.’

Clarissa Ward
Op alle fronten: De leerschool van een journalist

meer boekentips