Op zondag 20 februari werd de winnaar van de J.M.A. Biesheuvelprijs bekendgemaakt. Mensje van Keulen won de prijs voor de beste verhalenbundel vorig jaar en droeg tijdens de uitreiking een kort verhaal voor dat hier ter ere van de Week van het Korte Verhaal wordt afgedrukt.

 

Tien woorden, neergepend in schots en scheve letters. Nadat juf Anita in elk van de drieëntwintig schriften waarop Taaltaak 1 stond een sticker had geplakt en ‘Fijne krokusvakantie’ had geschreven, haalde ze het schrift met de tien woorden tevoorschijn om ze nog eens te lezen. De kleine schrijver was een van haar lievelingen, al waakte ze er wel voor dit ooit te laten merken.

Ze hoorde haar zes- en zevenjarigen op de gang en klapte het schrift weer dicht. Onder leiding van Rinus, de gymleraar, stormden ze het lokaal binnen en zochten hun tafeltjes op. Rinus liep naar haar lessenaar.

‘Eten we vanavond bij jou?’

Juf Anita knikte.

‘Wat kijk je ernstig.’

Ze gaf een klopje op de stapel schriften en zei zacht: ‘Ik heb net een paar woorden gelezen die zo eenvoudig zijn, maar ik denk dat ik ze niet eenvoudig uit mijn hoofd krijg.’

‘Scheldwoorden?’ vroeg Rinus met een frons.

‘Nee, o nee.’

Ze boog zich naar hem toe en fluisterde de tien woorden.

‘Tja,’ zei de gymleraar en krabde zich in zijn nek. ‘Tja.’

Toen Max van zijn vader hoorde wat hem door Anita was toegefluisterd, begonnen zijn kin en handen te trillen.

         ‘Wat is dat nou, jongen?’ zei Rinus. ‘Word je ineens niet lekker?’

         ‘Hoelang ik al niet probeer een verhaal op papier te krijgen,’ begon Max. ‘Al die tips van verhalenschrijvers… Of ze nou Russisch, Amerikaans, Nederlands, Japans of wat ook zijn, ze hebben allemaal gelijk, maar pa, het is zo moeilijk! Ze zeggen: “Houd het overzichtelijk. Wees bondig. Stap meteen een andere wereld, een ander leven binnen. Mijd clichés. Zorg voor een knal, een kick, een spanningsboog, zet de lezer op het andere been.” Kijk niet zo raar, pa, het gaat niet om een gymnastiekoefening, die je kan leren, het gaat om de essentie, het unieke, wezenlijke van het korte verhaal, waarover sommigen beweren dat je het schrijven ervan kan leren, maar ís dat wel zo? O, ik zou zo graag een goed verhaal schrijven, maar hoe ik mijn best ook doe, het lukt niet! Een van de grootste schrijvers zegt dat het verhaal humoristisch mag zijn, maar ook duister, hilarisch, angstaanjagend, bizar, liefdevol, strak, grillig, haatdragend, wraaklustig. Wat moet ik in godsnaam kiezen? Ik wil het er allemaal wel in! Een andere geweldige schrijver zegt dat een goede eerste zin belangrijk is en dat je anders gewoon moet beginnen tot je hem hebt, dan kun je wat ervoor staat schrappen. Maar pa, als ik dat doe en ik schrap de rest, dan weet ik bij god niet meer hoe ik verder moet, dus ik kom nooit aan welke essentie dan ook toe, en dan kom jij met die paar woorden aanzetten die als een knipmes, een bijl, een guillotine voor me zijn, ik ben helemaal van slag, pa, ik ben wanhopig!’

         En hij liet zijn hoofd hangen.

         ‘Jongen,’ zei Rinus, die met zijn zoon te doen had, maar een gymnastiekoefening nou ook niet iets vond om op neer te zien. ‘Ik ken je als een sportieve knul, recht je rug.’

         Max rechtte zijn rug, stond op en zei dat hij er nog even uit ging.

         ‘Een frisse neus halen zal je goed doen,’ zei Rinus, blij dat zijn zoon hem gehoorzaamde.

het artikel gaat verder onder dit kader

Meld je aan voor de tweewekelijkse nieuwsbrief van de VPRO Boekengids.

De nieuwste roddels uit schrijfland. Een amusante lezing van een auteur. Bookstagrammers die je absoluut moet volgen. Katja de Bruin gidst je in geheel eigen stijl door de wondere wereld van letters, proza en papier.

‘Ik houd wel van verhalen,’ zei André, terwijl hij met lauwwarm water de shampoo uit Max’ lange lokken spoelde. ‘Dat verhaal bijvoorbeeld over de man die zijn vingers opoffert bij een weddenschap, jee, dat was lekker eng. Ik hoor hier trouwens heel wat verhalen aan, al is het vaak meer gezeur dan verhaal. Je weet, ik ga graag naar de film, en om een film te maken heb je toch ook een echt verhaal nodig. Maar luister, dat jij met je studie kapt om een kleinigheid waar je vader mee aan kwam zetten, jee, dat vind ik ook zowat een verhaal, hoor. Wat vindt je vader ervan?’

         ‘Hij weet het nog niet. Hij zal sowieso opkijken als ik thuis kom.’

         ‘Toen je me ooit vertelde dat je Nederlands studeerde, dacht ik nog wat een geluk dat je die taal tenminste van je geboorte af kent.’

         Max liet die woorden voor wat ze waren.

         ‘Ik denk dat ik rechten ga doen,’ zei hij.

         ‘Spannend,’ zei André. ‘Dan kan je fijn over misdadigers schrijven.’

         ‘O. Oké. Dus we doen zo dadelijk een opgeschoren voetbalkopje? Je weet het echt zeker?’

         ‘Notarieel recht,’ zei Max.

         ‘Yep.’

         ‘Oké. Maar dan wil ik weleens horen wat die kleinigheid was waardoor je zo somber de zaak binnenkwam.’

Ewald Feltmann, emeritus hoogleraar geschiedenis, lag op zijn buik op bed en kreunde. Tom, de fysiotherapeut die twee keer in de week langskwam om wat souplesse in de gewrichten en lage rugspieren te kneden, had hem zojuist verteld wat hij van zijn vriend André had gehoord.

         ‘Doe ik u pijn?’ vroeg Tom.

         Feltmann kreunde opnieuw. Honderden boeken, proefschriften en een eindeloze hoeveelheid scripties had hij gelezen. Zelf had hij menig artikel gepubliceerd en lijvige werken geschreven over onder andere de Boheemse Kroonlanden en de elf oorlogen tussen het Russische en het Ottomaanse Rijk. Al die publicaties getuigden van het sneuvelen van koningshuizen, legers, burgers, ja, hele volkeren, en nu hingen er een paar simpele, korte woordjes in zijn slaapkamer die hem een rilling bezorgden en hartgrondig lieten kreunen.

         ‘Zal ik stoppen?’ vroeg Tom bezorgd.

         Feltmann schudde zijn hoofd en wist één woord uit te brengen: ‘Verpletterend…’

De grootmoeder van de kleine schrijver, die die dag op hem paste, bladerde in Taaltaak 1. Ze had aardig wat gelezen in haar leven, had zelf het nodige geschreven, was een liefhebber van korte verhalen en noemde het een prachtgenre. Met een glimlach las ze de tien dansende woorden, verspreid over drie regels, en ze dacht: Dit is het kortste verhaal dat ik ooit onder ogen kreeg. Het heeft een begin, midden en eind, maar het belangrijkste is: er is een personage dat wat beleeft en daar gaat het om in een verhaal: een gebeurtenis. En ze las de tien woorden hardop:

Er was eens een mens

En die ging dood

Einde

Brommer op zee

zondag 27 februari

npo2 19.25-20.10 uur

De klaagzang over het gebrek aan erkenning voor het korte verhaal is zo versleten dat niemand er nog van opkijkt. Kort samengevat: verhalenbundels worden slecht verkocht, weinig gelezen en verhalenschrijvers genieten minder aanzien dan hun broeders en zusters die romans produceren. De Week van het Korte Verhaal is bedoeld om te laten zien hoe onterecht dat is, met als hoogtepunt de uitreiking van de J.M.A. Biesheuvelprijs.

Voor de editie 2022 werd een recordaantal van 33 bundels ingezonden. Vijf daarvan haalden de shortlist. De winnaar ontvangt een bedrag dat door crowdfunding bijeen is gebracht. Mensje van Keulen kreeg vorig jaar 8.774 euro voor haar bundel Ik moet u echt iets zeggen. Dit jaar schreef ze speciaal voor de uitreiking een verhaal dat ze zelf voordroeg en dat hierbij wordt afgedrukt.

Hanna Bervoets
Een modern verlangen

In Brommer op zee zullen Ruth Joos en Wilfried de Jong kort stilstaan bij de winnaar. Die was bij het ter perse gaan van deze gids nog niet bekend, dus u moet het doen met de shortlist. 

Guido van Heulendonk
Vrienden van de poëzie

Carmien Michels
Vaders die rouwen

A.L. Snijders
Tat Tvam Asi

Annelies Verbeke
Treinen en Kamers