VPRO Gids

Met zijn soepele vertelstijl en oog voor het absurde beschrijft Bill Bryson in 'De zomer van 1927' de energieke gekte van de 'roaring twenties' in Amerika.

Eerst maar een paar voorbeelden van kleine en grote waanzin die je tegenkomt in De zomer van 1927, het nieuwe boek van Bill Bryson, bestsellerauteur van onder meer Een kleine geschiedenis van bijna alles (2003).

Zo heb je Jacob Ruppert, steenrijk bierbaron en eigenaar van honkbalclub de New York Yankees, die niet alleen ‘Amerika’s fraaiste collectie kleine apen’ bezat, maar ook een tweede huis in Garrison, New York waarin hij een heiligdom voor zijn overleden moeder inrichtte: ‘een ruimte met alles wat ze nodig zou hebben als ze weer tot leven kwam’. (‘Dit,’ merkt de auteur droogjes op, ‘kan deels verklaren waarom hij nooit getrouwd was.’)

In de categorie ‘plaspret’: acteur Al Jolson, onsterfelijk geworden door zijn hoofdrol in de eerste ‘pratende’ film The Jazz Singer (1927), vermaakte zichzelf graag door op de hoofden van nietsvermoedende voorbijgangers te urineren, terwijl president Warren G. Harding ooit een journalist in het Witte Huis verbijsterde door ontspannen zijn blaas in de open haard te ledigen.

Hardings ambtsopvolger Calvin Coolidge werkte gemiddeld vier uur per dag en liet tijdens het ontbijt zijn kale hoofd insmeren met vaseline. Waarmee hij nog lang niet zo knetter was als de burgemeester van het door gangsters als Al Capone geregeerde Chicago, ‘Big Bill’ Thompson, die de inwoners plechtig beloofde dat hij koning George V van Engeland, die de stad volgens hem wilde annexeren, ‘op zijn smoel zou slaan’.

Of, een akeliger absurdistisch tafereeltje: ‘In Detroit namen duizenden vergenoegde inwoners deel aan een kerstbijeenkomst voor het stadhuis, waar een in [Ku Klux] Klan-ornaat gehulde Kerstman aan kinderen presentjes uitdeelde bij het licht van een brandend kruis.’

Rare jongens, die Amerikanen, ben je geneigd te denken.

Uitputtend

En, ja, Bryson laat in 544 pagina’s nog veel meer bizarre anekdotes en uitzinnige types aan je voorbijtrekken. Dat hij die met zoveel merkbaar plezier en oneerbiedig gevoel voor humor aaneenrijgt, is zelfs een van de grote attracties van dit sprankelende portret van één seizoen uit de geschiedenis van de Verenigde Staten.

Maar De zomer van 1927 is gelukkig meer dan (alleen) een voortrazend rariteitenkabinet-op-papier, een grabbelton vol obscure weetjes.

Omdat de schrijver, net als in zijn vorige historische werk At Home: a Short History of Private Life (2010), een vernuftige vorm vond om al zijn kennis en research in te gieten. En omdat hij aannemelijk weet te maken dat die paar maanden van doorslaggevend belang waren voor de toekomst van de natie, en voor het beeld dat de wereld daar nog steeds van heeft.

Of het veelbewogen maanden waren? Alleen een korte opsomming van de gebeurtenissen die de revue passeren, doet je al duizelen.

Het was de zomer waarin de Italiaanse anarchisten Sacco en Vanzetti, na een berucht geworden showproces, werden geëxecuteerd. De zomer van een gigantische overstroming van de Mississippi en de eerste publieke demonstratie van een nieuwe uitvinding: de televisie. De zomer waarin een klein groepje bankiers met één rampzalige beleidsverandering de Grote Depressie min of meer veroorzaakten en de eerste speelfilm met gesproken dialogen in première ging. De zomer waarin werd begonnen aan de reusachtige beeldengroep van de hoofden van vier ex-presidenten, gehouwen uit Mount Rushmore; waarin Henry Ford zijn nieuwe Model A lanceerde; een gerechtelijke uitspraak rond belastingontduiking werd gedaan die op den duur de macht van de tijdens de Drooglegging haast ontastbaar geworden maffia brak...

Het klinkt al met al, letterlijk, uitputtend. (En dan hebben we het nog niet eens over de talloze uitstapjes die buiten het seizoen in kwestie worden gemaakt om al die zaken in hun historische context te plaatsen.) Maar toch heeft Bryson van die stortvloed aan informatie, roaring als de twenties zelf, een meeslepend geheel gemaakt.

Ruth en Lindbergh

Dankzij zijn soepele vertelstijl en oog voor het absurde. En omdat hij vrijwel alles in verband weet te brengen met de verhalen van twee mannen. Het verhaal van de legendarische honkballer Babe Ruth, die in 1927, tegen alle verwachtingen in, een recordaantal van zestig homeruns sloeg. En vooral dat van Charles Lindbergh, die van 20 op 21 mei zijn solovlucht over de Atlantische Oceaan maakte. 

Lindberghs krachttoer en de nasleep daarvan vormen een gedroomde narratieve ruggengraat, waarin je zo’n beetje alle goede en slechte kanten van het Amerika van zijn tijd terugziet.

Om te beginnen is, uiteraard, de heroïsche durf en het zelfvertrouwen van de 25-jarige knul die die vlucht van New York naar Parijs maakte. In een vergeleken met zijn concurrentie spotgoedkoop en nogal gammel vliegtuigje (‘Het moet een beetje geweest zijn alsof je de oceaan overstak in een tent’), terwijl hij op zijn schoot de inhoud van zijn brandstoftank en zijn koers berekende.      

Dat hij slaagde waar talloze vliegeniers uit Europa, waar de luchtvaart tot dat moment lichtjaren op de Amerikaanse voorliep, faalden, kun je bovendien zien als een triomfantelijk symbool voor het feit dat de vs voortaan op tal van terreinen het voortouw zou nemen. Technologisch maar ook cultureel. Twee dingen die mooi samenkomen in de Hollywoodfilms die, vanaf The Jazz Singer, ook de bioscopen overzee overspoelden. De Europese jeugd hoorde plotseling film na film Amerikaanse stemmen. En, schrijft Bryson: ‘Met het Amerikaanse spreken kwamen ook Amerikaanse gedachten mee, Amerikaanse opvattingen, een Amerikaans gevoel voor humor en Amerikaanse gevoeligheden. Vreedzaam, per ongeluk, en bijna ongemerkt had Amerika de wereld overgenomen.'

De ronduit hysterische heldenverering die Lindbergh ten deel viel, inclusief eindeloze krantenverslagen, valt dan weer mooi samen met de opkomst van de tabloidpers. En tenslotte zijn er nog de bijzonder twijfelachtige politieke overtuigingen die de man ontwikkelde. Een mengeling van isolationisme en angst voor ‘vreemdelingen’ – en met name Joden – die hem tot een bewonderaar van Adolf Hitler maakte en waarin hij bepaald niet alleen stond.

Duistere pagina’s in een vrolijke achtbaan van een boek.

Want voor alles geeft De zomer van 1927 je het gevoel dat je wordt ondergedompeld in de energieke gekte van de twenties. Een fris compendium van all things American, die je na de laatste pagina een stukje beter begrijpt.

Bryson weet aannemelijk te maken dat die paar maanden van doorslaggevend belang waren voor de toekomst van de natie.