Superman, Suske en Wiske, Umberto Eco en Roland Barthes samen in een Aftelkroniek. Hoge en lage cultuur mengen schijnt heel erg 2014 te zijn, dus laat ik eens een voorschot nemen.

Mijn hele jeugd stond in het teken van dat olijke Vlaamse tweetal. Al hun avonturen heb ik talloze malen gelezen. Alle beschikbare nummers had ik, inclusief collectors items. Op zeventienjarige leeftijd verkocht aan een zuur ruikende mevrouw van een stripwinkel, voor de somma van 125 gulden. Van dat bedrag kocht ik bij Athenaeum de pocketeditie van het verzameld werk van Hermann Hesse. Intussen heb ik vrijwel alle albums weer teruggekocht.
 
Als ik nu het lijstje favoriete albums naloop valt me op wat me als kind uiteraard niet opviel, maar wel veelzeggend is. De kale kapper, De poppenpakker, De poenschepper, De koddige kater, De amoureuze amazone, ze hebben gemeen dat Lambik zich in al die verhaaltjes tot het kwaad bekeert, om aan het eind van het verhaal gelouterd terug te keren in de wereld van de deugdzaamheid. Hoewel ook de andere figuren weleens ten prooi vallen aan een duistere macht, komt die hang naar het duistere nooit uit de figuren zelf voort. Sidonia, Jerom, Suske en Wiske, ze zijn allemaal van een intense braafheid. Moreel loepzuiver, recht in de leer, nooit verleid tot het boze. Met Lambik is dat anders. Hij kan slecht zijn uit eigen beweging, zonder dat een duistere kracht bezit van hem neemt. Alle negatieve eigenschappen die Vandersteen de overige personages heeft onthouden, heeft hij samengebald in Lambik. Toegegeven, uiteindelijk kiest ook hij altijd voor het goede, maar hij is de enige voor wie het kwaad werkelijk verleidelijk kan zijn. Lambik is derhalve de enige echt menselijke figuur in de albums. Alle overige karakters zijn sjablonen.

In De kale kapper is het de afgunst die Lambik tot het kwaad drijft.

In De poenschepper raakt Lambik in de ban van de geldzucht.

Overigens hield ik ook erg van Het mini mierennest, waarin een krankzinnige kapitein een utopische wereld tracht te stichten door een moderne ark te bouwen. Mislukt uiteraard jammerlijk. 

   

Gefascineerd door het kwaad en de utopische samenleving. Wat moet dat later worden? Als ik al m’n favoriete albums van toen op een rij zet vertelt de uitkomst me iets over mezelf. Zelfs in zo’n ogenschijnlijk betekenisloos lijstje schuilt iets van mij.

Over Suske en Wiske zou een essay te schrijven zijn dat is te vergelijken met dat van Umberto Eco in zijn De structuur van de slechte smaak. Een geweldig boek, waarin hij fenomenen uit de populaire cultuur te lijf gaat met de gereedschapskist van een wetenschapper. In navolging overigens van Roland Barthes, die in zijn onvolprezen Mythologieën de DS aan een theoretisch onderzoek onderwierp, en de biefstuk.

 

Eco schrijft over Superman. Hij verbindt bijvoorbeeld het verschijnen van de held aan de tijd waarin hij ontstond. Hoezeer helden en hun supermenselijke vermogens ook universeel zijn, van Hercules tot Peter Pan, elk tijdperk vraagt om z'n eigen held. Superman was de juiste man op de juiste plek.