Zes Nederlandse auteurs vertellen over de totstandkoming van hun nieuwe roman. Lucette ter Borg ging voor haar nieuwe roman 'Likkoekjes' op vioolles.

‘Al vrij snel na het uitkomen van mijn eerste boek Het cadeau uit Berlijn (2004) kreeg ik zin om aan een volgende roman te beginnen. Was net begonnen als chef kunstredactie bij Vrij Nederland en in de twee jaar dat ik daar werkte werd die drang steeds sterker. Ik wilde graag een boek met meer fictie dan het eerste, dat is ontstaan uit een speurtocht naar de familie van mijn grootmoeder. Daar had ik veel onderzoek voor gedaan en gereisd.
Dit nieuwe boek Likkoekjes gaat over twee zussen van 62 en 63 jaar oud, Sigrid en Valentine, die na twintig jaar voor het eerst weer eens samen op vakantie gaan. Ze zijn allebei dol op likkoekjes, een ouderwets soort koekjes, die nog steeds te krijgen zijn. De verhouding tussen de zussen is competitief, een psychologisch gevecht wie de sterkste is, was en zal zijn. De ambitieuze Sigrid is beroepsvioliste in het orkest van de Overijsselse stad waar haar echtgenoot woont. Vroeger veelbelovend, boekte succes na succes, maar bemerkt met schrik dat met het ouder worden haar talent afneemt en haar ambities verkruimelen. Op reis met haar rustige en huiselijke zus Valentine, een weduwe die de kost verdient met het geven van pianolessen, blijkt hoe ze ieder met hun eigen geheimen worstelen. Eén zo’n geheim is de vermeende Stradivariusviool die Sigrid kocht en die ze tijdens hun vakantietochtjes langs vioolbouwers en experts in Nederland en Duitsland probeert te echten. Valentine’s geheim is de haat die ze koestert tegen haar overleden echtgenoot, die het gezin in het ongeluk stortte. Een haat die zich ook op haar succesvolle zuster richt.’

YouTube
‘Omdat je niet over een violiste kunt schrijven als je zelf geen viool speelt, ben ik anderhalf jaar geleden op les gegaan. Tot afgrijzen van mijn buren, ben ik bang. Moeilijk, maar wel heel leuk. Een nieuw instrument leren kennen is te vergelijken met een nieuwe taal ontdekken. Ik kan er natuurlijk nog geen klap van, maar als het me lukt er een zuivere klank uit te halen stemt dat tot grote tevredenheid.
Om nog meer over de viool te weten te komen ben ik naar de drie bekendste vioolcentra van Europa gegaan. Naar het Zuid-Beierse Mittenwald, waar sinds de Middeleeuwen nog altijd violen worden gebouwd, naar Mirecourt in Frankrijk, en in het Italiaanse Cremona staat het Stradivarius Museum. Plus veel boeken over de vioolbouw lezen en veel vioolmuziek beluisteren. Ik ben geen expert op het gebied van klassieke muziek, maar de twee zusters uit mijn boek hebben de vioolgeschiedenis van de twintigste eeuw van nabij beleefd, met de diverse manieren van vioolonderricht en opvattingen over de manier van spelen, de mate van vibrato. Dus ik heb veel beroemde vertolkers beluisterd, van Kreisler tot Janine Jansen. Veel via YouTube, dat is zo handig. Of en hoe je al die vergaarde kennis gebruikt bij het schrijven weet je nooit van tevoren, soms in een enkel bijzinnetje. Maar ik wil alles weten van het onderwerp waar ik over schrijf, voordat ik die info weer loslaat en de hoofdfiguren ga inkleuren.’

Circus
‘Het schrijfwerk heeft een tijd stil gelegen door persoonlijke omstandigheden. Per januari 2007 had ik ontslag genomen bij VN om me helemaal aan het boek te wijden. Ik verdiende de kost met freelance schrijven voor onder andere NRC Handelsblad en diverse bladen.
Door mijn zoon Max, die twaalf is en bij mij woont, leid ik een vrij gestructureerd leven. ’s Morgens begin ik om een uur of vijf, half zes, dan heb ik al tweeënhalf uur gewerkt als hij wakker wordt en het hele circus op gang komt. Ontbijten, zoon naar school, de twee katten eten geven, de twee honden uitlaten. Dan zit ik om een uur of tien weer achter de laptop. Tussen de middag komt Max thuis, begint het circus opnieuw. De middagen zijn niet altijd m’n beste schrijfuren, dan dreig ik achter de computer in slaap te vallen. Dus dan ga ik soms op pad voor de krant of maak een afspraak met een leerling van het Sandberg Instituut, waar ik gastdocent ben. ’s Avonds als mijn zoon in bed ligt kan ik weer aan de slag.
Een roman schrijven is veel uitdagender dan het werk voor de krant. Een krantenstuk moet voldoen aan een aantal regels en dan is het in orde. Bij het schrijven van een boek is dat veel onzekerder. Soms heb ik iets geschreven wat ik zelf zo prachtig vind dat de tranen me in de ogen schieten. Lees ik het een paar dagen later terug dan is het écht huilen, want begrijp ik niet dat ik dat mooi kon vinden, zo slecht is het. Maar als ik een fijne dialoog heb geschreven, waarbij het lukt de zussen elkaar zo tussen de regels door het leven zuur te laten maken, dan geniet ik. Vroeger thuis was mijn moeder er goed in om van die opmerkingen te maken waarvan je niet wist of ze aardig bedoeld waren of juist niet. Als zo’n scène goed op papier staat ben ik heel tevreden.
Een roman schrijven is het meest gelukkigmakende wat er bestaat, ik kan het iedereen aanraden. Het is ook altijd bij je; als ik met de honden loop of op het schoolplein sta, je kunt er in je hoofd verder aan werken. Zo’n driekwart deel is af, schat ik, 45.000 woorden. Ik hoop het eind van de zomer helemaal klaar te hebben. Ik reken mezelf altijd rijk hoor, plan veel te optimistisch. Want ik moet ook nog op vakantie met mijn zoontje. Zal toch de laptop weer mee gaan, terwijl ik hoopte dat het nu eens een vakantie zou worden zonder dat ding. Nou ja, Max ligt toch de hele dag in het water, kan ik schrijven.’

De roman Likkoekjes van Lucette ter Borg verschijnt voorjaar 2010 bij uitgeverij Cossee.