In 2021 maakten regisseur Pieter Blaauw en cameraman Jan Pieter Tuinstra De Sobibor Tapes – de vergeten interviews van Jules Schelvis, over een gevangenenopstand in vernietigingskamp Sobibor op 14 oktober 1943. Jules Schelvis (1921-2016), een van de weinige overlevenden van het kamp, wilde getuigenis afleggen, vastleggen wat er was gebeurd, het verhaal van de opstand vertellen. Hij trad als medeaanklager op tegen kampbeulen, ging lezingen houden, schreef boeken en, in de jaren tachtig, interviewde hij met een eigen cameraatje twaalf mannen en vrouwen die bij de opstand betrokken waren. Het waren deze interviews die de basis vormden voor De Sobibor Tapes.
Inmiddels vier jaar later heeft die film een vervolg gekregen: Echo’s van Sobibor. De opnames van Schelvis spelen opnieuw een prominente rol, maar er is een dimensie bijgekomen, het verhaal is naar het heden verplaatst. De opstandelingen van destijds, de ooggetuigen, zijn nog steeds de hoofdpersonages, maar ze hebben gezelschap gekregen van kinderen en kleinkinderen. Kinderen en kleinkinderen van wie sommigen leven in gebieden waar opnieuw oorlog woedt.
In Oekraïne, waar een zoon van Arkady Vajspapir, die tijdens de opstand in Sobibor twee SS’ers doodde, zegt dat het maar goed is dat zijn ouders dit niet meer hoeven maken, de dreiging opnieuw onder een onderdrukkend totalitair regime te moeten leven.
In het Israël van na 7 oktober 2023 ook. De boodschap ‘dit mag nooit meer gebeuren’ betekent niet dat ons nooit meer leed zal worden aangedaan, zegt Eran Kahanov, kleinzoon van opstandeling Hella Weiss, terwijl even verderop raketten inslaan in Gaza, het betekent dat het nooit zonder reactie zal blijven, dat we sterk zijn.
Echo’s van Sobibor laat op indringende wijze zien hoe trauma’s uit het vernietigingskamp doorwerken in latere generaties. Zoals in het geval van Tomas Blatt. Blatt werd in 1943 op vijftienjarige leeftijd met vrijwel de hele bevolking van Izbica, een dorp in Oost-Polen, waar bijna iedereen Joods was, weggevoerd naar Sobibor. Na de oorlog vestigde hij zich in Amerika, schreef boeken over Sobibor. Steeds weer ging hij ernaar terug, vertelt zijn dochter. Hij was niet echt hier, is altijd die jongen van vijftien gebleven.
Een indrukwekkend moment in de film volgt als Blatts echtgenote vertelt over hun gezamenlijke leven: ‘Hij was heel aardig tegenover anderen,’ zegt ze, en dan ineens laat ze een stilte vallen, ‘maar je hebt me niet gevraagd hoe hij tegenover mij was… hij was niet in staat om lief te hebben. Al die tijd heb ik dit nooit verteld, ik wilde het beeld niet bederven, dit is de eerste keer dat ik erover praat. Ik weet niet of je het in je film wilt opnemen of niet (…) maar als je het echt wilt begrijpen (…) Ik weet zeker dat er anderen zijn die je ook niet willen laten weten hoeveel lijden er naderhand was.’