Daphne Wesdorp (28) was nog niet eens officieel afgestudeerd toen ze al in Irak zat om het Midden-Oostenconflict te verslaan. ‘Mijn diploma heeft nog een jaar op de universiteit gelegen,’ vertelt ze lachend tijdens een bezoek aan Nederland. ‘Ik had antropologie gestudeerd, met een minor Midden-Oostenstudies, en kon niet wachten om in die regio aan het werk te gaan als journalist. Maar kort na mijn aankomst in Irak brak de oorlog in Oekraïne uit. Ik zag beelden op tv van gewone burgers die opeens met houten wapens moesten trainen om naar het front te gaan. Dat vond ik zo intrigerend dat ik dacht: laat ik daar eerst een verhaal gaan maken. Eigenlijk had ik een korte trip gepland, maar de ene reportage leidde tot de volgende, en voor ik het wist woonde ik min of meer in Oekraïne. Op zeker moment kon ik vaste correspondent worden voor het Nederlands Dagblad.’
In het programma Frontlinie wordt Wesdorp gevolgd terwijl ze vanuit haar woonplaats Kramatorsk in de Donbasregio aan het werk is als journalist en fotograaf. ‘Dat was wel een beetje onwennig,’ vertelt ze. ‘Ik ben iemand die liever achter de camera staat dan ervoor. Maar het was ook een mooie kans om te laten zien wat zich hier in de buurt van het front afspeelt. Naast de ellende van de oorlog kampen steeds meer mensen met verslavingen aan zware, synthetische drugs. Daar is weinig over bekend, maar het is een groot probleem, in combinatie met het geweld leidt het echt tot horrorsituaties. Ik werk al een poos aan een boek hierover, om deze verborgen slachtoffers een gezicht te geven.’
In Kramatorsk wordt het steeds gevaarlijker, er zijn al meerdere journalisten in de omgeving gedood. Hoelang denkt Wesdorp het daar nog vol te houden? ‘Dat weet ik zelf ook niet zo goed. Ik wil vooral mijn boek afmaken, en daarvoor is het belangrijk dat ik echt ter plaatse ben. Ik voel me dan toch iets meer antropoloog dan journalist, in de zin dat ik deze mensen langdurig wil volgen, om ze zo goed mogelijk te begrijpen. Tot nu toe kan dat nog, het is heus niet zo dat er voortdurend wordt geschoten waar ik woon. Maar het wordt wel gevaarlijker ja. Het is steeds weer afwegen waar je grenzen liggen.’