VPRO Gids 50

13 december t/m 19 december
Pagina 50 - ‘Artivist’

Artivist

Merav Pront ,

Vanavond praat fotograaf Jan Banning in Kunststof over zijn nieuwste project: dubbelportretten van overlevenden én daders van de Rwandese genocide. 

Fotograaf Jan Banning noemt zichzelf een ‘artivist’. Een artist en een activist: een kunstenaar die onrecht en onderdrukking wil bestrijden met zijn werk. Banning werd op 4 mei 1954 geboren als kind van Nederlands-Indische ouders. Hij begon in 1981 met fotograferen en thema’s als macht, recht, onrecht en oorlog hebben altijd een belangrijke rol gespeeld in zijn werk. Misschien wel zijn bekendste fotoserie is Troostmeisjes, een reeks portretten van hoogbejaarde Indonesische vrouwen die in de Tweede Wereldoorlog door de Japanse bezetter tot prostitutie werden gedwongen. Hij won er onder meer een Zilveren Camera mee.

Bannings werken zijn nadrukkelijk geen propaganda, vertelde hij in 2022 in radioprogramma Nooit meer slapen. ‘Ik probeer iets te maken dat artistieke kwaliteiten heeft; een waarde op zichzelf. Vervolgens gebruik ik het om iets in het werkelijke leven te bereiken.’

En in dat werkelijke leven valt – helaas – genoeg te doen. Vanavond praat Banning in Kunststof (NTR) over zijn nieuwste fotoproject Bloedbanden: verzoening na de genocide in Rwanda. Het fotoboek en de bijbehorende tentoonstelling in Museum Hilversum bestaan uit achttien dubbelportretten van overlevenden van de Rwandese genocide, die samen met daders zijn vastgelegd. Schrijver Dick Wittenberg, met wie Banning een maand door Rwanda reisde, tekende hun verhalen op.

De Rwandese genocide vond plaats in 1994. In zo’n honderd dagen werden tussen de 500.000 en 660.000 Tutsi’s, gematigde Hutu’s en Twa vermoord door extremistische Hutumilities. De spanningen tussen deze groepen waren geworteld in complexe koloniale en etnische indelingen en politieke machtsstrijd. Wittenberg schrijft erover: ‘Wat (deze) genocide zo gruwelijk maakt, is dat de meeste slachtoffers niet omkwamen door militair geweld, maar door kapmessen en knuppels. Het waren geen vreemden die hen doodden of verminkten, maar vaak buren en bekenden.’

In 2005 lanceerde ngo CBS Rwanda een programma waarbij vervolgden en vervolgers elkaar ontmoetten om te praten over wat zich tien jaar eerder in hun gemeenschap had afgespeeld. Achttien van deze ontmoetingen zijn nu in Bloedbanden vereeuwigd.  

Een voorbeeld om vast aan de thematiek te wennen: Banning en Wittenberg spraken onder meer met Venerande, die als dertienjarig meisje moest toezien hoe haar twee broertjes met machetes werden vermoord. Haar buurman Evaliste zat in een Hutumilitie en was een van de aanstichters van de moord. Door de sociotherapie van CBS Rwanda hebben de twee ‘elkaar gevonden’, aldus Evaliste in het boek. ‘Als zij ziek is, zorgen mijn kinderen dat ze water en brandhout heeft.’