VPRO Gids 49

6 december t/m 12 december
Pagina 82 - ‘Vrouw vs. manosfeer’

Vrouw vs. manosfeer

Geerte Verduijn ,

In haar essaybundel Man neemt vrouw onderzoekt journalist en schrijver Eva Hofman hedendaagse tegenreacties op het feminisme. Vannacht is ze te gast bij Nooit meer slapen.

‘Er is geen voodoo aan de gang, de duivel heeft geen bezit genomen van je zoon.’ Eva Hofman stelt haar lezers kort gerust: sociale media maken kinderen niet seksistisch. Zelfs niet als ze er schadelijke content zien of delen. Wat ze online doen, weerspiegelt alleen het ‘heersende maatschappelijk sentiment’. Maar daarop volgt het slechte nieuws: dat sentiment is momenteel wel uitgesproken vrouwonvriendelijk. In Man neemt vrouw onderzoekt ze wat dat betekent voor mannen en vrouwen, online en offline.

 Het zijn vertrouwde thema’s voor Hofman (1995), die als onderzoeksjournalist voor De Groene Amsterdammer schrijft over technologie, internetcultuur en de macht van big tech. In 2024 verscheen Josephine, haar debuutroman over opgroeien op het internet.

In haar nieuwe essaybundel laat ze onder meer zien hoe conservatieve geluiden op het internet steeds giftiger en zichtbaarder worden: ‘seksisme doet het online goed’. Sinds Trumps tweede verkiezing zijn regels die online vrouwenhaat moeten tegengaan bovendien vaak minder streng: ‘Je mag bijvoorbeeld weer zeggen dat vrouwen huishoudelijke voorwerpen zijn, of “eigendom”.’

Dat soort terugslagen zijn zorgwekkend maar niet uitzonderlijk, stelt Hofman: elke feministische golf – van de negentiende eeuw tot MeToo – riep een heftige tegenreactie op. In 2025 wordt die zichtbaar in de manosphere: een online netwerk rond een traditionele, giftige vorm van mannelijkheid, vaak versterkt door algoritmes. Daar heersen influencers als Andrew Tate, die dominantie, agressie en neerbuigendheid tegenover vrouwen normaliseren. Die ideeën sijpelen door in het dagelijks leven.

Toch moeten we volgens Hofman verder kijken dan het surfgedrag van onze zoons of broertjes. ‘Morele paniek over een kleine groep leidt af van het echte probleem, namelijk dat vrouwenhaat en ‑geweld ook enorm aanwezig is bij volwassenen, en zich niet beperkt tot de online ruimte.’ Daarom onderzoekt ze in haar essays ook andere fenomenen binnen die ruimte. Waarom heeft de PVV-campagne bijvoorbeeld baat bij gladde en emotieloze AI-gezinsfoto’s? En wat zeggen Instagramfilters over onze verhouding tot authenticiteit?

Hofman onderzoekt en bevraagt zonder eenduidige oplossingen of voorspellingen – hoe graag haar publiek die ook zou horen: ‘De vaakst gestelde vraag is de meest gevreesde, omdat er geen goed antwoord op bestaat. “Waar gaat dit heen?”’ Toch biedt ze elders in haar bundel een voorzichtige leidraad in afwachting van dat antwoord: we zijn het de generaties na ons verschuldigd optimistisch te blijven.