Muziekliefhebbers zweren blijkbaar bij vinyl. Maar volop genieten van klassieke muziek op lp gaat niet altijd van een leien dakje. Het komt geregeld voor dat langgerekte orkestwerken en oratoria worden opgeknipt over verschillende plaatkanten. Als een compositie of symfoniedeel de heilige dertigminutengrens passeert gaat er primitief de schaar in. Muziekstukken met een lange adem stoppen abrupt bij een toepasselijk stiltemoment. Of nog erger: halverwege het monumentale werk wordt een fade-out ingezet. Voor het vervolg kan de muziekconsument desgewenst doorschakelen naar plaatkant B. Ook in het huidige tijdperk van de vinylrenaissance komen deze rigoureuze praktijken regelmatig voor. Voor een consumentvriendelijkere totaalervaring kan de minder veeleisende audiofiel de wijk nemen naar streamingdiensten en de ‘ouderwetse’ cd.
Gelukkig zijn er mooie uitzonderingen op de regel. Als een soort Siamese tweeling van het Frans impressionisme worden de twee enige strijkkwartetten van Maurice Ravel en Claude Debussy frequent aan elkaar gekoppeld en netjes over twee plaatkanten verdeeld. De beide componisten lijken het zo gepland te hebben. Al naar gelang het gekozen tempo duren hun strijkkwartetten ergens tussen de vijfentwintig en dertig minuten. Talloze strijkkwartetten hebben het Debussy-Ravel-setje al op lp en cd vereeuwigd. Een perfecte match tussen twee hemelbestormende concullega’s. Tijdens het afgelopen Maurice Ravel-jaar zal diens meesterwerk met voorsprong vele kwartetrecitals hebben opgesierd. Vanavond mag het jonge Londense Barbican Quartet aan de slag.
Toen Ravel en Debussy hun strijkkwartetten voltooiden, stonden ze op de drempel van een bloeiende carrière. De strijkkwartetten waren hun eerste kamermuziekstukken. Ravel keek met bewonderende blikken naar het kwartet van Debussy dat hij in 1893 had afgerond. Tien jaar later zou twintiger Ravel de stap wagen. Net als Debussy volgt hij een klassieke, vierdelige structuur, waarbij muzikale motieven vrijelijk over de kwartetdelen terugkeren. Ravel etaleerde al vroeg een enorm gevoel voor verfijnd klankkleurgebruik en compositorische elegantie. Hij droeg het werk op aan zijn leraar Gabriel Fauré. Maar die reageerde zuinigjes. Het laatste kwartetdeel noemde de nogal ondankbare Fauré zelfs ‘onvolgroeid, onevenwichtig en in feite een mislukking.’ Ook de pers en de behoudende conservatoriumscène reageerden lauw. Alleen het publiek leek meteen waardering te hebben voor Ravels verbeeldingsrijke klankwereld. Claude Debussy stak Ravel een hart onder de riem met de wel heel bemoedigende woorden: ‘In de naam van de muziekgoden en die van mij, verander geen enkele noot aan je strijkkwartet.’ Een hechte vriendschap zouden Ravel en Debussy nooit ontwikkelen, maar er was altijd sprake van wederzijds respect.
Ravels kwartet behoort inmiddels tot de meest gespeelde kamermuziekwerken. Het van levensenergie sprankelende tweede deel is bij velen favoriet. Wie het wil horen kan vanavond naar de radio luisteren of alvast met het pickupnaaldje naar het juiste kwartetdeeltje stuiteren.