VPRO Gids 16

22 april t/m 28 april
Pagina 66 - ‘Anti-Hitlerjugend’

Anti-Hitlerjugend

Hans van Wetering ,

De jongerengroepering Edelweißpiraten keerde zich in het Derde Rijk tegen de nazi’s. Hun verzet werd na de oorlog pas laat erkend.

Het was een jeugdgroepering zoals er in het interbellum in Duitsland meer bestonden. Jongens en meisjes tussen de veertien en twintig jaar die erop uit trokken in de natuur en liedjes zongen.

De Edelweißpiraten, zoals ze zichzelf noemden, onderscheidden zich door hun kleding en lange haar, door hun afkomst ook: de meeste leden waren afkomstig uit arbeidersmilieus en hadden weinig opleiding.

Met de machtsgreep van de nazi’s veranderde de beweging van karakter. Piraten weigerden lid te worden van de Hitlerjugend toen dat verplicht werd: de nadruk op orde, regels en conformiteit bij de geüniformeerde Hitlerjugend stond haaks op de eigen waarden, waarin een sterke vrijheidsdrang vooropstond, met vrijheid van expressie in de vorm van muziek, dans en kleding, met afwijzing van burgerlijke waarden.

Het kwam tot gevechten met de Hitlerjugend, de jongeren gingen over tot verzetsdaden. Ze verspreidden vlugschriften tegen het regime en kalkten anti-nazileuzen op muren en treinwagons. Ze saboteerden spoorwegen en munitiefabrieken en hielpen deserteurs en uit concentratiekampen ontsnapte gevangenen aan onderduikplekken. Hielden ze in leven ook door diefstal van levensmiddelen. Ze pleegden aanslagen op Gestapo-officieren, beraamden plannen om het Gestapo-hoofdkwartier op te blazen. En betaalden voor hun daden een hoge prijs: leden werden opgepakt, gemarteld, naar concentratiekampen gestuurd, vermoord.

Helden zoals er maar weinigen zijn, zou je zeggen. Vond ook het Israëlische Holocaust-herdenkingsmonument Yad Vashem, dat de Edelweißpiraten in de jaren tachtig eerde met de onderscheiding Rechtvaardige onder de Volkeren.

In Duitsland echter duurde het tot 2003 voor de Edelweißpiraten eer werd betoond, middels een plaquette in Keulen, waar in 1944 dertien leden door de Gestapo werden opgehangen.

Vanwaar die late erkenning?

Aandacht voor het verzet lag in het schuldbewuste Duitsland sowieso ingewikkeld, is wel gezegd, het moest gaan om daders en slachtoffers. Het verzet bleef daardoor lang buiten beeld, op enkele groepen na die door politieke stromingen werden geclaimd, zoals Von Stauffenberg en zijn Pruisische officieren door de conservatieven, en de leden van Die Weiße Rose door christelijke stromingen.

Maar bij de Piraten was nog iets anders aan de hand, er lijkt sprake van regelrechte weerzin.

De Piraten waren helemaal geen verzetsgroep, luidde steevast de afwijzing bij een verzoek om eerherstel; de jongeren waren apolitiek, een ordinaire dievenbende, aldus de autoriteiten die argumenten soms letterlijk uit Gestapo-verhoorprotocollen overnamen.

De antiburgerlijke houding kan daarbij een rol hebben gespeeld – de Piraten leefden van wat ze stalen, verstoorden de orde – en ook: de continuïteit in de personele bezetting van de oordelende instanties voor en na de oorlog. Het is een verhaal dat Edelweiß-piraat Jean Julich eens vertelde; bij zijn (afgewezen) verzoek om schadeloosstelling beet de hoogste regeringsambtenaar van Keulen hem toe dat de Piraten ‘vuil en gespuis’ waren, de Hitlerjugend had er goed aan gedaan op ze in te rammen.