cadeautje!

Je leest dit artikel gratis. Wil je meer van de VPRO Gids? Neem een abonnement. Ik wil meer lezen

Hoe Ilse haar baan verloor

Elja Looijestijn

Voordat googelen een werkwoord was, begon een zoektocht op internet bij een oer-Hollandse zoekmachine: ilse.nl.

Het World Wide Web ontstond in 1989, dertig jaar geleden dus. Maar het duurde nog een jaar of tien voordat het internet echt aansloeg bij het Nederlandse publiek. Op grote grijze machines in een hoek van de kamer, waar floppydisks en cd-roms in moesten, surften we over het wereldwijde web, oftewel cyberspace. Maar als we na een hoop overstuurd gepiep en gekraak via ons inbelmodem op het net terecht waren gekomen, waar moesten we dan heen?

Gelukkig konden de ‘oude media’ helpen. In januari 1999 zond het Tros-serviceprogramma Spreekuur een aflevering uit over zoeken op internet. Op het bureau staat een turquoise Apple iMac, de bolvormige computer die destijds het hipste van het hipste was. Antoinette Hertsenberg vraagt internetjournalisten Francisco van Jole en Herbert Blankestijn naar de ernst van het millenniumprobleem. De experts schrijven handige internetadressen op briefjes en houden die in beeld.

‘Er zijn misschien wel achthonderd verschillende zoeksystemen, zo niet meer,’ zegt Van Jole. Hij noemt voorbeelden als Lycos, Vindex en Yahoo en metazoekmachines die alle zoeksystemen afzoeken, zoals Askjeeves. Altavista vindt hij op dat moment de beste. ‘Maar die bestrijkt ook maar zestig procent van het net. Daarom moet je altijd verschillende zoeksystemen gebruiken,’ adviseert hij. ‘Waarom overziet zo’n zoekmachine niet het hele net?’, vraagt Hertsenberg terecht. ‘Dat kan niet,’ zegt Van Jole stellig. ‘Dat is net zoiets als wanneer de politie alle hardrijders van Nederland moet opsporen.’

Schattig

Als je in de jaren negentig naarstig naar iets op zoek was, zoals de vertrektijden van de trein in Japan, informatie over de wombat of een onlinespelletje, dan had je dus meerdere zoekmachines nodig. Die deden allemaal hun best om het internet zo goed mogelijk in kaart te brengen, elk met hun eigen technologie en gebruiksaanwijzing.

In Nederland had de bekendste zoekmachine een vriendelijke meisjesnaam: Ilse.nl. De website werd in 1996 opgericht door drie studenten uit Eindhoven: Merien ten Houten, Wiebe Weikamp en Robert Klep. ‘Ilse gaf alleen Nederlandse pagina’s als resultaat,’ vertelt Merien ten Houten, nog immer internetondernemer te Eindhoven. ‘Dat had eigenlijk een technische reden. We ontwikkelden software die alle pagina’s bezocht en in een database stopte. We hadden niet de capaciteit om alle pagina’s wereldwijd te indexeren, dus hielden we het bij Nederlandstalige.’

De vrolijke bedrijfsnaam was een afkorting van Interlink Search Engine, vernoemd naar de studievereniging van de opleiding Informatica in Eindhoven. ‘Het internet tot dan toe was voornamelijk Engelstalig en het domein van de geeks,’ zegt Ten Houten. ‘We hebben bewust gekozen voor een vriendelijke uitstraling. Daarom ook de naam Ilse: dat is schattig, herkenbaar en makkelijk te onthouden.’
‘We kozen voor een vriendelijke uitstraling. Daarom ook de naam Ilse: schattig, herkenbaar en makkelijk te onthouden.’
Merien ten Houten
Maar de groei van het jonge bedrijf ging niet zonder slag of stoot. Eind 1996 vertelde Ten Houten aan het Algemeen Dagblad waar via Ilse allemaal naar gezocht werd door werknemers van Philips: ‘“Vaak gaat het om zaken die vermoedelijk niet direct met het werk te maken hebben,” stelt M. ten Houten. Afgelopen donderdag zochten Philips-werknemers onder meer op woorden als erotiek, Center Parks, bergsport en drugs.’

Merien ten Houten in het programma Ondernemen en internet, 1998

Deze privacyblunder was voor Weikamp, de oorspronkelijke programmeur van de Ilse-zoekmachine, reden om op te stappen en voor zichzelf te beginnen. Zijn zoekmachine Vindex groeide uit tot een behoorlijke concurrent voor Ilse. Financieel had hij er voorlopig nog geen voordeel bij. In april 1998 zei hij in een interview met de Volkskrant: ‘In Nederland is het internet peanuts. Hier zitten een handvol studenten en wat gesjeesde dertigplussers op het net. Het wordt pas interessant als massamedium als alle huisvrouwen met elkaar gaan lingo'en, en Albert Heijn op zo'n site gaat adverteren.'

Champagne

Eind jaren negentig stond ilse.nl bovenaan de lijst met bekendste sites van Nederland. ‘Daar was ik heel trots op,’ zegt Ten Houten, ‘maar successen vieren moest altijd snel. Af en toe was er champagne, af en toe was er taart, of juichte er iemand als we een grote deal hadden binnengehaald. Maar we gingen altijd vlot door naar de volgende fase.’

Dat moest wel, want de concurrentie op de Nederlandse zoekmarkt werd steeds groter. Zeker toen in 2000 breedbandinternet via adsl beschikbaar kwam, bestormden de Nederlanders het internet. Ilse kwam met een gelikte reclamecampagne: ‘Internet begint bij Ilse’. Het logo van het cartoonachtige meisje was op elk bushokje te zien. Maar Nederlanders zochten ook via onder andere search.nl, track.nl en voelspriet.nl. Ook platforms als startpagina.nl, vol handige links, waar surfers hun tocht over het web konden beginnen, waren populair.

De strijd liep soms hoog op. Zo diende Ilse in 2000 een klacht in bij de Reclame Code Commissie tegen concurrent vinden.nl, vanwege ‘spotten met de merknaam’ in een radiocommercial. Die begon met: 'Hé, hallo, met Ilse!' Waarop een aarzelende mannenstem reageerde met: 'Eh, weet je wat, ik ga wel naar vinden.nl.' Directeur Jan-Willem Tusveld van vinden.nl zei tegen het ANP dat hij niets van de commotie begreep. 'Dit hadden we nooit verwacht.'

Maar nog veel dreigender dan de binnenlandse concurrentie waren de grote bedrijven uit Amerika die zich ook op Nederland richtten. In februari 2000 lanceerde AltaVista een webportaal in het Nederlands. Lycos had dat al sinds 1997. Bij zoek.nl maakten ze zich geen zorgen, vertelde woordvoerder Vincent Dekker destijds in het AD. 'Wij hebben onze vaste gebruikers en die laten ons vast niet in de steek. Wij zijn er bovendien van overtuigd dat we het anders doen en beter. We hebben chat- en e-mailmogelijkheden, een themastructuur, webruimte. Je kunt bij ons bijvoorbeeld naar moppen zoeken en naar bioscopen.’

Ingehaald  

De zoekbedrijven beseften dat ze meer moesten bieden dan alleen een zoekveld om een vraag in te typen. Ook bij ilse.nl werden aan de lopende band nieuwe diensten gelanceerd. ‘We wilden het hele internet voor Nederlanders zijn,’ zegt oprichter Ten Houten. ‘We hadden een chatbox, een statistieksysteem, we hebben geprobeerd een eigen internetprovider en een webwinkel te beginnen. Met sommige diensten waren we onze tijd te ver vooruit. Zo lukte het door regelgeving nog niet een bankachtige dienst te starten. Ook hadden we een geweldige muzieksite met videoclips, maar die was toen te kostbaar omdat bandbreedte nog heel duur was.’

Het mocht allemaal niet baten. In de jaren nul veroverde Google wereldwijd het internet met zijn snelle en accurate zoekmachine. Merien ten Houten werkte toen al niet meer bij Ilse. In 2000 verkochten de oprichters hun website aan uitgeverij VNU, het latere Sanoma. Ten Houten stond daarmee ineens aan het hoofd van een bedrijf met 150 werknemers. Dat beviel hem niet en hij besloot uit het bedrijf te stappen om zich weer op start-ups te richten.

Dat ging niet onverdienstelijk; zo stond hij ook aan de wieg van nu.nl. Toch heeft Ilse nog altijd een speciaal plekje in zijn hart. ‘Ik kan nu precies vertellen wat we hadden moeten doen om te zorgen dat het allemaal goed gegaan was, maar dat is natuurlijk makkelijk praten. Dat we ingehaald werden door Google was onvermijdelijk, maar ik denk dat het sterke merk Ilse wel had kunnen blijven bestaan. Helaas waren we door de overnameperikelen erg met onszelf bezig en keken daardoor minder naar buiten. Dat was net het moment dat Google opkwam – het was een perfect storm.’

Toch hoeft Ten Houten zichzelf niets te verwijten. Tegen de reus uit Silicon Valley kon gewoon niemand op, zeker niet toen Google in 2002 ook in het Nederlands beschikbaar werd. Vindex.nl, search.nl en zoek.nl zijn tegenwoordig allemaal geen zoekmachines meer. Wie naar ilse.nl surft komt uit op een startpagina met links naar allerlei websites van eigenaar Sanoma. Zoeken is googelen geworden, en Ilse weer gewoon een meisjesnaam.

Terug in de internettijd

In de jaren rond de eeuwwisseling ging Nederland massaal online. Binnen een paar jaar gebruikten we het internet overal voor: om informatie op te zoeken, sociale en romantische contacten op te doen en spullen te verhandelen. Internetbedrijfjes schoten als paddenstoelen uit de grond, met de bekende dotcombubbel als gevolg. Lang niet elk goed idee redde het, maar sommige sites braken door en werden de mijlpalen in onze internetgeschiedenis.

In de nieuwe podcast Backspace en de bijbehorende artikelen voeren Cecile Elffers en Elja Looijestijn je over de elektronische snelweg terug naar de tijd van langzame verbindingen en snel geld. Het internet veranderde de levens van de oprichters van jonge bedrijfjes, die groen als gras miljoenendeals afsloten. Maar ook voor de gebruikers die zich waagden op het wereldwijde web zou het leven nooit meer hetzelfde zijn. Bijvoorbeeld de vrijgezellen die het aandurfden een afspraakje te maken via een van de eerste datingsites, of de tieners die op sociaal netwerk CU2 online schoorvoetend zichzelf durfden te zijn.

De komende weken verschijnen de volgende vier afleveringen in de podcast-apps en natuurlijk op het nieuwe vprogids.nl. 

1. Ilse
‘Internet begint bij Ilse’ was de slogan van ilse.nl, de grootste Nederlandse zoekmachine en voor veel mensen de eerste kennismaking met internet. Merien ten Houten richtte het bedrijf in 1996 op, samen met wat handige medestudenten uit Eindhoven. Marc Olzheim was de eerste werknemer en moest er erg aan wennen dat er ook geld verdiend kon worden met internet.

2. Lexa
Tegenwoordig heeft elke single een dating-app op zijn telefoon, maar in de jaren nul was internetdaten raar en eng. Met lexa.nl probeerde Nathan Skwortsow daar verandering in te brengen. Marco en Seraja zijn hem dankbaar, want hun date via de website leidde tot een gelukkig huwelijk. Ook Louise was er vroeg bij met internetdating, maar zij leerde dat ook een virtuele liefde tot een gebroken hart kan leiden.

3. CU2
cu2 was het eerste grote digitale sociale netwerk van Nederland, nog voor Hyves en Facebook. Op het hoogtepunt van het succes waren er bijna een miljoen profielen, voornamelijk van tieners en jongeren. Oprichter Chris de Waard vertelt over dit uit de hand gelopen experiment en fanatieke gebruiker Lisa Weeda kijkt terug op haar profiel vol foto’s van r&b-artiesten.

4. Marktplaats
Frank Crébas racete met paarden toen zijn ouders hem vroegen bij hun nieuwe website te gaan werken: marktplaats.nl, al snel dé plek voor koop en verkoop van tweedehandsspullen. Annemarie Griffioen heeft er zelfs zo veel plezier van dat ze haar huis heeft omgedoopt tot ‘Villa Marktplaats’. Crébas verkocht het bedrijf voor een astronomisch bedrag, maar kwam er al snel achter dat geld niet gelukkig maakt.

terug naar de gids